Kopafbeelding publicaties CPB

CPB Risicorapportage Financiële Markten 2018

CPB Notitie, 29 mei 2018

Op verzoek van de Parlementaire Enquêtecommissie Financieel Stelstel schrijft het Centraal Planbureau sinds 2012 jaarlijks een risicorapportage financiële markten. Het doel is het informeren van het parlement over de belangrijkste risico’s voor de stabiliteit van het financiële stelsel en vanuit het financiële stelsel voor de reële economie. Wij richten ons hierbij op risico’s die zich de komende vijf jaar voor kunnen doen en focussen op de gevolgen voor Nederland.

Lees ook het bijbehorende persbericht, bekijk de video, lees achtergronddocument 'Oververhitting op de Nederlandse huizenmarkt', achtergronddocument 'Hoe financieren Nederlanders de aankoop van hun huis?', achtergronddocument 'Capital position of banks in the EMU: an analysis of Banking Union scenarios' of achtergronddocument 'A Review on ESBies - The senior tranche of sovereign bond-backed securities'.

Daarnaast bevat deze risicorapportage twee speciale hoofdstukken over financiële onderwerpen die in 2018 volop in de aandacht staan: cryptovaluta en de toekomst van de bankenunie. De risico’s van cryptovaluta zijn op dit moment beperkt voor de Nederlandse financiële stabiliteit. Een bankenunie reduceert stabiliteitsrisico’s in de toekomst.

Hoofdboodschappen ‘Algemeen risicobeeld’

De belangrijkste financiële risico’s zijn nu rente- en schuldgerelateerd. Korte- en langetermijnrentes in het Eurogebied staan nog steeds op historisch lage niveaus. De verwachting is dat deze rentes de komende jaren langzaam zullen stijgen als gevolg van een breed gedragen economisch herstel. Of en hoe de rentestanden in werkelijkheid gaan stijgen valt te bezien. Zowel geen of beperkt als te snel stijgende rentes leveren problemen op; waarbij de gevolgen wel verschillen tussen partijen en landen.

In het geval van een langdurig lage rente is er kans op oververhitting van de Nederlandse economie en zullen de huizenprijzen almaar verder stijgen. Een lage rente betekent ook lage dekkingsgraden voor pensioenfondsen en beperkte winsten voor verzekeraars. Daarnaast maakt een verlengde periode van lage rentes het financiële systeem kwetsbaarder door stijgende schulden en de zoektocht naar rendement. Verder hebben overheden en banken in Zuid-Europa met een grote schuldenlast bij langdurige lage rentes minder prikkels voor structurele hervormingen. Tot slot is er bij de huidige lage rentestand weinig monetaire beleidsruimte op het moment dat er een nieuwe recessie ontstaat.

Een stijging van de rentes die niet in lijn is met macro-economische omstandigheden kan ook tot problemen leiden. De volatiliteit van de financiële markten neemt dan toe en aandelenprijzen dalen. In Nederland komt bijvoorbeeld de huizenmarkt onder druk te staan, al zijn de schuldenniveaus hier licht verbeterd ten opzichte van de vorige crisis. Internationaal zijn de schuldniveaus bij bedrijven, overheden en huishoudens echter gestegen. Een scherpe stijging van de rente kan de houdbaarheid van deze schulden in landen als de VS en Italië doen afnemen. Weliswaar is de directe blootstelling van Nederland aan beide schulden beperkt, maar als een wereldwijde of Europese recessie ontstaat, gaat dit ook op ons grote impact hebben.

De belangrijkste politieke risico’s voor financiële markten zijn, naast de recente ontwikkelingen in Italië, het grillige handels- en buitenlandbeleid van de VS en een chaotische brexit zonder overeenstemming over wet- en regelgeving. Bij een chaotische brexit zijn onduidelijkheid over lopende contracten en het ontbreken van breed gedragen alternatieven voor Londense clearing houses problematisch. Onder de politieke risico’s voor de komende vijf jaar scharen wij ook het ‘klimaatrisico’, omdat bij intensiever dan verwacht klimaatbeleid banken, pensioenfondsen en verzekeraars moeten afschrijven op hun activa.

Een gebrek aan regulering van de financiële sector brengt risico’s met zich mee. Te weinig regulering of de recente deregulering van grote banken in de VS verhoogt de kans op financiële stabiliteitsproblemen in de toekomst. Maar ook strenge regulering brengt kosten met zich mee. Nederlandse banken moeten in de toekomst waarschijnlijk meer kapitaal aantrekken door afspraken in het Basel Comité. Dit vergroot de stabiliteit, maar kan ook tot duurdere kredietverlening leiden. Door strenge regulering van banken groeien wereldwijd ook de niet-bancaire kredietverleners (waaronder ‘schaduwbanken’), mede omdat deze onder andere – in de regel minder – toezicht staan. Ondanks recente inspanningen om beter zicht te krijgen op deze sector kunnen in deze hoek nog steeds nieuwe systeemrisico’s ontstaan.

Storingen van en cyberaanvallen op het betalingsverkeer komen steeds frequenter voor. Investeringen in veilige ICT-oplossingen in de financiële sector blijven daarom belangrijk. Actief toezicht van DNB en AFM op IT-systemen en aanverwante processen in de financiële kerninfrastructuur is daarbij cruciaal. Europese cyber-stresstests kunnen ook bijdragen aan betere cyberveiligheid.

Hoofdboodschappen ‘Cryptovaluta’

Cryptovaluta functioneren op dit moment niet als vervangers van geld. De meeste gebruikers lijken hun cryptovaluta, in ieder geval de Bitcoin, vast te houden in plaats van te gebruiken voor dagelijkse transacties. Speculatie lijkt daarmee het belangrijkste motief op de cryptomarkt.

Op dit moment vormen cryptovaluta geen groot risico voor de financiële stabiliteit in Nederland, gezien het kleine handelsvolume en de beperkte blootstelling van financiële instellingen. Zij brengen echter wel risico’s met zich mee als het gaat om misdaadfinanciering, oplichting, potentiële verliezen van particuliere beleggers en hoog energieverbruik. Financiële stabiliteitsrisico’s kunnen in de toekomst wel ontstaan als de interactie met het traditionele financiële systeem toeneemt. 

Hoofdboodschappen ‘Naar een bankenunie voor de EMU: drie scenario’s’

Bij de huidige vormgeving van de EMU bestaan nog steeds forse risico’s voor de stabiliteit van de eurozone. Overheidsschulden zijn veelal hoger dan voor de crisis. In meerdere landen hebben banken veel probleemleningen en omvangrijke hoeveelheden schulden van hun eigen overheid op de balans staan. Banken en overheden zijn hierdoor nog sterker verweven dan voor de crisis (bank-overheid-nexus). Dit alles maakt de EMU kwetsbaar voor een nieuwe economische crisis. Wij maken met behulp van balansdata van de grootste banken in de EMU deze kwetsbaarheden inzichtelijk.

Het is belangrijk om de bankenunie van de EMU te voltooien. Er is een begin gemaakt met de bankenunie, zo houdt de ECB nu toezicht op de grote banken en er is een gemeenschappelijke afwikkelingsraad (Single Resolution Board) opgericht. Elementen die nog ontbreken zijn een Europees depositogarantiestelsel (EDIS) en een geloofwaardige achtervang voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (Single Resolution Fund). Daarnaast is het belangrijk om de voorkeursbehandeling van overheidsobligaties op bankbalansen af te schaffen, moeten de probleemleningen op bankbalansen worden aangepakt en is een herstructureringsmechanisme voor overheden nuttig.

Centraal in de discussie over de voltooiing van de bankenunie staat de vraag in welk tempo risico’s verminderd en gedeeld zouden moeten worden. Het knelpunt daarbij zijn de zwakke banken in landen met hoge overheidsschulden. Het Nederlandse kabinet legt de prioriteit bij het verminderen van bestaande risico’s, zoals het terugdringen van of afschrijven op probleemleningen en de regulering van overheidsobligaties op de bankenbalansen, voordat er wordt overgegaan tot het delen van risico’s. Andere landen zijn voorstander van het zo snel mogelijk overgaan tot risicodeling. De Europese Commissie doet voorstellen voor snelle risicodeling om de EMU te beschermen tegen toekomstige economische schokken. 

Wij schetsen drie scenario’s voor de transitie naar de bankenunie waarin een uitruil tussen risicodeling en risicoreductie bestaat. We schetsen eerst de twee uiterste scenario’s. Het eerste scenario combineert risicoreductie met risicodeling en voert beide zo snel mogelijk in. Het tweede voltooit eerst de risicoreductie. In het derde scenario wordt stapsgewijs risicodeling ingevoerd, waarbij elke stap afhankelijk is van voldoende voortgang in de kwetsbare landen met het verminderen van risico’s of het doorvoeren van structurele hervormingen.

Bijlagen

Deel deze pagina