Kopafbeelding publicaties CPB

Uitdagingen en beleidsrichtingen voor de Nederlandse welvaartsstaat

CPB Achtergronddocument, 17 november 2016

De Nederlandse arbeidsmarkt verandert door technologische vooruitgang, globalisering, migratie en een hoger opgeleide en vergrijzende beroepsbevolking. Daarnaast verblijft een groeiende groep werkenden in de flexibele schil en die heeft daardoor weinig tot geen toegang tot de verworvenheden van de welvaartsstaat.

Lees ook de Policy Brief en het bijbehorende persbericht.

In deze publicatie onderscheiden we drie functies van de welvaartsstaat: verzekeren, herverdelen en beschermen. De economische en demografische trends leiden tot grotere onzekerheden en vooral werkenden aan de onderkant van de arbeidsmarkt krijgen een verder toenemende behoefte aan verzekering en bescherming. Omdat de concurrentie aan de onderkant van de arbeidsmarkt op bijvoorbeeld arbeidsvoorwaarden toeneemt, neemt de effectiviteit van de overheid om verzekering en bescherming te bieden af.

De beleidsuitdaging is om werkenden aan de onderkant van de arbeidsmarkt verzekering en bescherming te bieden zonder het belang van de activerende werking en de financiële houdbaarheid van het stelsel uit het oog te verliezen. De overheid heeft weliswaar beperkte beleidsinstrumenten om de economische en demografische trends te beïnvloeden, maar heeft wèl invloed op de flexibilisering van de arbeidsmarkt via het arbeidsrecht en de arbeidsmarktinstituties.

We beschrijven drie beleidsrichtingen om de (on-)zekerheden op de arbeidsmarkt op een meer gelijke manier te verdelen en de balans tussen de voor- en nadelen van flexibele vormen van arbeid te herijken. En wel zodanig dat het grote gevolgen heeft voor de werkgelegenheid en de houdbaarheid van de welvaartsstaat. De eerste richting betreft een gerichte welvaartsstaat die minder verzekering en bescherming biedt, maar daarbij wel werkenden aan de onderkant meer kansen op een vaste baan biedt. De tweede richting betreft een corporatistische welvaartsstaat met nadruk op het verzekeren en beschermen van het arbeidsinkomen in een bedrijf of sector. Om concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen dient het gebruik van flexibele arbeid met minder goede voorwaarden strenger gereguleerd te worden. De derde richting betreft een universele welvaartsstaat met regelingen voor alle werkenden. Allen zijn dan verzekerd zodat het verschil tussen de contractvormen afneemt. Ieder van de beleidsrichtingen heeft zijn eigen voor- en nadelen en de weging daarvan is aan de politiek.

Deel deze pagina