30 april 2001

Analyse van de voorstellen van de Adviescommissie Arbeidsongeschiktheid

Striktheid nieuwe WAO-criterium en uitwerking voorstellen binnen bedrijven bepalend voor effect voorstellen commissie-Donner

Persbericht
Op verzoek van de Adviescommissie Arbeidsongeschiktheid (de commissie-Donner II) heeft het Centraal Planbureau (CPB) een analyse gemaakt van de voorstellen van de commissie. Uit de analyse blijkt dat het effect op het totale uitkeringsvolume voorlopig nog onbekend is.

Het effect op instroom en uitkeringsjaren is afhankelijk van de formulering van het arbeidsongeschiktheidscriterium en van de strikte toepassing ervan. De effectiviteit van reïntegratie-instrumenten en financiële prikkels kan toenemen bij een scherp onderscheid tussen permanent en volledig arbeidsongeschikten enerzijds en tijdelijk arbeidsongeschikten die nog kunnen terugkeren op de arbeidsmarkt anderzijds.
Wezenlijk is ook de vraag in hoeverre op het decentrale niveau van de individuele bedrijven de nieuw aangereikte instrumenten voor volumebeheersing daadwerkelijk toegepast gaan worden, en wat op centraal en op decentraal niveau gaat gebeuren met de uitkeringsvoorwaarden zoals de uitkeringshoogte.

Omdat belangrijke elementen van de voorstellen nog niet concreet zijn uitgewerkt en slechts beperkt empirisch onderzoek beschikbaar is, is de analyse deels kwalitatief van aard. De analyse richt zicht op vier hoofdelementen van de voorstellen.

1. Wat is het effect van het beperken van de toegang van de nieuwe WAO (nWAO) tot 'permanent en volledig arbeidsongeschikten'?
Afhankelijk van de scherpte van het nieuwe AO-criterium en de al dan niet strikte toepassing daarvan, zal de instroom in de nWAO 25% à 50% van de huidige instroom zijn, en zal het bestand in uitkeringsjaren gemeten uiteindelijk 50% à 80% van het huidige bestand zijn. De voorstellen zijn overigens nadrukkelijk niet van toepassing op de huidige WAO'ers.
Of de beperkte toegang tot de nWAO ook al tot een geringere omvang van het totaal van uitkeringen en tot meer werkenden leidt, is niet op voorhand zeker. Indien het nieuwe AO-criterium een scherper onderscheid weet te maken tussen groepen personen die wel of niet gevoelig zijn voor reïntegratie-inspanningen en financiële prikkels, zullen beleidsinitiatieven gericht op vermindering van vermijdbare arbeidsongeschiktheid effectiever zijn.

2. Wat is het effect van de nieuwe instrumenten voor volumebeheersing op decentraal niveau?
Twee van de huidige instrumenten (het FIS en de WAO-herkeuring) komen te vervallen, maar de commissie reikt vijf nieuwe instrumenten aan, vooral door aanpassing van het arbeidsrecht. Zo moeten werkgevers zich inzetten om ander werk voor de zieke werknemer te zoeken en mogen werknemers tot op zekere hoogte gangbare arbeid niet weigeren, ook niet als dat een lager loon met zich mee brengt. Op zich genomen gaat het om maatregelen die het proces van werkhervatting en reïntegratie een nieuwe impuls kunnen geven. Het succes hangt ervan af in hoeverre werkgevers en werknemers op decentraal niveau gebruik zullen gaan maken van deze nieuwe instrumenten.

3. Welk effect heeft de prijsprikkel voor de werknemer, oftewel de relatieve hoogte van de uitkeringen?
Werknemers die geen toegang krijgen tot de nWAO raken, als de inactiviteit langer duurt, aangewezen op een WW-uitkering die geleidelijk daalt naar bijstandsniveau. Voor hen is dit perspectief de belangrijkste financiële prikkel die aan zal zetten tot meer activiteit. De nWAO wordt, door de mogelijkheid van bijverdienen en door eventuele bovenwettelijke aanvullingen een relatief aantrekkelijke uittredingsroute. Dit zal hoge eisen stellen aan het AO-criterium en aan de uitvoeringsorganisatie teneinde de instroom in de nWAO daadwerkelijk te beperken. Per saldo kunnen de gewijzigde prijsprikkels voor werknemers een neerwaarts effect op het uitkeringsvolume hebben, mits het AO-criterium scherp wordt geformuleerd en toegepast.

4. Welke effecten hebben de prijsprikkels voor de werkgevers?
Enerzijds neemt het directe financiële belang van individuele werkgevers licht toe door de verlenging van de fase van loondoorbetaling bij ziekte met 1 jaar. Anderzijds vervalt het huidige systeem van premiedifferentiatie en eigen-risico-dragen in de WAO (PEMBA). Per saldo is sprake van een forse verkleining van de financiële prikkels voor individuele werkgevers. De introductie van een sanctie voor werkgevers die zich onvoldoende inspannen voor reïntegratie, in de vorm van een Wulbz-periode die langer dan 2 jaar doorloopt, zal gegeven deze forse reductie in prikkels slechts een beperkt effect hebben. Financiële prikkels voor werkgevers worden derhalve grotendeels vervangen door wet- en regelgeving, waarvan naleving vooral juridisch zal moeten worden afgedwongen.

Lees ook het bijbehorende persbericht.

Omdat belangrijke elementen van de wijzigingsvoorstellen nog niet concreet zijn uitgewerkt en omdat voor diverse concrete voorstellen nauwelijks enig empirisch onderzoek beschikbaar is, is het niet mogelijk een volledig sluitende berekening van de kwantitatieve effecten te maken. Maar de voorstellen bieden toch voldoende aanknopingspunten voor een nadere kwantitatieve analyse waarbij althans op onderdelen de effecten op inkomensposities en op het aantal uitkeringen in kaart worden gebracht.