2 december 2014

Het effect van echtscheiding of verlies van een ouder op de persoonlijke ontwikkeling van kinderen: Analyses op basis van de British Cohort Study

In toenemende mate wordt duidelijk dat persoonlijkheidskenmerken belangrijke voorspellers zijn van verschillende sociaaleconomische uitkomsten. De ontwikkeling van persoonlijkheidskenmerken lijkt sterk te worden beïnvloed door de stabiliteit van het gezin waarin kinderen opgroeien.
Main image

Vroege levenservaringen, zoals het verlies van ouders door overlijden of scheiding, kunnen een belemmering zijn voor de ontwikkeling van een kind.

In dit paper analyseren we het effect van echtscheidingen en het overlijden van een van de ouders op de persoonlijkheidsontwikkeling van jonge kinderen (0-16 jaar). Dat doen we door de persoonlijkheidsontwikkeling van de kinderen die deel uit maken van de Britse Cohort Study (BCS), te analyseren. De BCS is een longitudinale enquête, die alle kinderen geboren in Groot-Brittannië in de week van 5 tot 11 april 1970 bevat. We meten persoonlijkheid aan de hand van drie kenmerken: het gevoel van eigenwaarde, interne locus of control en gedragsproblemen. In de psychologie worden deze maten vaak gebruikt om persoonlijke ontwikkeling te meten bij kinderen. Deze studie bouwt voort op een eerdere studie die is verschenen als CPB Discussion Paper 251.

Onze analyses laten zien dat kinderen hun persoonlijkheid ontwikkelen tijdens de kindertijd, maar dat deze ontwikkeling significant wordt beïnvloed door echtscheidingen en overlijden. Tussen de leeftijden 10 en 16 ontwikkelen kinderen zich over het algemeen het sterkst. Deze gunstige veranderingen zijn significant kleiner voor kinderen die echtscheiding of overlijden van een ouder meemaken. Het uiteenvallen van het gezin heeft zowel een niveau- als een groei-effect op de persoonlijkheidsontwikkeling. Kinderen die niet opgroeien bij beide natuurlijke ouders gedurende hun kindertijd, hebben niet alleen een lager niveau van de gemeten persoonlijkheidskenmerken op 16-jarige leeftijd, maar ervaren ook minder groei tussen de leeftijden 10 en 16.

De regressieanalyses laten zien dat echtscheidingen of overlijden geassocieerd worden met een kwart standaarddeviatie lager niveau van gunstige persoonlijkheidskenmerken. In ons vorige onderzoek hebben we laten zien dat dit gevolgen heeft voor latere sociaaleconomische uitkomsten, zoals de kans op werk, de hoogte van het inkomen, de kans op crimineel gedrag en levensgeluk. De coëfficiënten worden kleiner wanneer de kwaliteit van de woonomgeving wordt toegevoegd. Scholing en sociale klasse van de ouders zijn van invloed op de persoonlijkheidskenmerken van hun kinderen. We voegen zoveel mogelijk achtergrondkenmerken van ouder, kind en omgeving toe om te begrijpen wat het directe effect van een echtscheiding of overlijden is voor de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind.

De reden voor het uiteenvallen van het gezin, de leeftijd van het kind waarop dit gebeurt en het geslacht van het kind beïnvloeden de grootte van de geschatte coëfficiënt. Terwijl zeer jonge kinderen lijken te herstellen van het ervaren van de dood van een ouder in termen van persoonlijkheidsuitkomsten, lijken kinderen van gescheiden ouders een significant lagere eigenwaarde en interne locus of control te hebben, terwijl ze ook hoger scoren op een index van gedragsproblemen. Verder lijken de effecten minder uitgesproken als het kind ouder is ten tijde van de gezinsproblemen. Jongens lijken sterker te worden geraakt door de dood van een van de ouders, terwijl meisjes zich minder goed ontwikkelen als ze een echtscheiding meemaken.

Verstoringen van het gezinsleven zijn tot op zekere hoogte endogeen. Gezinnen die intact blijven, zijn waarschijnlijk anders. Dit wordt deels aangetoond door de afname van de geschatte effecten als we extra covariaten toevoegen aan het model. Belangrijke onderdelen die het uiteenvallen van gezinnen verklaren, zijn de leeftijd van de moeder bij de geboorte van het kind, de opleiding van de ouders, het gezinsinkomen en de kwaliteit van de ouderlijke zorg. We proberen deze mogelijke endogeniteit zo goed mogelijk in beschouwing te nemen door een onderscheid te maken tussen de dood van een ouder (exogeen) en echtscheidingen (mogelijk endogeen).

Contactpersonen

Bas ter Weel Lees verder

Lees meer over