Kopafbeelding publicaties CPB

De politieke economie van de ombouw van de bpm: invoering en reparatie

CPB Achtergronddocument, 30 juni 2016

De grondslag van de aanschafbelasting op personenauto’s, de bpm, werd vanaf 2009 gewijzigd van een heffing op de cataloguswaarde van de nieuwe auto naar een heffing op de CO2-uitstoot van de auto. Daarmee werd beoogd de kopers te prikkelen tot aanschaf van zuinigere auto’s, zodat er een schoner wagenpark zou ontstaan dat bijdraagt aan een vermindering van de uitstoot van CO2.

Lees het persbericht, CPB Policy Brief 2016/08 en de volgende CPB Achtergronddocumenten:

In dit CPB Achtergronddocument beschouwen we de vergroening van de bpm als een voorbeeld van een belastinghervorming en zijn we op zoek naar de factoren die bijgedragen hebben aan de totstandkoming ervan. Deze casus is onderdeel van een studie naar de politieke economie van belastinghervorming, die is uitgemond in de CPB Policy Brief  2016/08 ‘De politieke economie van belastinghervormingen’.

We bespreken de politiek economische factoren die speelden bij de totstandkoming van de hervorming. Daarnaast betrekken we nadrukkelijk ook het vervolg van de hervorming in de analyse omdat na de invoering de bpm-opbrengsten uiteindelijk meer dan halveerden. De factoren die een rol speelden bij de beleidsreactie is in feite een tweede casus.

In dit CPB Achtergronddocument putten we uit bestaande documentatie, zoals Tweede Kamerverslagen en rapporten van andere onderzoeksbureaus. Een andere belangrijke bron zijn de interviews die we gevoerd hebben met betrokkenen. We hebben gesproken met betrokkenen uit de beleidsvoorbereiding, onderzoek, politiek en belangengroepen.

De aanloop naar de invoering van de ombouw van de bpm wordt eerst kort besproken. Een fel spoeddebat in de Tweede Kamer in de zomer van 2009 blijkt van groot belang geweest voor zowel de uiteindelijke totstandkoming van de hervorming als de budgettaire gevolgen ervan. Om tegemoet te komen aan de zorgen van de autobranche werd toen gegarandeerd dat de ombouw geen lastenverzwaring voor de automobilist zou betekenen. Sterker nog, het gedragseffect van de maatregel zou niet in het tarief omgeslagen worden; “dat voordeel steekt hij [de automobilist] dus in eigen zak.” Dat voordeel bleek uiteindelijk groot, want de gedragseffecten waren sterk en de derving van de bpm-opbrengsten omvangrijk.

In sectie 2 presenteren we een tijdlijn van de ontwikkelingen rond de bpm. Vervolgens bespreken we politiek-economische factoren die bijgedragen hebben aan de totstandkoming van de hervorming (sectie 3). In sectie 4 gaan we in op de derving van belastinginkomsten na de invoering en beschouwen we de beleidsreacties. Op basis daarvan proberen we de relevante lessen uit de casus van de ombouw van de bpm te trekken die gebruikt kunnen worden bij toekomstige belastinghervormingen.

Deel deze pagina