Kopafbeelding publicaties CPB

Reactie op Research en Development aftrek

CPB Notitie, 17 juni 2011

In het memo 'Een research en development aftrek (RDA)' d.d. 19 mei 2011 van het ministerie van EL&I wordt een voorstel beschreven ter invulling van een afspraak in het Regeerakkoord (RA). Daarin is een schuif opgenomen van € 500 mln innovatie- en ondernemerschapssubsidies naar € 500 mln lastenverlichting.

De topteams stellen voor om deze middelen gerichter in te zetten voor innovatiedoeleinden door het fiscaal stimuleren van de R&D-investeringen en R&D-exploitatiekosten via de winstbelastingen. Aan het CPB is gevraagd wat de effecten zijn van deze manier van lastenverlichting.

Innovatie is een belangrijke bron van arbeidsproductiviteit en welvaart. Innovatiebeleid is legitiem als een marktfalen bestaat, dat met dit beleid kan worden verminderd. Een marktfalen leidt tot een suboptimaal niveau van investeringen in innovatie, omdat de private prikkels voor bedrijven niet overeenkomen met de maatschappelijk gewenste prikkels. Bedrijven besteden bijvoorbeeld minder aan R&D dan maatschappelijk gewenst, omdat zij de kennisspillovers waar andere bedrijven mogelijk baat van hebben niet meewegen in hun beslissing over hun R&D-uitgaven. Dat er bij innovatie mogelijke marktfalens spelen blijkt onder meer uit het feit dat het maatschappelijk rendement het private rendement van R&D overstijgt (Lanser en van der Wiel, 2011). Uit studie blijkt dat het private rendement van R&D in de orde van 7-14% ligt. Het sociale rendement op R&D is meestal hoger, maar onzeker. Gevonden rendementen variëren tussen 4% en 183%. De wetenschap heeft dan ook geen consensus bereikt over de hoogte van het sociale rendement. Recente literatuur als Hall et al. (2009) en Coe et al. (2009) waarschuwen er voor om uit te gaan van een constante hoogte van het sociale rendement op R&D.
Om die reden en het ontbreken van empirische studies die op overtuigende wijze het causale effect van een beleidsmaatregel op innovatie (en wetenschap) aantonen, heeft het CPB bij de afgelopen doorrekening van de verkiezingsprogramma’s besloten niet de effecten van verschillende innovatiemaatregelen op R&D-uitgaven en vervolgens het BBP in beeld te brengen. Wij zien om dezelfde redenen ook in dit geval geen mogelijkheid om tot een evenwichtige kwantitatieve doorrekening en daarmee tot een kwantitatieve uitspraak te komen over het effect van dit RDA-voorstel. Net als bij de verkiezingsprogramma’s kiezen we er voor om de effecten van dit voorstel kwalitatief te beoordelen, waarbij we ook de daar gehanteerde terminologie waar mogelijk gebruiken. We kijken ook naar de vormgeving van het voorstel, voor zover die bekend is.

Deel deze pagina