This publication is in Dutch, there is no English translation!
March 31, 2022
CPB Column - Diederik Dicou

Geen glazen bol, wel een prisma

Photo of Diederik Dicou
“Ping!” Een pushbericht op mijn telefoon: ‘CPB raamt historische koopkrachtdaling.’ Ik heb er gemengde gevoelens bij. Ik ben ijdel genoeg om het interessant te vinden als mijn werk in het nieuws is, maar een historische stijging was toch leuker geweest… Daar komt nog iets bij: paradoxaal genoeg is er meer aandacht voor ons werk wanneer we er minder goed in zijn. Noem het de wet van de waarzegger: hoe mistiger de glazen bol, hoe meer toeschouwers.
Diederik Dicou
Hoofd sector of the CPB Netherlands Bureau for Economic Policy Analysis
Photo of Diederik Dicou

Uitspraken doen over de economische ontwikkeling is altijd een hachelijke onderneming. Niet voor niets noemen we onze cijfers geen voorspelling, maar een raming. Daarmee proberen we uit te drukken dat de economie inherent onvoorspelbaar is. Dat komt onder andere doordat je te maken hebt met menselijk gedrag. Niet alleen zijn mensen wispelturige wezens, ze laten zich ook nog eens beïnvloeden door de raming zelf: twee dagen na het verschijnen van onze koopkrachtraming kwam het kabinet met een koopkrachtreparatie om ervoor te zorgen dat onze raming geen werkelijkheid wordt. Bewuste sabotage!

Gebeurtenissen

En dat is nog niet het moeilijkste probleem waarvoor een economisch ramer zich geplaatst ziet. Dat zijn, om met de Britse premier Macmillan te spreken: “Events, dear boy, events.” Een pandemie bijvoorbeeld. Of, inderdaad, een oorlog. Externe gebeurtenissen laten zich niet voorspellen, en zijn ook moeilijk in het moment zelf te duiden. Omslagpunten zijn ook notoir lastig: zelfs als je weet dat een omslag waarschijnlijk is (“what goes up, must come down”), dan nog laat de timing en de snelheid van die correctie zich nauwelijks voorspellen. Daarnaast doet zich nog een praktisch probleem voor: het maken van een raming kost tijd, bij het CPB ongeveer vier weken. Dus als de wereld snel verandert, loop je altijd achter de feiten aan.

En toch heeft het zin om een economische raming te maken. Want ook in onzekere tijden moet er een overheidsbegroting worden gemaakt en moeten beleidsvoorstellen worden doorgerekend – daarvoor moet je je toch ergens op baseren. En dus gaan we aan de slag: we verzamelen de meest recente data over economische indicatoren en al bekende toekomstige ontwikkelingen, zoals een aangekondigde belastingverlaging bijvoorbeeld, of een al afgesproken loonstijging. Die informatie combineren we met wat we weten over de theoretische en historische relaties tussen economische variabelen, gevat in economische modellen. De verbanden in zo’n model gaan meestal op, maar zijn nooit absoluut. Daarom combineren we modeluitkomsten met ‘expert judgement’: een gefundeerd oordeel, na grondige interne discussie, over hoe we de actuele ontwikkelingen moeten vertalen in economische vooruitzichten. Daarvoor is het belangrijk dat je je modellen goed kent: waar zijn ze goed in, wat zijn blinde vlekken? Als je weet dat sommige modellen het in turbulente omstandigheden beter doen dan andere [link], kun je daar gebruik van maken om je raming te verbeteren.

Aanvullend inzicht

Als er zoals nu sprake is van fundamentele onzekerheid, kunnen we bovendien aanvullend inzicht bieden. Onze modellen en economisch inzicht zijn geen glazen bol, maar wel een prisma, dat kan helpen om de verschillende facetten van een economische schok te laten zien. Dat kan door naast een raming een set scenario’s te maken. Een scenario geeft een consistent beeld van een mogelijke uitkomst. Daarmee zeg je niet zoveel over de waarschijnlijkheid van die uitkomst, maar wel iets over de samenhang van ontwikkelingen: als A zich voordoet, is B ook waarschijnlijk. Die scenariobenadering hebben we ingezet aan het begin van de coronacrisis [link], en ook de afgelopen weken hebben we verschillende scenario’s geschetst [link] en analyses gegeven [link] van mogelijke gevolgen van de inval in Oekraïne. Door de verschillen in scenario’s te analyseren, kun je iets zeggen over de gevoeligheid van bepaalde veronderstellingen. En door juist te kijken naar de overeenkomsten in scenario’s, kun je conclusies trekken over welke beleid in elk geval wenselijk is (‘no regret-beleid’).

Er is wel een dilemma: scenario’s laten zich lastig vangen in een pushbericht. Die koopkrachtdaling is niet in alle scenario’s historisch (hoewel hij in een somber scenario [link] nog veel historischer is). En hij geldt ook niet voor iedereen [link, pagina 48]. Dus ik hoop dat al die extra toeschouwers zich niet blindstaren op de getallen in onze raming, maar dat we ze juist voor de kleurenpracht van ons prisma kunnen interesseren.

Diederik Dicou

  • more about Diederik

all columns and articles

Diederik Dicou

Hoofd sector of the CPB Netherlands Bureau for Economic Policy Analysis

  • more about Diederik
Get in touch