25 juni 2007

‘Excellentie voor Productiviteit?’

De beste Nederlandse leerlingen en studenten niet bij wereldtop

Persbericht
De beste Nederlandse leerlingen en studenten scoren op internationale vaardigheidstoetsen lager dan hun tegenhangers in een aantal andere landen. De zwakkeren in Nederland doen het internationaal vergeleken daarentegen heel goed, waardoor Nederland gemiddeld genomen toch hoog scoort.

Voor de economische groei van hoogproductieve landen, zoals Nederland, lijken excellente vaardigheidsniveaus echter belangrijk te zijn. Onderzoek naar de mogelijkheden om beleid te voeren ter bevordering van excellentie in Nederland lijkt daarom gewenst.

Dit concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag verschenen rapport 'Excellence for productivity?'. De studie onderzoekt wat het meest van belang is voor productiviteit: een brede basis van goed opgeleide werknemers of juist toppers. Het onderzoek vergelijkt de scores van Nederlandse leerlingen en studenten met die van andere landen op drie verschillende internationaal vergelijkbare toetsen, in onder meer wiskunde en taal. Hierbij wordt bekeken hoe de betere en zwakkere Nederlanders scoren ten opzichte van de betere en zwakkere leerlingen en studenten in andere landen.

Belang van excellentie voor productiviteit
De vraag is waar wij het meest baat bij hebben: een brede basis van vaardigheden of juist toppers. Een brede basis van goed opgeleide werknemers maakt het mogelijk om nieuwe technologieën snel over te nemen. Toppers kunnen daarentegen belangrijk zijn voor innovatie door het bedenken van nieuwe technieken en toepassingen. Recente economische studies laten zien dat hoge vaardigheidsniveaus belangrijk zijn voor productiviteit. Dit geldt in sterkere mate voor hoogproductieve landen zoals Nederland. Naarmate een land productiever is, valt er minder te imiteren van andere landen en moet het land zelf meer innoveren.

Hoe goed zijn Nederlandse leerlingen en studenten?
Nederland daalt op de internationale ranglijst naarmate het vaardigheidsniveau hoger is. Nederland scoort gemiddeld genomen wel hoog. Dit is vooral te danken aan de zwakkere leerlingen. Zo behoort de zwakste vijf procent tot de top 5 van de 30 OESO-landen. Maar de betere leerlingen en studenten scoren niet bijzonder hoog vergeleken met hun tegenhangers in andere landen. De beste één procent van Nederland staat op plaats 13 in de rangorde van de OESO. De top wordt hier gevormd door Zuid-Korea, Japan, Australië, Nieuw-Zeeland, Zwitserland en Finland. Dit beeld van de Nederlandse prestaties is vergelijkbaar voor verschillende internationale toetsen en leeftijdsgroepen. Ook is op basis van deze internationale toetsen geen afname van de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs zichtbaar. Een aparte analyse van het hoger onderwijs laat zien dat ook hier de rangorde van Nederland daalt bij hogere vaardigheidsniveaus. Daarnaast blijkt dat het aandeel hoger opgeleiden in Nederland lager is dan dat in een aantal andere rijke landen, vooral de Scandinavische.

Nader onderzoek gewenst
De analyses wijzen erop dat er ruimte is voor verbetering van vaardigheden van de beste Nederlandse leerlingen en studenten. Een dergelijke verbetering lijkt belangrijk voor de groei van de productiviteit in Nederland, gezien het eerder besproken recente economisch onderzoek. Het is nog niet direct duidelijk of en hoe deze verbetering te realiseren is. Hiervoor is verder onderzoek nodig.

Woordvoerders

Dinand Webbink Lees verder
Dick Morks Lees verder

Lees ook het bijbehorende persbericht.

Een empirische analyse van de vaardigheidsverdeling laat zien dat Nederland niet tot de beste landen behoort aan de rechterkant van de verdeling. Het gemiddelde Nederlandse vaardigheidsniveau is hoog, maar dit is vooral te danken aan het relatief hoge niveau aan de linkerkant van de vaardigheidsverdeling.

De Nederlandse positie daalt als we naar de rechterkant van de vaardigheidsverdeling gaan. Op het allerhoogste vaardigheidsniveau behoort Nederland niet tot de top van de wereld. Dit geldt zowel voor het voortgezet onderwijs als voor het hoger onderwijs. Ook behoort Nederland niet tot de top van OESO-landen met de hoogste aandelen van afgestudeerden in het hoger onderwijs.

De bevindingen over de vaardigheidsverdeling zijn robuust voor verschillende vaardigheidstoetsen en leeftijdsgroepen, en over de tijd heen. Deze robuustheid kan het resultaat zijn van de structuur van het Nederlands onderwijs. De resultaten laten zien dat er ruimte is voor verbetering van vaardigheden aan de rechterkant van de verdeling. Daarom zou beleid dat de Nederlandse prestaties op hoge en top-vaardigheidsniveaus in het hoger onderwijs of in eerdere fasen van het onderwijs doet stijgen, de Nederlandse productiviteit kunnen verbeteren. Verder onderzoek is nodig om dit soort beleid vast te stellen.

Dit is een Engelstalige publicatie.

Contactpersonen

Bert Minne Lees verder
Marieke Rensman Lees verder
Björn Vroomen Lees verder
Dinand Webbink Lees verder

Lees meer over