Kopafbeelding perscentrum CPB

CPB: nadelen verdere verlaging LTV limiet overheersen

Een verlaging van de maximale hypotheek in relatie tot de waarde van het huis (Loan-to-Value limiet) naar 90% pakt het onderliggende probleem van overmatige schuldopbouw op de hypotheekmarkt niet aan.

Momenteel wordt een stapsgewijze verlaging van de LTV-limiet overwogen. Een verdere versobering van de hypotheekrenteaftrek en een zwaardere risicoweging van hypotheken adresseren de oorzaken van overmatig schuldopbouw meer direct. Daarnaast genereren ze ook voordelen die verder gaan dan alleen de baten van een lagere LTV-limiet. Dat schrijven CPB-onderzoekers Sander van Veldhuizen, Machiel van Dijk en Stefan Groot in de vandaag verschenen CPB Notitie 'De economische effecten van een verdere verlaging van de LTV-limiet'.

Nederlandse huishoudens hebben internationaal gezien omvangrijke hypotheekschulden. Het kabinet heeft hervormingen doorgevoerd, zoals het stimuleren van aflossing en het daarmee temperen van de groei van hypotheekschulden. Met name door versobering van de hypotheekrenteaftrek en hiermee samenhangende eis van volledig aflossen. Het idee achter een verdere verlaging van de LTV-limiet is dat daarmee de risico’s verder afnemen. Enerzijds kan bovenmatige hypotheekverstrekking leiden tot betalingsproblemen en ‘onder water’ staan voor consumenten, en grotere schommelingen in de economie. Anderzijds zijn hypotheken vanuit economisch oogpunt wenselijk om consumptie gedurende het leven uit te smeren.

Verdere verlaging van de LTV-limiet heeft grote gevolgen voor het functioneren van de woningmarkt en de economie. Starters op de woningmarkt moeten langer en meer sparen voordat zij een woning kunnen kopen. Hierdoor daalt de vraag naar koopwoningen en dat heeft neerwaartse effecten op het aantal woningtransacties, de huizenprijzen en de bouw van nieuwe koopwoningen. Tegelijk wordt een groter beroep gedaan op de private huursector, terwijl deze onvoldoende aanbod kent.

In de notitie worden de economische effecten onderzocht van de geleidelijke afbouw van de LTV-limiet met 1%-punt per jaar na 2018, totdat een niveau van 90% is bereikt. De baten zijn lastig te kwantificeren, maar het CPB verwacht dat een dergelijke maatregel de financiële stabiliteit slechts in beperkte mate stimuleert. De kosten zijn echter aanzienlijk, vooral voor jongeren. Ouderen profiteren van eerdere huizenprijsstijgingen.

Voor het verminderen van schommelingen in de economie is het beter om het probleem bij de bron aan te pakken, middels het verder versoberen van de hypotheekrenteaftrek en een zwaardere risicoweging van hypotheken. Veranderingen in het pensioenstelstel kunnen hiervoor ook indirect een oplossing vormen. Van de ‘onder water’ staande huishoudens is het gros al verzekerd via de Nationale Hypotheek Garantie. Het risico op betalingsproblemen van huishoudens wordt verkleind door een limiet aan de hypotheekhoogte in relatie tot het inkomen (loan-to-income, LTI). De auteurs concluderen dan ook dat de kans op een huizenprijsbubbel effectiever wordt verkleind door een LTI-limiet dan door een LTV-limiet.

De notitie is onderdeel geweest van de beraadslagingen van het Financieel Stabiliteitscomité (FSC), dat vandaag het kabinet adviseert om de LTV-limiet wel te verlagen. Het CPB is adviseur van het FSC.

Deel deze pagina