21 augustus 2006

Second opinion op de Aanvullende KBA Planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere

De files tussen Almere en Amsterdam kunnen snel worden aangepakt

Persbericht
Een verbreding van de A1 plus enkele aansluitende wegen kan op betrekkelijk korte termijn al wat doen aan de vele files op de wegen van Almere en 't Gooi naar Amsterdam. Dat kost 1 tot 1,5 mld euro. Daarentegen is het niet zo eenvoudig om de files aan te pakken op de ring ten zuiden van Amsterdam, de A9 van Diemen tot Schiphol.

Het afgelopen jaar werd gesproken over verschillende oplossingen, waaronder een nieuw stuk weg met een tunnel langs het Naardermeer. Maar die oplossingen helpen weinig om de reistijden op de zuidelijke ring te bekorten. Bovendien zijn die oplossingen nogal duur: nog eens 1,5 tot 2,5 mld euro extra.

Dit concludeert het Centraal Planbureau op basis van de Aanvullende Kosten-Batenanalyse Planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere van Rijkswaterstaat. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft het CPB gevraagd een second opinion op het onderzoek van Rijkswaterstaat uit te brengen. In de second opinion, vandaag gepubliceerd als CPB Notitie, plaatst het CPB enkele kritische kanttekeningen bij de aanpak van het onderzoek.

Goed aan het onderzoek is dat Rijkswaterstaat nu een echte knelpuntenanalyse heeft uitgevoerd voor de wegen in het studiegebied. Daaruit blijkt dat de grootste knelpunten zich voordoen op de A1 en de daarop aansluitende wegen. In Amsterdam is dat de A10-Oost, en richting Almere is dat de A6. Voorts blijkt uitbreiding van de wegcapaciteit juist op deze trajecten niet al te duur te zijn, alles bij elkaar 1 tot 1,5 mld euro. De bouwtijd kan beperkt blijven tot maximaal 4 jaar. Dit heeft geleid tot een nieuwe variant, de Locatiespecifieke Variant genoemd, waarvan de kosten-batenanalyse (KBA) een maatschappelijk rendement van 5% tot 10% laat zien. Dat is tamelijk hoog.

Het onderzoek van Rijkswaterstaat werpt ook nieuw licht op de twee varianten die al langer in discussie zijn, de zogenaamde Stroomlijnvariant en Verbindingsvariant. Beide varianten omvatten, in meerdere of mindere mate, ingrepen op de A6, de A1 en de A10, de trajecten die in de Locatiespecifieke Variant aangepakt worden. Die onderdelen van beide varianten lijken maatschappelijk rendabel. De resterende onderdelen van beide varianten dragen echter heel weinig bij aan de verbetering van de doorstroming van het verkeer. Het gaat dan vooral om de A9 door Amsterdam Z-O, de A9 door Amstelveen en de eventuele nieuwe weg met een tunnel langs het Naardermeer. Het onderzoek van Rijkswaterstaat wijst uit dat sommige van die onderdelen, zoals de tunnel, goedkoper zijn dan eerder werd berekend. Desondanks laten aanvullende berekeningen van het CPB zien dat deze investeringen vooralsnog maatschappelijk niet rendabel zijn. Dat komt omdat deze resterende onderdelen weinig bijdragen aan het verhogen van de snelheid op de zuidelijke ring. In het onderzoek van Rijkswaterstaat wordt dit aspect onvoldoende naar voren gebracht.

Daarnaast plaatst de second opinion enkele kritische kanttekeningen bij de presentatie van de uitkomsten en bij de onderzoeksmethode. Zo zijn de berekeningen alleen uitgevoerd voor een scenario met een relatief hoge groei van de toekomstige mobiliteit. Een analyse met meerdere scenario's was op zijn plaats geweest.

Woordvoerders

Paul Besseling Lees verder
Dick Morks Lees verder

Lees ook het bijbehorende persbericht.

Daaruit blijkt dat de grootste knelpunten zich voordoen op de A10-Oost, de A1 en de A6. Voorts blijkt uitbreiding van de wegcapaciteit juist op deze trajecten niet al te duur te zijn, alles samen 1 á 1½ mld euro. Dit heeft geleid tot een nieuwe variant, de Locatiespecifieke variant genoemd, waarvan de kosten-batenanalyse (KBA) een maatschappelijk rendement van 5% á 10% laat zien.

Het werpt een nieuw licht op de twee varianten die tot voor kort in discussie waren, de Stroomlijnvariant en de Verbindingsvariant. Beide varianten omvatten ook, in meerdere of mindere mate, ingrepen op de A6, de A1 en de A10. Die onderdelen van beide varianten zijn blijkbaar maatschappelijk rendabel. De resterende onderdelen van beide varianten zouden elk op hun eigen merites beoordeeld moeten worden. Het gaat dan vooral om de Gaasperdammerweg door Amsterdam Z-O, de A9 door Amstelveen en de eventuele nieuwe A6/A9-verbinding tussen de knooppunten Holendrecht en Muiderberg.

Het onderzoek wees uit dat sommige van die onderdelen goedkoper zijn dan eerder werd berekend. Desondanks laten tentatieve berekeningen zien dat ze vooralsnog maatschappelijk niet rendabel zijn. Dat komt omdat deze resterende onderdelen verkeerskundig onvoldoende probleemoplossend zijn: ze dragen onvoldoende bij aan het verhogen van de snelheid in het studiegebied of aan het beperken van de verliestijd. De Aanvullende KBA geeft helaas geen goed inzicht in de kosten en baten van deze resterende onderdelen van beide varianten. Daarnaast plaatst deze second opinion enkele kritische kanttekeningen bij de presentatie van de uitkomsten en bij de validiteit van enkele conclusies.

Lees meer over