27 november 2020

Column - Keep it sensitive

Bij het CPB willen we graag relevant zijn, én onpartijdig. Werk doen dat aansluit op de actualiteit, bijdragen aan het publieke debat. Niet met meningen, maar door het aandragen van feiten en onderbouwde beweringen: met analyses en doorrekeningen, gebaseerd op onze modellen en de stand van de economische wetenschap. Zo zien we onszelf het liefste: als een verkoelend plensje water over een verhitte twitterdiscussie. Maar soms werken onze publicaties niet als water, maar als olie op het vuur: dan worden we zelf onderwerp van het debat. Dat gebeurde recent bij ons model voor de woningmarkt.
Main image

Steen des aanstoots was wat we op basis daarvan zeggen over de gevolgen van afschaffing van de verhuurderheffing. We concluderen met behulp van ons model dat het afschaffen van de verhuurderheffing niet tot veel meer woninginvesteringen zal leiden.

Dat kon niet iedereen bekoren. De verhuurderheffing heeft weinig fans, sterker, hij kent een legertje haters dat de heffing verantwoordelijk houdt voor de krapte op de woningmarkt. Nogal wiedes dat er te weinig woningen worden gebouwd als je de corporaties jaarlijks voor miljarden aanslaat, toch? Onbegrijpelijk dus dat die marktverliefde cijferfetisjisten van het Centraal Planbureau met hun neoliberale modellen dat niet doorhebben! Zou het te maken hebben met gebrek aan diversiteit in het CPB, allemaal traditionele economen van wie er weinig weten hoe het is om zelf op de wachtlijst te staan voor een sociale huurwoning…?

U begrijpt, ik chargeer. Maar ook weer niet eens zo heel veel, het vuur laait op sociale media hoog op. Op dit soort momenten klamp ik mij vast aan een citaat van de Amerikaanse activiste Florynce Kennedy: “The purpose of getting your ass kicked is not to have it kicked at that right time and for the right reason, but to keep it sensitive.” En zo is het, want hoewel het natuurlijk niet leuk is om zo over de tong te gaan, het is wel gezond.

Zelfs al geeft de kritiek ons in dit geval geen reden om tot een andere conclusie te komen (daarover hieronder meer), zij zet ons wel aan het denken over de vraag of we er voldoende in slagen onze conclusies uit te leggen. Niet genoeg dus, kun je in dit geval constateren. Onze uitleg van economische effecten sluit kennelijk niet goed aan bij de beleving die mensen hebben van het woningprobleem. Daar kun je de woningmarkt zelf de schuld van geven, omdat je volkshuisvesting niet aan de markt wil overlaten. Of je kunt juist wijzen op alle regels, subsidies en heffingen die tegen elkaar in werken zodat je er nooit het gewenste effect mee bereikt. Maar ik denk dat je beter kunt constateren dat wij ons in dit geval bewust moeten zijn van de verschillende perspectieven en meer werk moeten doen om ons verhaal over de bühne te brengen. 

Ook zet zulke kritiek ons aan het denken over onze agenda, over welke onderwerpen we niet genoeg bespreken, én de rol van onze modellen daarin. Om dat uit te leggen, moet ik  iets dieper ingaan op de werking van de verhuurderheffing en ons woningmarktmodel. Uit ons model blijkt wel degelijk dat de verhuurderheffing behoorlijk hard drukt op de woningcorporaties. En dat afschaffing van de heffing ertoe zou leiden dat corporaties meer woningen kunnen bouwen. En toch komt er uit datzelfde model dat er dan in totaal nauwelijks meer woningen zouden worden gebouwd en dat de woningmarkt dus krap blijft. Hoe zit dat? Dat heeft alles te maken met het feit dat de bouwproductie in Nederland sterk begrensd is. Bouwvakkers zijn – ondanks de crisis – schaars, wie dezer dagen een verbouwing plant kan erover meepraten. En het aantal nieuwbouwlocaties is als gevolg van de zeer strikte ruimtelijke ordening structureel te beperkt om aan de vraag te voldoen. En dus betekent een groter aantal corporatiewoningen vooral een kleiner aantal overige woningen, en verandert er per saldo veel minder dan je misschien zou denken. Economische modellen helpen om dit soort effecten te doorgronden

Het afschaffen van de verhuurderheffing is dus gunstig voor sociale huurders, maar zolang het aanbod zo begrensd is, verergert hierdoor het probleem voor andere groepen. Oké, wat is dan verstandig beleid? Ehm, tja. Wie ons overzichtswerk Kansrijk Woonbeleid erop naslaat, ziet dat de tabel met beleid voor de aanbodzijde van de markt maar een handjevol opties bevat, die we bovendien niet goed kunnen kwantificeren. Vergelijk dat eens met de beleidsopties voor de vraagzijde, twee pagina’s vullende tabellen, met economische effecten achter de komma.

Het verschil laat zich eenvoudig verklaren: ons model beperkt zich grotendeels tot beleidsvragen die aan  de vraagzijde zitten. Ook belangrijk, denk aan de hypotheekrenteaftrek! Maar tijden veranderen en de spannendste vragen zitten nu misschien wel meer aan de aanbodkant. Die is lastig te modelleren, omdat daarbij allerlei bestuurskundige mechanismen meespelen, daarom hebben we de woningbouw op een andere manier geanalyseerd en er een boek over geschreven. 

Daarmee zijn we er nog niet. Uitkomsten van het woningmarktmodel vereisen meer uitleg, onze analyses en doorrekeningen bieden geen volledig inzicht en verschillende soorten maatregelen blijven lastig te vergelijken. Een flinke opgave, en dat kunnen we misschien wel niet alleen. Maar dat laat allemaal onverlet dat wie beleidsrelevant wil zijn, daarmee aan de slag zal moeten. Keep it sensitive.

Lees ook de voorgaande CPB columns: Kan de arbeidsmarkt weer vliegen? (19-11-2020), Medialogica (12-11-2020), Keuzes in Kaart (5-11-2020), Ruler of the universe? (29-10-2020).

Contactpersonen

Foto Diederik Dicou
Diederik Dicou +31 6 22827239 Lees verder

Lees meer over