Kopafbeelding publicaties CPB

Raming CEP 2016

CPB Policy Brief 2016/03, 7 maart 2016

De Nederlandse economie herstelt zich gestaag maar niet uitbundig van de Grote Recessie en de eurocrisis, met een groei van 1,8% dit jaar en 2,0% volgend jaar. Onderliggend is de groei in beide jaren vergelijkbaar: de lagere gasproductie drukt de groei dit jaar met 0,2%.

Lees ook het bijbehorende persbericht of ga direct naar de cijfers van deze kortetermijnraming.

Mondiaal zet het gematigde economisch herstel door, met een groei van de wereldeconomie van 2,9% dit jaar en 3,2% volgend jaar. De groei in de opkomende economieën vertraagt en voorlopende indicatoren wijzen op een wat afvlakkende groei in de VS. Het eurogebied groeit gestaag maar zeker niet overdadig, met 1,6% dit jaar en 1,7% volgend jaar. De voor Nederland relevante wereldhandel trekt geleidelijk aan naar 4,4% in 2017. De bepalende factoren in het prijzenbeeld zijn de recent aanhoudende daling van de grondstoffenprijzen en vooral de olieprijs, een belangrijke oorzaak van de lage inflatie in veel landen.

De onzekerheden in het internationale beeld zijn aanzienlijk en de risico’s zijn overwegend neerwaarts. Financiële markten zijn nerveus door uiteenlopende onzekerheden. Aanhoudende volatiliteit op de financiële markten in reactie op de onzekerheden schaadt het investeringsklimaat. Een Brexit zou op termijn een negatief effect op de Europese en Nederlandse economie kunnen hebben, evenals het buiten werking stellen van het Schengenverdrag in reactie op de voortdurende instroom van asielzoekers.

De Nederlandse economie herstelt zich gestaag maar niet uitbundig van de Grote Recessie en de eurocrisis, met een groei van 1,8% dit jaar en 2,0% volgend jaar. Onderliggend is de groei in beide jaren vergelijkbaar: de lagere gasproductie drukt de groei dit jaar met 0,2%. In beide jaren dragen alle bestedingscategorieën bij aan de groei. De consumptie groeit door een toename van het reëel beschikbaar inkomen, hogere werkgelegenheid, en de doorwerking van het 5 miljard‐pakket. In beide jaren gaat de productiegroei gepaard met een toename van de werkgelegenheid die gedreven wordt door de groei van de marktsector. Het arbeidsaanbod neemt eveneens toe, maar wat minder dan de werkgelegenheid. Per saldo resulteert een daling van de werkloosheid naar 6,3% in 2017.

De koopkracht neemt dit jaar toe met 2,3% door de lage inflatie, de daardoor forse stijging van de reële lonen en de lastenverlichting in het 5 miljard‐pakket. De koopkracht van werkenden stijgt relatief sterk. Volgend jaar verbetert de koopkracht van het mediane huishouden met 0,2%. Het 5 miljard‐pakket valt weg als impuls voor de koopkracht en de reële loonstijging is kleiner dan dit jaar door de toenemende inflatie.

Als gevolg van aanhoudend gematigd economisch herstel daalt het overheidstekort van 1,9% bbp vorig jaar tot 1,7% bbp in 2016 en 1,2% bbp in 2017. Het aanhoudende herstel van de economie en de daling van de werkloosheid zorgen voor lagere uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen. Lagere gasbaten, zowel door lagere productie als door de lagere prijs, dempen de tekortvermindering. Het structurele overheidstekort verbetert in 2017 met 0,4% bbp. De begrotingsopdracht op basis van de Europees overeengekomen begrotingsregels komt voor 2017 naar verwachting op een vereiste verbetering van 0,6% bbp. De gecorrigeerde collectieve uitgaven overschrijden de maximale groei op basis van de Europese begrotingsregels.

In de beschouwing wordt ingegaan op arrangementen die inkomen herverdelen over de levensloop. Een conclusie is dat het huidige beleid rond pensioenen en de eigen woning het spreiden van consumptie over de levensloop belemmert. Het maakt ook Nederland als geheel kwetsbaar. Aan de ene kant zijn er grote pensioenvermogens die blootstaan aan de risico’s op de financiële markten, aan de andere kant hoge schulden in de vorm van hypotheken. Het aanpassen van deze arrangementen is complex; het vergt principiële keuzes in het pensioen‐ en fiscale stelsel en wordt bovendien begrensd door de (on)mogelijkheden in de uitvoering. Opties zijn de vereiste aflossing van de hypotheek te beperken tot 50% bij gelijke afbouw van de fiscale subsidie, en een vermindering van de pensioenopbouw mogelijk maken al dan niet in combinatie met verplichtingen rond de aflossing van de hypotheek.

Bijlagen

Deel deze pagina