Kopafbeelding publicaties CPB

Een politiek-economische analyse van de groei en beperking van de hypotheekrenteaftrek

CPB Achtergronddocument, 30 juni 2016

In 2012 en 2013 zijn er substantiële maatregelen genomen om de omvang van de hypotheekrenteaftrek te beperken. Deze studie verklaart waarom er op dat moment wel voldoende draagvlak voor beperkende maatregelen was, terwijl deze maatregelen politiek lang onbespreekbaar waren, ondanks de vele rapporten van deskundigen. De omvang van de hypotheekrenteaftrek is sinds 1990 verviervoudigd met substantiële effecten op de huizenmarkt. Dit document bespreekt ook de achterliggende oorzaken van deze toename.

Lees het persbericht, CPB Policy Brief 2016/08 en de volgende CPB Achtergronddocumenten:

De politieke en economische omstandigheden van de stijging van de hypotheekrenteaftrek en de beleidsmaatregelen om die aftrek te beperken, worden in kaart gebracht. Daarbij wordt gebruik gemaakt van bestaande rapporten en een aantal interviews. Daaruit blijkt dat de toenemende welvaart en ruimere leennormen de stijging van de hypotheekrenteaftrek mogelijk hebben gemaakt, waarbij de fiscaal gedreven hypotheekproducten van belang waren. Politiek werd dat ook gesteund door een aantal politieke partijen die eigenwoningbezit nastreefden en de aftrek als een instrument voor inkomenspolitiek zagen. Rond de millenniumwisseling werd duidelijk dat de gevolgen van de vraag naar meer koopwoningen, mede vanwege de hypotheekrenteaftrek, tot hogere huizenprijzen leidden. Daarna verschenen er steeds meer rapporten van binnenlandse en buitenlandse instellingen die voor een beperking of zelfs afschaffing van de hypotheekrenteaftrek pleitten en steeds vaker met hervormingsvoorstellen kwamen. Langzamerhand raakten steeds meer politieke partijen daarvan overtuigd. Het budgettair beslag nam steeds meer toe en de fiscale bevoordeling van woningeigenaars werd door steeds meer partijen onrechtvaardig gevonden. Een politieke meerderheid wilde de hypotheekrenteaftrek echter in stand houden, het was immers ook een instrument voor inkomenspolitiek en men was bevreesd kiezers kwijt te raken. In 2010 was een beperking van de aftrek nog steeds voor verschillende politieke partijen onbespreekbaar.

De economische crisis deed de discussie kantelen. In de eerste plaats kwamen er nieuwe argumenten op: de hoge schulden versterkten de instabiliteit van de economie, en met minder hypotheekrenteaftrek kon dit op lange termijn beteugeld worden. Als gevolg van de daling van de huizenprijzen kwamen veel huishoudens (verder) onder water te staan. Daarnaast moest de overheidsbegroting verbeterd worden, mede onder druk van de Europese begrotingsregels. Bij de invulling van het zogenaamde Begrotingsakkoord in 2012 om aan die begrotingsregels te voldoen, kwamen huizenmarkthervormingen ter sprake. Met het Begrotingsakkoord is de annuïtaire aflossingseis in dertig jaar voor nieuwe hypotheken verplicht gesteld. Daarmee was de aanpassing van de hypotheekrenteaftrek geen taboe meer. Daarmee was het voor kabinet Rutte-II mogelijk verdergaande hervormingen op de koop en huurmarkt in te voeren, waarbij het maximale aftrektarief voor de hypotheekrenteaftrek met stapjes van 0,5%-punt per jaar wordt afgebouwd tot maximaal 38%.

Deze hervormingen werden doorgevoerd op het moment dat de politiek-economische factoren voor belastinghervormingen volgens de literatuur niet optimaal waren, zoals een electoraal mandaat en een gedegen politieke voorbereiding. Deze factoren waren echter niet doorslaggevend. De bijzondere situatie van de crisis en de daarbij behorende urgentie om maatregelen te nemen lijken de doorslag gevende factoren te zijn geweest, in combinatie met politiek leiderschap, maatschappelijk draagvlak, goede communicatie en framing en een stapel rapporten met beleidsmaatregelen waaruit gekozen kon worden. Die rapporten en eerdere maatregelen leidden ook tot hervormingsbewustzijn van dit onderwerp.

Deel deze pagina