29 augustus 2006

Wie heeft er baat bij belastingverlagingen in de Europese Unie?

EU-lidstaten hebben weinig baat bij verlaging van winstbelasting

Persbericht
EU-lidstaten hebben weinig baat bij verlaging van winstbelasting. Europese lidstaten profiteren per saldo weinig van een budgetneutrale tariefsverlaging van de vennootschapsbelasting (Vpb).

De voordelen van een verschuiving van belasting van kapitaal naar arbeid zijn een toename van investeringen door binnenlandse en buitenlandse bedrijven en een verhoging van de fiscale winsten. Deze voordelen moeten worden afgewogen tegen de hogere verstoring van de arbeidsmarkt. Slechts in landen met hoge tarieven van de vennootschapsbelasting en grote buitenlandse belangen, waaronder Nederland, pakt een belastingverschuiving positief uit. Concurrentie op Vpb-tarieven pakt voor veel lidstaten nadelig uit, vooral als een eenzijdige verlaging navolging krijgt in andere lidstaten.

Dit concluderen de onderzoekers Leon Bettendorf, Joeri Gorter en Albert van der Horst van het Centraal Planbureau in het vandaag verschenen CPB Document 'Who benefits from tax competition in the European Union?'. Het CPB heeft een model ontwikkeld voor de analyse van de vennootschapsbelasting in de Europese Unie. Met dit model zijn de lange-termijneffecten onderzocht van zowel eenzijdige verlagingen als van gecoördineerde aanpassingen van de Vpb-tarieven.

Europese landen zijn met elkaar verwikkeld in een fiscale concurrentiestrijd. Nederland en diverse andere EU-lidstaten hebben hun tarieven van de vennootschapsbelasting verlaagd, of hebben plannen voor een verlaging. Vaak gaat deze verlaging van de tarieven gepaard met een verbreding van de grondslag, zodat het effectieve tarief niet of nauwelijks verandert. Alternatieve vormen van financiering die in deze studie zijn onderzocht, zijn een verhoging van de belastingtarieven op looninkomen en op consumptie.

Een verschuiving van de belasting op kapitaalinkomen naar alternatieve belastingvormen is voor sommige lidstaten aantrekkelijk, maar voor andere niet. Een eenzijdige verlaging van het Vpb-tarief zorgt voor een toename van investeringen door zowel binnenlandse als buitenlandse bedrijven. Bovendien geeft dit internationaal opererende ondernemingen een prikkel om hun fiscale winst naar dit land te verschuiven. Deze voordelen zijn vooral van belang voor landen met veel internationaal opererende bedrijven, zoals Ierland, België en Nederland. Tegenover het al genoemde positieve effect op investeringen en fiscale winsten staat een verlies aan belastingopbrengsten. Compensatie door middel van een verhoging van de belastingen op arbeid of op consumptie doet het positieve effect op het bruto binnenlands product (bbp) en werkgelegenheid geheel of gedeeltelijk teniet. Een eenzijdige verlaging van de belasting op kapitaal zal zorgen voor een welvaartsverbetering in relatief open economieën met hoge Vpb-tarieven, waartoe Nederland behoort, maar zal in meer gesloten economieën met lagere tarieven, zoals Griekenland, negatief uitpakken. Zo zal een verlaging van de Vpb-tarieven met 5 procentpunt, gefinancierd met een verhoging van de belasting op arbeid, zorgen voor een toename van het bbp met 0,5 - 1% in België, Duitsland en Nederland, maar zal de economische groei afremmen in landen als Griekenland en Italië.

Een eenzijdige verlaging van de vennootschapsbelasting kan reactie oproepen in andere lidstaten, zodat ook zij hun tarieven verlagen. Deze reactie vermindert de potentiële voordelen van een tariefsverlaging, doordat lidstaten niet kunnen profiteren van voordelige winstverschuiving door multinationals en zij minder buitenlandse investeringen zullen aantrekken. De nadelen van een belastingherziening, met name het verhogen van alternatieve belastingen, blijven echter intact. Per saldo pakt een gezamenlijke verlaging van de Vpb-tarieven dan ook nadelig uit voor de meeste EU-lidstaten.

Hoewel een tariefsverlaging van vennootschapsbelasting ten koste gaat van andere lidstaten, zijn de prikkels om deel te nemen aan een fiscale concurrentiestrijd gering. Zelfs als alle andere lidstaten hun tarief met 10 procentpunt verlagen, laten modelberekeningen zien dat de optimale reactie van open economieën als Nederland een verlaging van het tarief met hooguit 2 procent-punt is. Voor meer gesloten economieën zijn de prikkels om mee te doen in de concurrentiestrijd nog veel kleiner - het geringe verlies aan belastingontvangsten door tariefsverlagingen in andere lidstaten weegt niet op tegen de nadelige gevolgen van de verschuiving van belasting van kapitaal naar arbeid. Slechts voor landen met grote onderlinge belangen kan onderlinge afstemming van de belastingtarieven, in de vorm van geharmoniseerde of minimumtarieven, voordelig zijn. Door deze inperking van de fiscale concurrentiestrijd kan een 'race to the bottom' in de Vpb-tarieven voorkomen worden.

Woordvoerders

Albert van der Horst Lees verder

Lees ook het bijbehorende persbericht.

Binnenlandse verstoringen blijken belangrijk te zijn: zelfs een unilaterale verlaging van de tarieven kan ten koste gaan van welvaart door de benodigde verhoging van de belasting op looninkomen. Winstverschuiving is een belangrijke reden voor landen om onder elkaars tarieven te duiken, vooral als landen economisch sterk met elkaar verbonden zijn. De nadelige externe effecten van belastingverlagingen zijn echter beperkt, wat de noodzaak voor Europese coordinatie beperkt.

Dit is een Engelstalige publicatie.

Contactpersonen

Foto Leon Bettendorf
Leon Bettendorf +31 6 46350704 Lees verder
Joeri Gorter Lees verder
Albert van der Horst Lees verder