Kopafbeelding publicaties CPB

De MEV2017-raming en de Europese begrotingsregels

CPB Achtergronddocument, 20 september 2016

Voor Nederland zijn momenteel de begrotingsregels van de preventieve arm van het Stabiliteits- en Groeipact van belang. De preventieve arm ziet toe op het toegroeien naar en behouden van begrotingsevenwicht; een begroting is in evenwicht als het structurele EMU-saldo minimaal gelijk is aan de middellangetermijndoelstelling (MTO). Voor de preventieve arm zijn de volgende vier variabelen relevant: het feitelijke EMU-saldo, het structurele EMU-saldo, de overheidsschuld en de (gecorrigeerde) overheidsuitgaven.

Lees ook de Macro Economische Verkenning 2017.

De belangrijkste norm is dat Nederland het feitelijke overheidstekort beneden de 3% bbp houdt. Nederland zou weer met een buitensporigtekortprocedure te maken kunnen krijgen als blijkt dat het feitelijke overheidstekort in het afgelopen jaar meer dan 3% bbp bedroeg, of als het geraamde tekort meer dan 3% bbp is.  In alle ramingsjaren blijft het tekort minder dan 3% bbp. Als aan de 3%-norm is voldaan, wordt getoetst op begrotingsevenwicht. Voor Nederland dient het structurele EMU-saldo uiteindelijk minimaal gelijk te zijn aan zijn middellangetermijndoelstelling van het EMU-saldo (MTO): -0,5% bbp.  In 2015 en de twee ramingsjaren is het saldo negatiever dan de MTO.  De begroting is daarmee niet in evenwicht. 

Deel deze pagina