16 april 2008

Statische efficiency in Nederlandse supermarktketens

Consumenten profiteren van toegenomen concurrentie onder supermarkten en fabrikanten

Persbericht
In de periode 1993-2005 heeft een verdere concentratie plaatsgevonden onder supermarkten. Anders dan wellicht te verwachten viel, heeft dit niet geleid tot hogere winstmarges voor de supermarkten.

Integendeel: er is alleen maar meer concurrentie tussen supermarkten onderling gekomen, vooral omdat consumenten prijsbewuster zijn gaan winkelen en dus eerder overstappen naar een concurrent als zij een supermarkt te duur vinden. Bovendien hebben supermarktketens als Lidl en Jumbo zich ontwikkeld van lokale speler tot supermarktbedrijf op landelijk niveau, met meer concurrentie tot gevolg.

Niet alleen de concurrentie tussen supermarkten, maar ook die tussen voedingsmiddelenfabrikanten onderling is toegenomen. In Nederland heeft dit voor beide sectoren geleid tot lagere winstmarges in de periode 1993-2005. Consumenten hebben hiervan kunnen profiteren door relatief lagere prijzen in de supermarkten. De prijzenoorlog sinds 2003 heeft de marges van supermarkten alleen nog maar verder onder druk gezet. De voedingsmiddelenfabrikanten zijn niet eenzijdig de dupe van deze prijzenoorlog tussen supermarkten. Zowel supermarkten als fabrikanten hebben een veer moeten laten.

Deze conclusies trekken de onderzoekers Harold Creusen, Arno Meijer, Henry van der Wiel en Gijsbert Zwart van het Centraal Planbureau (CPB) in de studie 'Static efficiency in the Dutch supermarket chain'. De onderzoekers hebben gekeken welke veranderingen in marktmacht onder supermarkten en onder voedingsmiddelenfabrikanten zich hebben voorgedaan. Ook is gekeken naar hoe voedingsmiddelenfabrikanten en supermarktbedrijven onderling concurreren. De empirische analyse is gebaseerd op Nederlandse bedrijfsdata over de jaren 1993-2005, aangevuld met andere bronnen.

Aanleiding voor het onderzoek: prijzenslag en concentratie onder supermarkten
De markt voor supermarkten wordt gekenmerkt door een hoge concentratiegraad, met AH en C1000 als twee grootste spelers. Het aantal zelfstandige supermarkten is tussen 1993 en 2005 gehalveerd, terwijl enkele supermarktketens zijn gefuseerd of overgenomen. Deze concentratietendens is de afgelopen jaren alleen maar versterkt, nu Edah en Konmar van de markt zijn verdwenen. Met enige regelmaat uiten voedingsmiddelenfabrikanten de angst dat een toenemende concentratie onder supermarkten de marktmacht van supermarkten over fabrikanten en consumenten vergroot. Dit zou voor consumenten op termijn kunnen leiden tot hogere winkelprijzen en voor fabrikanten tot lagere marges. De supermarkten zouden in dat perspectief uiteindelijk de winnaars zijn.

Daar komt bij dat vanaf eind 2003 een prijzenslag tussen supermarkten is ingezet. Ook die prijzenslag gaat volgens sommige voedingsmiddelenfabrikanten vooral ten koste van hun winstmarges, omdat zij gedwongen zouden worden genoegen te nemen met lagere prijzen.

Lagere verkoopmarges voor voedingsmiddelenfabrikanten én supermarkten
De empirische resultaten laten zien dat de verkoopmacht van supermarkten in de periode 1993-2005 afnam. De winstmarges van supermarkten zijn gemiddeld genomen bijna gehalveerd. Supermarkten concurreren onderling nu sterker dan in begin jaren negentig. Een van de redenen kan zijn dat consumenten prijsbewuster zijn geworden. Uit marktonderzoeken blijkt dat als consumenten een supermarkt te duur vinden, ze tegenwoordig eerder geneigd zijn hun boodschappen te doen bij een concurrent.

De verkoopmacht van voedingsmiddelenfabrikanten is eveneens afgenomen, mogelijk door meer concurrentie op de Europese interne markt. Dit heeft geleid tot winstmarges die zo'n 25 procent lager liggen dan begin jaren negentig.

Lagere marges fabrikanten niet door toename inkoopmacht
In hoeverre zijn de lagere winstmarges van de fabrikanten van voedingsmiddelen het gevolg van meer macht (de zgn. inkoopmacht) van supermarktketens zoals AH, C1000 en Aldi of van inkoopcombinaties van supermarkten? Het onderzoek laat zien dat de krachtsverhouding tussen inkopers en leveranciers per saldo niet is veranderd, en zeker niet na 2003. Weliswaar bieden bijvoorbeeld huismerken supermarkten een sterkere onderhandelingspositie, maar fabrikanten hebben ook meer onderhandelingsmacht gekregen vanwege de sterkere concurrentie tussen supermarkten onderling en de grotere afzetmogelijkheden buiten de Nederlandse supermarkten om. Beide marktpartijen hebben in de periode 1993-2005 een veer moeten laten ten gunste van de consument. Specifiek zijn er geen aanwijzingen dat de prijzenslag alleen over de rug van fabrikanten wordt gespeeld. De gemiddelde winstmarge van voedingsmiddelenfabrikanten is minder gedaald dan die van supermarkten, en ook absoluut gezien ligt hun winstmarge zeker niet onder die van supermarkten.

Op productniveau kunnen verschillen in inkoopmacht bestaan. Zo ondervinden fabrikanten van verse voedingswaren vermoedelijk meer inkoopmacht van supermarkten dan (voornamelijk merk)producenten van houdbare voedingsmiddelen. Niettemin zijn er geen aanwijzingen dat deze inkoopmacht zou zijn toegenomen in de onderzochte periode.

Databeperkingen
De studie kent beperkingen wat betreft beschikbare data. Dit speelt bijvoorbeeld bij de productvariëteit binnen productcategorieën. Het aantal aangeboden soorten wasmiddelen, chips, margarine etc. zou kunnen zijn afgenomen door de (recente) ontwikkelingen onder supermarkten en fabrikanten. Ondanks het eventuele prijsvoordeel, kan dit voor consumenten minder goed uitpakken als zij willen kiezen uit veel verschillende soorten. Datamateriaal om dit te onderzoeken ontbreekt echter.

Contactpersonen

Lees ook het bijbehorende persbericht.

De studie gebruikt een theoretisch raamwerk met de nadruk op recente inzichten over inkoopmacht van supermarkten aan de inkoopzijde. Supermarkten kunnen hun inkoopmacht versterken door bijvoorbeeld huismerken naast A-merken op te nemen in hun assortiment. Met bedrijfsgegevens over de periode 1993-2005 laten we zien dat zowel tussen supermarkten als tussen fabrikanten de concurrentie heftiger is geworden en dat de gemiddelde marges op beide markten in de supermarktketen zijn gedaald. Daarnaast vinden we geen overtuigend bewijs dat door meer inkoopmacht van supermarkten hun winsten na 1993 toenamen ten koste van de fabrikanten. Tot slot, consumenten hebben geprofiteerd van lagere prijzen en dat kwam ceteris paribus ten goede aan de welvaart.

Dit is een Engelstalige publicatie.

Downloads

Contactpersonen

Lees meer over