This publication is in Dutch, there is no English translation!
December 3, 2021
CPB Column - Pieter Hasekamp

Eén kwartaal vertelt niet het hele verhaal

Photo of Pieter Hasekamp
Een jaar heeft vier kwartalen. Dat was het korte antwoord toen ik binnen het Centraal Planbureau (CPB) vroeg waarom we eigenlijk een decemberraming uitbrachten. Wie twee weken geleden de column van Mathijs Bouman in het FD heeft gelezen, weet dat deze update van de economische vooruitzichten vanaf dit jaar is geschrapt. De reden is simpel: de raming speelt geen enkele rol in de beleidsbepaling. De begrotingen zijn ingediend en grotendeels behandeld, het Belastingplan is al door de Tweede Kamer vastgesteld. Het rekenwerk aan een gedetailleerde raming kan dus best achterwege blijven. Maar de actuele ontwikkeling van de Nederlandse economie is wel interessant om te volgen.
Pieter Hasekamp
directeur of the CPB Netherlands Bureau for Economic Policy Analysis
Photo of Pieter Hasekamp

Dit essay van Pieter Hasekamp is op vrijdag 3 december 2021 ook gepubliceerd op de opiniepagina van Het Financieele Dagblad.

Bij de laatste raming, op Prinsjesdag, hield het CPB al rekening met een pessimistisch scenario waarbij Nederland opnieuw (deels) in lockdown zou gaan. Daardoor zou de economische groei in het vierde kwartaal van dit jaar 2%-punt lager uitkomen dan in het basisscenario, en in het eerste kwartaal van 2022 nog eens 0,7%-punt  lager.

Inmiddels hebben we inderdaad te maken met nieuwe contactbeperkingen. Moeten we dus concluderen dat de basisraming (3,9% bbp-groei voor heel 2021) te optimistisch was? Nee, want de afgelopen twee kwartalen waren juist beter dan eerder verwacht. Zelfs als de economie het vierde kwartaal met 1% krimpt, conform het pessimistische scenario, dan nog groeit de Nederlandse economie dit jaar met meer dan 4%.    


Consumptie blijft groeien

Dat zijn veel cijfers op een rij. Interessanter is het om te kijken naar de onderliggende trends op het terrein van de bestedingen, de arbeidsmarkt en de inflatie. Bij de bestedingen valt op dat de consumptie van huishoudens flink is blijven groeien, net als de (industriële) export – terwijl de investeringen achterblijven.

Dat laatste lijkt reden tot zorg. Maar het is opvallend dat de bedrijfsinvesteringen juist groeien en dat de investeringen in woningen, gebouwen en vervoermiddelen dalen. Ligt dat aan de capaciteitsknelpunten in de bouw of ook aan de veranderende vraag, waarbij het thuiswerken ervoor zorgt dat er minder gebouwen en lease-auto’s nodig zijn? Het is te vroeg om die vraag te beantwoorden, maar een combinatie van allebei is het meest waarschijnlijk.

De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt blijven verbazingwekkend. Volgens de laatste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ligt de werkloosheid inmiddels weer op hetzelfde, zeer lage, niveau van vóór de crisis (2,9% van de beroepsbevolking). Ook in het geval van een langere periode van contactbeperkingen verwacht het CPB geen forse stijging van het aantal werklozen, mede doordat het steunbeleid opnieuw door het demissionaire kabinet wordt ingezet. Opmerkelijker nog dan de werkloosheid is de arbeidsdeelname: Nederland is zo ongeveer het enige land in de Europese Unie waar die alweer boven het niveau van twee jaar geleden ligt.          


Geen paniek

Dan de inflatie. Dinsdag kwam het bericht dat de geharmoniseerde consumentenprijsindex in november 5,6% boven het niveau van een jaar geleden lag. Dat lijkt schrikbarend veel, zeker in het licht van de CPB-raming op Prinsjesdag, die uitging van een inflatie van 1,9% in 2021 en 1,8% in 2022. Maar pas op: dat zijn jaargemiddelden, het afgelopen jaar kende nog veel maanden met een bescheiden inflatie.  Ook als de inflatie tot begin volgend jaar op het huidige hoge niveau blijft, dan nog komt het jaarcijfer voor 2021 uit op 2,7%. En de verwachting is dat de prijzen van energie en grondstoffen in de loop van volgend jaar ook weer gaan dalen. Er is zeker reden tot zorg, maar niet tot paniek.

Natuurlijk zal de koopkracht lager uitkomen, maar dan is het ook goed om erop te wijzen dat de koopkrachtstijging in 2020, het eerste jaar van de coronacrisis, met 2,5% duidelijk hoger uitkwam dan verwacht.

Wat zegt dit nu over de Nederlandse economie? Ondanks de nieuwe lockdown zijn de vooruitzichten relatief gunstig. Onze binnenlandse bestedingen en export hebben in coronatijd veerkracht laten zien, en dat zal niet gauw veranderen. 

Wel zal de huidige lockdown, zeker als die langer aanhoudt, een drukkend effect hebben op de consumptie – en dat zal doorwerken naar de economische groei in 2022. In het op Prinsjesdag gepresenteerde pessimistische scenario komt die uit op 2,2%, 1,3% lager dan de basisraming.  Daar staat tegenover dat het aanbod van personeel op de arbeidsmarkt krap blijft, waarbij de nieuwe steunmaatregelen ervoor zorgen dat er ook in de getroffen sectoren relatief weinig bedrijven moeten stoppen of personeel moeten ontslaan. Dat is enerzijds goed nieuws – de werkloosheid blijft laag – maar kan er ook voor zorgen dat bedrijven moeilijk aan personeel komen. En dat ambitieuze plannen voor extra overheidsinvesteringen op korte termijn moeilijk te realiseren zijn.

Kortom, de nieuwe lockdown is dramatisch voor getroffen ondernemers, maar niet voor de Nederlandse economie als geheel. Er zijn zorgen over de koopkracht, maar niet elk nieuw cijfer moet ook leiden tot nieuwe maatregelen. De Nederlandse begrotingsregels, met een geordende beleidscyclus en één hoofdbesluitvormingsmoment, zijn juist bedoeld om dit soort hijgerigheid in het beleid tegen te gaan.

Een jaar heeft vier kwartalen – maar zelfs in een pandemie leidt niet elk kwartaal tot een ander beeld.     

respond via P.F.Hasekamp@cpb.nl

all columns and articles

Pieter Hasekamp

directeur of the CPB Netherlands Bureau for Economic Policy Analysis

respond via P.F.Hasekamp@cpb.nl

Dit essay van Pieter Hasekamp is op vrijdag 3 december 2021 ook gepubliceerd op de opiniepagina van Het Financieele Dagblad.

Read more about