12 november 2009

De bijdrage van handelsbeleid aan de openheid van de Nederlandse economie

Handelsbeleid levert de Nederlandse burger jaarlijks gemiddeld zo'n 1400 euro op

Persbericht
De afspraken over vrijere handel binnen de wereldhandelsorganisatie (WTO) en haar voorganger en de realisatie van de interne markt in de EU hebben de openheid van de Nederlandse economie aanzienlijk vergroot en daardoor ook voor economische groei gezorgd.

Als gevolg van lagere importtarieven, minder non-tarifaire belemmeringen en de voltooiing van de interne markt is de openheid van de Nederlandse economie flink toegenomen: goederenhandel maakt een groter gedeelte van het bbp uit. Deze extra openheid draagt 6 à 8 procent bij aan de Nederlandse bbp-groei sinds 1970. Uiteindelijk levert dit beleid thans jaarlijks zo'n 1200 tot 1600 euro per inwoner op.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit het vandaag gepubliceerde CPB Document 194 'The contribution of trade policy to the openness of the Dutch economy'.

De groei van de goederenhandel
Tussen 1970 en 2005 is de openheid van de Nederlandse economie toegenomen met 29 procentpunten. Hierbij is openheid gedefinieerd als de waarde van goederenexport en -import, inclusief wederuitvoer, gedeeld door de waarde van het bbp. Een econometrische analyse laat zien dat handel toeneemt als het Nederlandse bbp en dat van onze handelspartners groter worden. Doordat de productieomvang toeneemt zijn er meer goederen die geëxporteerd kunnen worden en als gevolg van de inkomensstijging kunnen landen ook meer goederen importeren. Het is zelfs zo dat handel sneller groeit dan het inkomen doordat bedrijven naar verhouding meer gaan exporteren omdat in het buitenland meer afzetmogelijkheden zijn. Iets dergelijks geldt ook voor import.

De groei van de economie is echter niet de enige reden dat de openheid van de Nederlandse economie groter is geworden. Lagere importtarieven, minder non-tarifaire handelsbarrières (zoals technische en veiligheidseisen aan elektrische producten) en de totstandkoming van de interne markt in de Europese Unie hebben ook bijgedragen aan de toename van de openheid. Het liberaler handelsbeleid heeft de openheid met 16 procentpunten vergroot. Dat is iets meer dan de helft van de hierboven genoemde totale stijging van 29 procentpunten. Het handelsbeleid heeft echter vooral een groot effect gehad op de toename van de wederexport. Zonder wederexport kan slechts een stijging van 8 procentpunten van de openheid aan het vrijere handelsbeleid worden toegeschreven, maar dan zou de totale toename van de openheid ook een stuk kleiner zijn geweest.

Het effect van handelsbeleid op het inkomen
Nadat het effect van liberaler handelsbeleid op de handel in goederen is vastgesteld, kan het extra inkomen per Nederlander worden berekend. Extra handel stimuleert de productie en de concurrentie en op langere termijn ook innovatie en productiviteit. Door middel van een geschatte relatie tussen bbp en openheid van de economie is vastgesteld in hoeverre een toename van de openheid tot een inkomensstijging leidt. Gemiddeld genomen draagt het handelsbeleid cumulatief voor ongeveer 6 tot 8 procent bij aan de bbp-groei in Nederland, en leidt het uiteindelijk tot een extra inkomen per jaar van 1200 tot 1600 euro per hoofd van de bevolking. Het bbp-effect voor Nederland is groter dan de 3 à 4% bbp-toename voor de EU als geheel, omdat de openheid van de Nederlandse economie relatief groot is en het vrijere handelsbeleid daardoor een groter effect op de Nederlandse handel heeft.

De explosieve toename van direct buitenlandse investeringen
De directe buitenlandse investeringen (DBI) zijn sinds de jaren tachtig met gemiddeld ongeveer 18 procent per jaar toegenomen. Dat is veel meer dan de gemiddelde groei van de handel. De jaarlijkse toenames van de DBI zijn zeer variabel en afhankelijk van de conjunctuur. Ongeveer de helft van de toename is het gevolg van de groei van de economie. De deregulering van kapitaalmarkten en het EU-lidmaatschap hebben ook bijgedragen aan de DBI-groei, maar deze bijdrage is beperkt.

Lees hier het bijbehorende persbericht.

Handelsbeleid, bestaande uit lage importtarieven, minder handelsbarrières en de totstandkoming van de interne markt, heeft ook een substantiële impact op handel, maar wel veel kleiner. Als het handelsbeleid sinds 1970 niet geliberaliseerd was, dan zou de handel (exclusief wederexport) als percentage van het bbp 8%-punten lager zijn geweest.

We concluderen dat handelsbeleid sinds 1970 voor 6 tot 8% aan het Nederlandse bbp heeft bijgedragen door het handelsverhogende effect van beleid op het bbp te schatten. Directe Buitenlandse Investeringen hebben de laatste twintig jaar een substantiële maar volatiele groei laten zien. BBP-veranderingen kunnen de helft van deze stijging verklaren, de deregulering van kapitaalmarkten slechts een klein gedeelte.

Dit is een Engelstalige publicatie.

Contactpersonen