30 augustus 2004

Auctioning incentive contracts; application to welfare-to-work programs

CPB: aanbesteding van korte reïntegratietrajecten kan eenvoudiger

Persbericht
Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en de gemeenten kunnen de aanbesteding van reïntegratietrajecten voor werklozen eenvoudiger uitvoeren.

Bij kortere trajecten, zoals bemiddeling van WW-ers, is dit mogelijk door in een veiling reïntegratiebedrijven te laten bieden op het aantal cliënten dat zij denken te kunnen reïntegreren binnen een bepaalde periode. De winnaar van de veiling krijgt dan voor elk succesvol traject boven zijn bod een beloning en een boete als hij zijn belofte niet haalt. Een dergelijke vorm van aanbesteden verlaagt de uitvoeringskosten in vergelijking met de huidige vorm van aanbesteden, waarbij veel kosten opgaan aan het opstellen en beoordelen van offertes. Bovendien is het voor reïntegratiebedrijven zo helderder wat de spelregels voor selectie zijn.

Dit concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag verschenen CPB Document 'Goed aanbesteed is het halve werk - een economische analyse van de aanbesteding van reïntegratie.' In dit rapport gaan de CPB-onderzoekers Pierre Koning en Sander Onderstal in op de vraag op welke manieren reïntegratietrajecten voor werklozen optimaal kunnen worden aanbesteed. Tegelijk met dit rapport verschijnt het CPB Discussion Paper 'Auctioning Incentive Contracts: Application to Welfare-to-Work Programs'. Hierin gaat Sander Onderstal specifieker in op één vorm van aanbesteding, namelijk veilen. De vraag hierbij is welk type veiling van reïntegratietrajecten leidt tot de beste resultaten, dat wil zeggen: zo veel mogelijk plaatsing in banen tegen zo min mogelijk kosten.

Publieke of private aanbesteding
UWV voert de aanbesteding uit van reïntegratietrajecten voor WW-ers en (het grootste deel van) gedeeltelijk arbeidsongeschikten, terwijl gemeenten dit doen voor cliënten in de bijstand. Momenteel is een trend waarneembaar van privatisering van de aanbesteding. Commerciële verzekeraars en werkgevers nemen, met name bij de uitvoering van de WAO, steeds vaker de rol van het UWV als aanbesteder over. Ook volgens de huidige kabinetsplannen zullen bij de nieuwe regeling voor gedeeltelijk dan wel tijdelijk arbeidsongeschikten (WGA) werkgevers meer de mogelijkheid krijgen om uit het publieke WAO-systeem te stappen. Dit betekent dat verzekeraars een grotere rol zullen krijgen bij de aanbesteding. Het voordeel hiervan is dat private verzekeraars een betere prikkel hebben tot reïntegratie dan bijvoorbeeld het UWV. Nadeel is echter dat de overheid bij private aanbesteding niet kan garanderen dat iedere uitkeringsgerechtigde een reïntegratietraject krijgt aangeboden (de 'Sluitende Aanpak'). Reïntegratietrajecten zullen namelijk niet voor alle cliënten even effectief zijn, zodat het voor een verzekeraar in bepaalde gevallen niet loont om een traject in te zetten.

Veiling of vergelijkende toets?
Er bestaan twee vormen van aanbesteding van reïntegratietrajecten: veilingen en vergelijkende toetsen. Bij een veiling zijn de regels voor de keuze van het reïntegratiebedrijf vooraf bekend en is een eenduidig bod daarvoor bepalend. Bij een vergelijkende toets zijn de regels voor de keuze niet vooraf eenduidig geformuleerd en zullen ook subjectieve elementen worden meegewogen. Zo vraagt UWV in de huidige situatie naar de ervaring van het reïntegratiebedrijf en naar de werkwijze waarmee het aan de slag denkt te gaan met de cliënten. Zowel ervaring, als werkwijze zijn lastig in heldere, kwantitatieve scores te vatten.

Veiling gunstig bij kortdurende reïntegratietrajecten
Bij korte, overzichtelijke trajecten - zoals bemiddelingstrajecten voor WW-ers - is een veiling de meest geschikte vorm van aanbesteding: laat reïntegratiebedrijven bieden op het minimum aantal cliënten dat zij - bijvoorbeeld na zes maanden - weten te plaatsen in een baan. De hoogste bieder wint dan, en ontvangt een vooraf vastgestelde beloning voor ieder succesvol traject bovenop het bod. Reïntegratiebedrijven zullen dan - om voldoende omzet te kunnen generen - lager moeten bieden dan het aantal cliënten dat zij verwachten te reïntegreren. Deze vorm van aanbesteden is te prefereren boven een vergelijkende toets, en wel om vier redenen:

  • Reïntegratiebedrijven zijn geen tijd kwijt aan het schrijven van offertes.
  • De selectie van het winnende reïntegratiebedrijf is veel doorzichtiger.
  • UWV en gemeenten hebben minder administratieve rompslomp aan het beoordelen van offertes.
  • In een vergelijkende toets kunnen reïntegratiebedrijven beloftes doen waar ze niet (volledig) aan zijn gebonden als ze worden geselecteerd. Bij een veiling daarentegen zijn ze gebonden aan hun bod.

Vergelijkende toets bij langdurige reïntegratietrajecten
Bij langdurige trajecten voor moeilijk plaatsbare cliënten die bijstand ontvangen is pas na jaren zichtbaar of reïntegratietrajecten zin hebben gehad. Een veilingsysteem is hiervoor dan ook minder geschikt. Immers, de kwaliteit van reïntegratiebedrijven kan niet afgemeten worden aan het aantal plaatsingen binnen één of twee jaar. Hiervoor is ook andere informatie nodig, zoals de reputatie en de voornemens van de reïntegratiebedrijven. Op basis van deze informatie moet dan een vergelijkende toets worden uitgevoerd. Dit maakt de aanbesteding echter wel minder eenvoudig.

Dit Discussion Paper past de theorie van het veilen van prestatiecontracten toe op reïntegratieprogramma's. In verschillende landen kunnen reïntegratiebedrijven meedingen in publieke aanbestedingen van reïntegratietrajecten.

De aanbestedende overheden moeten daarbij averechtse selectie (het winnende bedrijf is niet het meest geschikte) afwegen tegen moral hazard (het winnende bedrijf doet onvoldoende zijn best om werklozen aan het werk te helpen). We vergelijken drie eenvoudige veilingen met het sociaal optimale mechanisme en laten zien dat twee van deze veilingen het optimale mechanisme benaderen als het aantal biedende bedrijven groot wordt.

Met behulp van simulaties observeren we dat voor deze veilingen concurrentie tussen drie bieders al voldoende is om 95% van de maximaal haalbare sociale welvaart te bereiken.

Auteurs

Pierre Koning
S. Onderstal