19 juli 2002

Economische gevolgen van het Strategisch Akkoord 2003-2006

Begrotingsoverschot 2006 bij Strategisch Akkoord 0,6% BBP

Persbericht
De maatregelen uit het Strategisch Akkoord van 3 juli 2002 leiden in het voorzichtige groeiscenario tot een begrotingsoverschot van 0,6% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) in 2006. Bij ongewijzigd beleid zou dit 0,3% zijn.

Het effect van het Strategisch Akkoord op het begrotingssaldo bedraagt met andere woorden 0,3%-punt BBP: 0,6% minus 0,3% bij ongewijzigd beleid.
Op korte termijn leiden de maatregelen tot een geringe beperking van de economische groei. Op lange termijn is het ingezette beleid, en met name de maatregelen in de WAO en de WW, wel bevorderlijk voor de economische groei.
Dat de maatregelen uit het Strategisch Akkoord vooral op de lange termijn een positief effect hebben, komt ook naar voren bij het begrotingssaldo. Waar de maatregelen leiden tot een verbetering van het begrotingssaldo in 2006 met de hiervoor genoemde 0,3%-punt, verbetert het begrotingssaldo structureel zelfs met 0,9%-punt.

Dit meldt het Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag verschenen CPB Document Economische gevolgen van het Strategisch Akkoord 2003-2006. Dit document beschrijft de budgettaire effecten, de macro-economische effecten en de inkomenseffecten van het voorgenomen kabinetsbeleid.

De koopkrachtontwikkeling van de meeste huishoudens komt over de periode 2003-2006 positief uit. De omvangrijke inkomenseffecten als gevolg van de stelselwijziging in de zorg, worden gemiddeld genomen gecompenseerd door maatregelen in de fiscale sfeer en door nieuwe instrumenten als de premievrijstelling voor kinderen en de zorgtoeslag voor huishoudens met een laag (gezamenlijk) inkomen.

De resultaten wijken in geringe mate af van de op 3 juli gepubliceerde CPB Notitie Economische gevolgen van het Strategisch Akkoord. Zo is het voorzichtige groeiscenario aangepast aan de nieuwe ramingen voor 2002 en 2003, zoals op 20 juni gepubliceerd in het CPB Report 2002/2, en zijn de wijzigingen verwerkt die na 29 juni in het Strategisch Akkoord zijn aangebracht.

Woordvoerders

Paul Besseling Lees verder
Marcel Lever Lees verder
Dick Morks Lees verder

Lees ook het bijbehorende persbericht.

In het Strategisch Akkoord is ervoor gekozen om een voorzichtig groeiscenario te hanteren als uitgangspunt voor het budgettaire beleid. In november 2001 heeft het CPB uitgebreid verslag gedaan van twee economische scenario's voor de middellange termijn, een voorzichtig en een optimistisch scenario. In mei 2002 zijn deze scenario's aangepast aan de inzichten voor 2002 en 2003 zoals in april gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan 2002. Ten behoeve van de analyse in dit document is het voorzichtige scenario geactualiseerd op basis van de korte-termijn inzichten uit juni 2002. Voor de meeste variabelen betekent dit nauwelijks een wijziging ten opzichte van de actualisatie uit mei 2002. Belangrijke uitzondering vormen de budgettaire cijfers. Met name door een neerwaartse bijstelling van de geraamde belasting- en premie-inkomsten, die voor een deel van structurele aard is, komt het EMU-saldo in het voorzichtige scenario in 2006 uit op 0,3% BBP, 0,1%-punt lager dan in mei 2002 werd verwacht. De eerste kolom in tabel 3.1 geeft een overzicht van het actuele voorzichtige scenario.

In paragraaf 2 worden de maatregelen uit het Strategisch Akkoord op hoofdlijnen beschreven; in de bijlagen is een gedetailleerde opsomming van alle maatregelen opgenomen. Voor zover maatregelen in het Strategisch Akkoord niet (concreet genoeg) zijn uitgewerkt, heeft het CPB voorlopige, technische, aannames gemaakt over de vormgeving en invulling van deze maatregelen. Het betreft onder meer de invulling van de nieuwe kinderkorting, die bij de berekeningen vooralsnog bovenop de al bestaande kinderkorting is gezet. Het ligt in de rede dat er uiteindelijk maar één nieuwe kinderkorting zal komen met een totaal budgettair beslag gelijk aan de beide kinderkortingen die vooralsnog zijn ingezet. Paragraaf 3 gaat in op de macro-economische en de budgettaire uitkomsten. Het resulterende koopkrachtbeeld wordt in paragraaf 4 beschreven. In deze paragraaf wordt tevens uitgebreid ingegaan op de financiering van het nieuwe zorgstelsel, inclusief de bijbehorende inkomensmaatregelen.