2 juni 2022
CPB Column - Egbert Jongen

Langdurige krapte?

Photo of Egbert Jongen
Het piept en het kraakt op de Nederlandse arbeidsmarkt. Als consument moet ik soms wat langer wachten op mijn bestelling en de wachtrijen op Schiphol zijn moderne historie. Mijn collega’s die tijdens de pandemie een kind hebben gekregen vinden maar moeilijk een plek op de kinderopvang. Hoe lang houdt deze krapte nog aan en wat kan beleid eraan doen?
Egbert Jongen
programmaleider Arbeid bij het Centraal Planbureau
Photo of Egbert Jongen

Oorzaken huidige krapte

Allereerst is dan de vraag: hoe zijn we in deze krappe arbeidsmarkt terechtgekomen? Daarbij spelen minimaal drie factoren een rol. Ten eerste, voordat de coronacrisis begon was het al krap, waarbij opviel dat de lonen maar langzaam reageerden op die krapte. Ten tweede, het overheidsbeleid. Het steunbeleid heeft tijdens de coronacrisis een forse oploop van de werkloosheid voorkomen (CPB, 2021). Een neveneffect hiervan was dat de instroom in de werkloosheid vanaf de zomer 2020 historisch laag bleef (CBS, 2022a). Daarbij draagt ook het expansieve budgettaire beleid bij aan de krapte. Ten derde, door het virus en de contactbeperkende maatregelen bouwden veel consumenten een ‘spaaroverschot’ op. Dit willen consumenten nu wegwerken door bijvoorbeeld weer meer te reizen.

Vaak genoemd, maar minder relevant voor het begrijpen van de huidige krapte is het afvlakken van het aanbod van arbeid, bijvoorbeeld door de vergrijzing (al helpt die natuurlijk niet). De jaren voor de coronacrisis groeide het aanbod van arbeid stevig door, en na een korte hapering in 2020, groeide het in 2021 weer stevig verder (CPB, 2022a, bijlage 10). Het aanbod van arbeid in Nederland is nog nooit zo hoog geweest als in het eerste kwartaal van 2022 (CBS, 2022b), daar waar in bijvoorbeeld de VS de participatiegraad nog aanzienlijk lager is dan voor corona (Bureau of Labor Statistics, 2022).

Vooruitzichten korte termijn

Waarschijnlijk blijft het op de korte termijn krap op de arbeidsmarkt. Dit blijkt zowel uit enquêtes onder werkgevers voor de komende drie maanden (CBS, 2022c), als uit data-gedreven machine-learning-modellen van het CPB voor de komende twee jaar (CPB, 2022b, pagina 23). Achterliggende factoren zijn de hoge vraag van consumenten, vooral naar diensten waarvan de productiecapaciteit juist is afgenomen tijdens corona, en de toenemende vraag naar werkenden door de overheid en de zorg. Voor een deel houdt de krapte bovendien zichzelf in stand, werkgevers proberen personeel te behouden omdat nieuw personeel lastig te vinden is. Dit houdt de instroom in de werkloosheid laag.

Daarbij is het wel belangrijk te noteren dat er aanzienlijke risico’s zijn voor de economische groei, zoals langdurig hoge energieprijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne of een forse verhoging van de rente van de ECB om de inflatie te beteugelen. We hebben het nu veelvuldig over krapte, maar bij een recessie kan dat snel veranderen.

Vooruitzichten langere termijn

Kijken we naar de historie, dan is een krappe arbeidsmarkt doorgaans maar van korte duur (CBS, 2010). Maar als er geen recessie komt en de lonen wederom maar langzaam reageren op de lage werkloosheid, zou de krapte ditmaal nog wel eens lang kunnen aanhouden. Twee factoren zorgen ervoor dat het spannend blijft tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Ten eerste, het aanbod van arbeid droogt binnen een afzienbare termijn wel op. In 2019 hebben we een projectie gemaakt van het arbeidsaanbod tot en met 2060 (CPB, 2019). Daarin combineren we de bevolkingsprognose van het CBS met onze prognose van de arbeidsparticipatie. Daaruit volgt dat de sterke groei van het aanbod in de afgelopen decennia gevolgd lijkt te worden door stilstand tussen 2025 en 2040. De grote geboortecohorten van voor de pil treden uit, de participatie van vrouwen en ouderen vlakt af. Ten tweede, de vraag naar arbeid door de (semi-)publieke sector neemt toe, vanwege de ambities op het terrein van bijvoorbeeld defensie, onderwijs en de zorg (CPB, 2022c). Ook op de langere termijn blijft het daarmee spannend op de arbeidsmarkt, het aanbod van arbeid valt stil terwijl de vraag naar arbeid door de (semi-)overheid juist toeneemt.

De rol van beleid

De voorgaande analyse suggereert dat de krapte in het verleden en de toekomst mede een gevolg is van het beleid van de overheid. Maar kunnen we met beleid ook niet meer aanbod aanboren en op die manier de spanning verlagen? Daar moeten we ons helaas niet rijk rekenen.

Volgens het CBS is er een onbenut arbeidspotentieel van 1,1 miljoen personen (CBS, 2022d). Dit potentieel bestaat uit personen buiten de arbeidsmarkt en personen die in deeltijd werken. Maar besef daarbij dat Nederland inmiddels de hoogste participatiegraad in de wereld heeft (OESO, 2022). En weliswaar lijkt er nog veel ruimte te zitten bij het aantal uren per werkende, maar diverse knappe koppen hebben het Ei van Columbus nog niet gevonden hoe dat aantal te verhogen (IBO Deeltijd, 2020). De marginale druk lijkt daarin in ieder geval maar een marginale rol te spelen (De Boer en Jongen, 2021). Belangrijker lijken sociale normen (Rabaté en Rellstab, 2022), en die veranderen maar langzaam of niet.

Ook het inzetten op meer arbeidsmigranten lijkt in ieder geval op de korte termijn weinig kansrijk. De landen om ons heen hebben ook een krappe arbeidsmarkt, het aanbod van woningen is beperkt en arbeidsmigranten zijn niet direct in te zetten in sectoren als defensie, onderwijs en zorg. Op de lange termijn is het ook maar de vraag in hoeverre meer arbeidsmigranten helpen tegen de krapte, niet alleen het aanbod neemt toe, maar ook de vraag naar onderwijs, zorg etc.

Zorgvuldig keuzes maken

Het lijkt erop dat we voorlopig moeten leven met de krapte op de arbeidsmarkt (behoudens een recessie of een forse toename van de lonen). Voor de politiek is het daarom vooral belangrijk om zorgvuldige keuzes te blijven maken. De ambities van het kabinet zijn groot, er moeten meer mensen komen bij defensie, het onderwijs en de zorg, veel technici moeten aan de slag met de energietransitie. Deze ambities staan echter op gespannen voet met het stagnerende aanbod van arbeid. Meer dan in het verleden is het een keuze tussen meer werkgelegenheid in de (semi-)publieke sector of meer werkgelegenheid in de marktsector.

Egbert Jongen

alle columns en artikelen

Egbert Jongen

programmaleider Arbeid bij het Centraal Planbureau

Neem contact op

Lees meer over