Kopafbeelding publicaties CPB

De Nederlandse collectieve uitgaven in historisch perspectief

CPB Document 109, 14 februari 2006

In dit paper wordt de ontwikkeling van de Nederlandse collectieve uitgavenquote vanaf 1850 beschreven en geanalyseerd. Waarom is deze gestegen van 14% BBP in 1850 naar 61% BBP in 1983 en daarna weer gedaald tot 49% BBP in 2003?

Lees ook het bijbehorende persbericht.

Allereerst is vanaf 1921 de ontwikkeling van de uitgaven per functie, zoals sociale zekerheid, onderwijs, zorg, openbaar bestuur en rente, in kaart gebracht. Vervolgens is voor de periode vanaf 1950 het belang van een breed scala van achterliggende factoren onderzocht.

Geconcludeerd wordt dat de omslag vanaf 1983 in beperkte mate bepaald is door beleidsmaatregelen. Loonmatiging, versobering van uitkeringen, vermindering van subsidies en beperking van overheidstekorten hebben een belangrijke bijdrage geleverd. Dit wordt echter overschaduwd door de rol van vier andere factoren: de sterk toegenomen arbeidsparticipatie van vrouwen, vergrijzing, een dalende rentevoet en een vermindering van de militaire dreiging. Tot slot hebben ook verschuivingen van publieke naar private taken, zoals vermindering van staatsdeelnemingen en afschaffing van de collectief gefinancierde doorbetaling bij ziekte, voor een daling van de collectieve uitgavenquote gezorgd.

Deel deze pagina