28 januari 2021
CPB Column - Egbert Jongen

Werkt het thuis?

Photo of Egbert Jongen
Het is eind februari 2020, op een zandheuvel in de Sahara kijk ik met mijn vrouw en onze twee tieners naar de ondergaande zon. We voelen ons vrij en de koning te rijk. Op internet zijn er alarmerende berichten over een nieuw virus in China, maar dat lijkt dan nog ver weg. Een maand later waart Covid-19 ook in Nederland rond en werken en studeren we allemaal thuis. Sindsdien is daar weinig in veranderd. Hoe bevalt dat, en is dat ook iets voor na de coronacrisis?
Egbert Jongen
programmaleider Arbeid bij het Centraal Planbureau
Photo of Egbert Jongen

In dit blog relateer ik mijn eigen ervaringen en verwachtingen aan die van het LISS-panel, een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking, aangevuld met wat literatuur. Daarbij maak ik dankbaar gebruik van een studie die ik samen met Paul Verstraten (CPB) en Christian Zimpelmann (IZA) heb geschreven.

Eerste periode

Een week voor de eerste lockdown voorzie ik als CPB‘er dat thuiswerken de maatstaf wordt de komende tijd. Alles is dan nog open. Samen met mijn dochter rij ik langs de Ikea voor een bureau en een goede stoel, een bureaulamp en drie kekke keramische cactussen. Daarna halen we nog een groot beeldscherm, een draadloos toetsenbord en dito muis. We investeren in een snelle internetverbinding in de slaap/-werkkamers. Allemaal investeringen die nog lang gaan renderen.

De eerste periode van thuiswerken bevalt goed. Omdat mijn werkplek in de slaapkamer is, is mijn reistijd beperkt. Zowel op het CPB als op de Universiteit Leiden kan ik daarbij mijn werkzaamheden vrij gemakkelijk vanuit huis doen. En dat geldt voor veel van mijn collega’s. In het LISS-panel zien we dan ook bij de overheid een sterke toename van thuiswerken, maar een relatief beperkte daling in het totaal aantal gewerkte uren (op de werkplek en thuis). Hoe anders is dat in de cultuursector en de horeca.

Op het CPB daalt het aantal vergaderingen en ontdekken we dat die korter kunnen. Onze online skills worden steeds beter, inclusief de beheersing van de online ether-etiquette (‘microfoon uit’). Op het CPB geven Olivier Blanchard, Jean Pisani-Ferry en Thomas Philippon met zijn drieën een online seminar over steunbeleid. Kom daar maar eens om in gewone tijden. 

Volgens de schaarse studies die zijn gedaan naar thuiswerken en productiviteit blijkt ook dat thuiswerken zowel voor de werknemer als de werkgever voordelig kan zijn. Het onderzoek laat zien dat werknemers die thuiswerken vaak productiever zijn. De literatuur geeft daarvoor naast de besparing aan reistijd onder andere als redenen dat werkenden minder vaak worden onderbroken door collega’s en zich meer op hun gemak voelen.

Thuiswerken kent ook nadelen

Geen CPB-column zonder voor- en nadelen. En nadelen van thuiswerken zijn er zeker ook. Thuiswerken leidt tot minder face-to-face-contact. Dit kan een goede werkrelatie met de collega’s in de weg staan. Ook het verspreiden van impliciete kennis gaat minder makkelijk via digitale kanalen. Daarnaast beschikt niet iedereen over een goede thuiswerkplek en vervaagt de grens tussen werktijd en vrije tijd, waardoor gezondheidsrisico’s de kop opsteken.

Tijdens de coronacrisis zijn de nadelen van thuiswerken (voor de productiviteit) bovendien groter. We werken nu noodgedwongen en veel thuis, hierdoor zijn de voor- en nadelen niet in balans. Veel van mijn collega’s met jonge kinderen moeten daarbij ook nog eens thuisonderwijs geven, een hele uitdaging. We moeten accepteren dat niet iedereen zijn of haar gebruikelijke uren kan maken tijdens de coronacrisis.

Morgen wordt alles anders?

Een vraag die nu veel de kop opsteekt is: gaan we na de coronacrisis terug naar de situatie van voor de coronacrisis, of voorzien we een grote verschuiving naar thuiswerken, met lege bussen, treinen en kantoren als gevolg?

Laat ik bij mezelf beginnen. Toen mijn zoon jaren geleden een eigen kamer wilde, heb ik mijn thuiswerkplek opgegeven. Ik had toen net mijn proefschrift afgerond en wilde voorkomen dat ik dag en nacht aan het werk bleef (‘wie is toch die man die op zondag altijd het vlees aansnijdt?’). Nu merk ik echter weer hoe fijn het is om af en toe thuis geconcentreerd aan een paper te kunnen werken. Maar af en toe, ik ga na corona toch weer graag de meeste dagen naar kantoor. Ik mis het directe contact met mijn collega’s (en de printer). Bovendien wil ik als programmaleider Arbeid graag dat mijn collega’s makkelijk bij me kunnen binnenlopen.

Dit komt redelijk overeen met de verwachtingen van de gemiddelde werkende. De deelnemers aan het LISS-panel werkten voor de coronacrisis gemiddeld bijna 4 uur per week thuis. Zij verwachten na de coronacrisis gemiddeld 8 uur per week thuis te gaan werken. Enerzijds is dat een verdubbeling, anderzijds wordt het merendeel van de tijd dan nog steeds op de werkplek gewerkt. De deelnemers geven bovendien aan dat dit ook ongeveer het aantal uren is dat ze thuis zouden willen werken als ze vrij konden kiezen (9 uur per week). Uiteindelijk blijven we een sociaal dier, met behoefte aan persoonlijk contact, ook op het werk.

Egbert Jongen  (programmaleider Arbeid)

Reageer via E.L.W.Jongen@cpb.nl

alle columns en artikelen

Egbert Jongen

programmaleider Arbeid bij het Centraal Planbureau

Reageer via E.L.W.Jongen@cpb.nl

Recente CPB columns

alle columns en artikelen