January 21, 2019

The Incidence of Pension Contributions

This paper investigates the incidence of pension contributions using a unique longitudinal administrative dataset covering individual employees at different pension funds in the Netherlands for the period 2006-2012. With a panel-based difference-indifference approach, we estimate the response of wages, labor cost and hours worked to both marginal and average contribution rates, which provides us insight into the mechanisms underlying incidence.
No title

In contrast to the standard demand and supply model of labor we find that average contribution rates matter more for incidence than marginal rates. Moreover, we find that a substantial part of the burden (some 70%) is borne by employers. This is in line with the statutory contribution rates (on average 70-30 for employers and employees) but could also be explained by other factors such as non-salience or bargaining. Together our findings indicate that incidence is best explained by a bargaining model of wages, at least in the short and medium term considered in our analysis.

De afwenteling op werkgevers die wij vinden is groter dan die in eerdere studies. De meta-analyse in Melguízo en González-Páramo (2013) vindt dat tussen twee derde en 90% van sociale premies wordt afgewenteld op de werknemer en niet op de werkgever. Omdat er bij pensioensparen een directe opbrengst ontstaat, zou dit zelfs nog tot een grotere afwenteling op de werknemer kunnen leiden. Een verklaring voor onze geringe afwenteling op werknemers kan zijn dat Nederlandse werknemers onvoldoende bekend zijn met de (impliciete) opbrengst van pensioensparen in het algemeen en hun eigen opbrengst in het bijzonder.

We vergelijken onze empirische bevindingen met theoretische modellen. Onze resultaten komen niet overeen met het meest gangbare, standaardmodel van arbeidsvraag en -aanbod. Ze komen meer overeen met een onderhandelingsmodel waarbij de gemiddelde pensioenpremie de inzet van de werknemer bepaalt. Onze bevindingen kunnen ten dele ook verklaard worden met starre lonen. Daarvan is sprake als het tijd kost om lonen aan te passen aan veranderingen in arbeidsvraag en/of -aanbod. Onze huidige analyse kijkt naar veranderingen binnen drie jaar. Op langere termijn is de nominale loonstarheid juist minder en nemen vraag- en aanbodfactoren van arbeid in betekenis toe, zodat dan het standaardmodel de arbeidsmarkt waarschijnlijk beter beschrijft en de afwenteling naar werknemers meer in lijn komt met eerdere studies. Of dit zo is zal nader onderzoek moeten uitwijzen.

Authors

Nicole Bosch