Kopafbeelding publicaties CPB

De ontwikkeling van flexibele arbeid: Een sectoraal perspectief

CPB Achtergronddocument, 17 november 2016

Sectoren verschillen substantieel in het gebruik van flexibele arbeid en zzp’ers. Het totaal aan flexibele arbeid is het afgelopen decennium in alle sectoren toegenomen. In sommige sectoren zit de toename meer in flexibele werknemers (bijvoorbeeld de Horeca en Groot- en detailhandel) en in andere meer in zzp’ers (bijvoorbeeld de ICT en Overige dienstverlening). Daarbij geldt dat sectoren die in 2005 al relatief veel flexibele werknemers in dienst hadden, in de tien jaar daarna nog meer flexibele werknemers kregen. Ook sectoren die in 2005 al relatief veel zzp’ers in dienst hadden, zijn in de daaropvolgende jaren nog meer met zzp’ers gaan werken.

Lees ook de Policy Brief en het bijbehorende persbericht.

De toename op macroniveau wordt slechts voor een klein deel verklaard door veranderingen in sectorsamenstelling. Wanneer sectoren die doorgaans veel gebruik maken van flexibele arbeidskrachten, harder groeien dan andere sectoren, dan leidt dat tot een toename van het totale aandeel flexibele arbeid, zonder dat dit gepaard hoeft te gaan met een toename binnen de sectoren. Uit onze decompositieanalyse blijkt dit slechts een klein deel van de totale toename van flexibele arbeid te kunnen verklaren: het verklaart 6% van de toename van flexibele werknemers en 0% van de toename van zzp’ers.

Onze multivariate FE-regressies constateren een positieve associatie tussen de toename van het aandeel flexibele werknemers en de toename van openheid van sectoren (globalisering), een negatieve associatie met technologische ontwikkeling. Een 1%-punt grotere jaarlijkse toename van globalisering (aandeel export van totale afzet) is geassocieerd met een 0,42%-punt grotere jaarlijkse toename van flexibele werknemers. Een 1%-punt grotere toename van het aandeel ICT-kapitaal is geassocieerd met een 1,16%-punt lagere toename van het aandeel flexibele werknemers. Deze associaties impliceren geen causaal verband, mede omdat andere relevante factoren (zoals overheidsbeleid), niet worden meegenomen in onze analyse. We vinden geen statistisch significante associatie met de conjunctuur en de onderhandelingskracht van werkenden.

De toename van het aandeel zzp’ers is niet statistisch significant geassocieerd met de sectorkenmerken die we hebben onderzocht (globalisering, technologische ontwikkeling, conjunctuur en de onderhandelingspositie van werkenden).

Uit interviews met werkgevers in de thuiszorg, metaal en ICT-sector blijkt dat de behoefte aan en invulling van flexibele arbeid zowel worden bepaald door bedrijfseconomische factoren als door (overheids-)beleid. Een aantal van deze werkgevers geeft aan dat de ontslagbescherming van vaste werknemers een belangrijke reden is voor het aangaan van flexibele arbeidsrelaties. Bovendien geven sommige van de geïnterviewde werkgevers uit de ICT- en metaalsectoren aan dat dossieropbouw voor ontslag lastig is: leidinggevenden besteden er weinig tijd aan, omdat andere taken prioriteit hebben. Een deel van de geïnterviewde werkgevers uit de ICT-sector zou graag minder zzp’ers willen inhuren, omdat die voor hen relatief duur zijn en omdat ze goede mensen liever aan zich binden met een vast contract. Het afschaffen van de belastingvoordelen van zzp’ers zou hierbij kunnen helpen. Onder de geïnterviewde thuiszorgorganisaties bestaat onzekerheid over het aantal opdrachten dat in de toekomst vanuit de gemeente zal binnenkomen. Ook veranderingen in overheidsbeleid, bijvoorbeeld in de eigen bijdrage van zorgkosten, kunnen onzekerheden over de toekomstige vraag naar zorg met zich meebrengen. Hierdoor kunnen deze organisaties zich genoodzaakt voelen om flexibel te zijn om te kunnen inspelen op deze onzekerheden.

Deel deze pagina