Kopafbeelding publicaties CPB

Hoe anticyclisch is het Nederlandse discretionaire begrotingsbeleid?

CPB Achtergronddocument, 15 september 2015

Heeft in Nederland het discretionaire begrotingsbeleid in de periode 1970-2014 de conjunctuur gedempt of juist versterkt? Op basis van output gaps en structurele begrotingssaldi wordt in dit Achtergronddocument geanalyseerd in hoeverre het Nederlandse discretionaire begrotingsbeleid anticyclisch is geweest.

Lees ook de Macro Economische Verkenning (MEV) 2016.

Bij discretionair beleid zijn de begrotingseffecten via automatische stabilisatoren niet inbegrepen. Het beleid is anticyclisch als in hoogconjunctuur (output gap positief; in de figuren en tabellen is dit aangeduid met voorspoed) het begrotingsbeleid restrictief is (netto bezuinigingen en netto lastenverhogingen) en als in laagconjunctuur (output gap negatief; in de figuren en tabellen is dit aangeduid met tegenspoed) het begrotingsbeleid expansief is (netto intensiveringen en netto lastenverlagingen).

De analyse voor de jaren 1970-2014 wordt voor Nederland gepresenteerd in paragraaf twee. Daarbij zijn output gaps en structurele begrotingssaldi berekend op basis van de methodes die in EU-verband zijn afgesproken.  De gebruikte schattingen zijn met aanzienlijke onzekerheid omgeven.  Daarom wordt in paragraaf drie een gevoeligheidsanalyse gedaan. In paragraaf vier worden ook resultaten gepresenteerd voor andere EU-landen.

De conclusie van de analyse gepresenteerd in dit Achtergronddocument is dat het Nederlandse begrotingsbeleid in de afgelopen decennia vaak procyclisch is geweest. Dat geldt voor hoogconjunctuur en dat geldt, zelfs in sterkere mate, voor laagconjunctuur. Hiermee is geen algemeen oordeel gegeven over het gevoerde begrotingsbeleid. Daarvoor zijn immers ook andere facetten van het begrotingsbeleid relevant (houdbaarheid op lange termijn, allocatie, effect op de economische groei, effect op de inkomensverdeling).  Daar komt bij dat deze analyse gebaseerd is op de huidige inschattingen van output gap en structureel saldo. Literatuur over ramingen op het moment van de begrotingsbesluiten wijst op een verschuiving in de richting van anticyclisch beleid. Het is dus denkbaar dat de begroting op het moment dat de besluitvorming hierover plaatsvond, wel neutraal of anticyclisch was, maar dat achteraf niet bleek te zijn.

Bijlagen

Deel deze pagina