Kopafbeelding publicaties CPB

Empirisch Effect op migratie van vrij verkeer van personen in Europa

CPB Discussion Paper 385, 19 oktober 2018

Het principe van Vrij Verkeer van Personen (VVP) is vanaf het begin een belangrijk onderdeel geweest van de Europese Unie. Al in 1958 regelden de zes landen die aan de wieg van de EU stonden onderling het VVP. Met de toetreding van nieuwe landen (1973, 1981, 1986 en 1995) werd het VVP-gebied geleidelijk uitgebreid, totdat het via het Schengenverdrag van kracht was in de EU-15. De laatste uitbreidingen waren na 2004 bij de toetreding van de Midden- en Oost-Europese landen tot de EU.

Ondanks het belang van VVP zijn er weinig concrete schattingen in de literatuur van het effect van de invoering van VVP op migratie binnen de EU. De bijdrage van dit onderzoek is dat we dit effect kunnen kwantificeren voor de EU als geheel, voor groepen en zelfs voor individuele landen. Over alle EU-landen ligt het aantal permanente migranten door VVP gemiddeld 28% hoger dan het geval zou zijn geweest als er geen VVP zou zijn. In 2015 in EU28 waren er 19,9 miljoen migranten op een totale populatie van 508 miljoen mensen, waarvan we schatten dat er 5,2 miljoen zijn toe te rekenen aan VVP. 

Voor specifieke landen(combinaties) kan het VVP-percentage hoger of lager zijn. Voor bijvoorbeeld de migratie van Oost-Europa naar West-Europa ligt het VVP op bijna 50%. In 2015 was de populatie in West-Europa gelijk aan 404 miljoen mensen met 9 miljoen Oost-Europese en 10 miljoen West-Europese migranten. Van de 9 miljoen Oost-Europese migranten schatten wij dat er 4,5 miljoen toe te rekenen zijn aan VVP.

De empirie behelst een graviteitsanalyse op gegevens van de Wereldbank en de Verenigde Naties over migranten (naar herkomst) in alle landen. De combinatie van de twee bronnen levert migratiedata van 1960 tot aan 2015, en stelt ons in staat om het effect van de uitbreiding van het gebied van VVP vast te stellen voor de meeste EU-landen, inclusief het effect door toetreding van de Oost-Europese landen na 2004. Het rapport bespreekt het graviteitsmodel, plaatst het onderzoek in de literatuur en analyseert de schattingen en gevoeligheidsanalyses.

Deel deze pagina