8 december 2022
CPB Column - Bastiaan Overvest

Scenarioschrijvers

Photo of Bastiaan Overvest
Als het in de krant gaat over het CPB, dan gebruiken journalisten ter afwisseling regelmatig de term ‘rekenmeesters’. Ik vind dat wel een mooie benaming, want aan de Bezuidenhoutseweg 30 wordt inderdaad volop gerekend en gemodelleerd. Toch suggereert de term ‘rekenmeesters’ een mate van exactheid en volledigheid die we niet altijd kunnen waarmaken. Zeker niet in onze macro-economische ramingen. Door modelonzekerheden, doordat beleid kan veranderen of door andere externe onzekerheden, is het CPB de eerste om toe te geven dat de enige zekerheid is dat de raming niet exact uitkomt. Het nut van onze ramingen is dat ze beleidsmakers zicht geven op de verwachte economische ontwikkelingen en daarmee een richtpunt zijn bij het maken van beleid.
Bastiaan Overvest
programmaleider Corona bij het Centraal Planbureau
Photo of Bastiaan Overvest

Bekijk onze ramingen.

Scenario’s

Soms is de onzekerheid dermate groot dat één raming niet toereikend is. Wat als de problemen op de Amerikaanse hypotheekmarkt overwaaien naar Europa? Wat als dat nieuwe virus uit Wuhan ook in Nederland tot besmettingen en gezondheidsmaatregelen zal leiden? Om te anticiperen op dit soort grote ‘wat als’-vragen, gebruiken we scenario-analyses. Hierin laten we zien welke economische impact wij verwachten bij verschillende veronderstellingen over het verloop van externe factoren. Op deze manier krijgen beleidsmakers een beter inzicht in de mate waarin de economie en overheidsfinanciën geraakt kunnen worden in verschillende situaties. 

Eind maart 2020, drie dagen na het afroepen van de ‘intelligente lockdown’ en op een moment dat de onzekerheden erg groot waren, liet het CPB bijvoorbeeld in elk van vier scenario’s, met een sterk uiteenlopend verloop van de pandemie, zien dat de overheidsfinanciën niet snel in gevaar zouden komen. En dinsdag publiceerden mijn collega’s naast een basisscenario drie energieprijsscenario’s (link). Hierin laten zij zien dat de kosten van het prijsplafond miljarden hoger of lager kunnen uitvallen, maar dat hogere of lagere energieprijzen een beperkt netto-effect hebben op het EMU-tekort omdat de gasbaten van de overheid meebewegen met de gasprijs. 

Rekenmeesters zijn soms dus ook scenarioschrijvers. Vervolgens is het aan beleidsmakers om daarop te acteren.

Crisissfeer

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Beleid wordt altijd al gekenmerkt door onzekerheid, afruilen en grenzen aan uitvoerbaarheid. Tijdens een crisissituatie is besluitvorming nog veel ingewikkelder, want de problemen die dan op de samenleving afkomen zijn meestal nieuw, groot en onbekend. Het lijkt ook wel alsof we de afgelopen vijftien jaar van de ene naar de andere crisis gaan. Op het moment dat in Europa de coronacrisis aan het uitdoven was, rolden Russische tanks Oekraïne binnen en werden vragen over veiligheid, koopkracht en strategische autonomie acuut. In zo’n tijd van crises kan een crisissfeer ontstaan, waarin te weinig tijd genomen wordt voor een oplossing. De beleidsreactie op de fors gestegen gasprijzen is volgens verschillende economen zo’n staaltje paniekvoetbal, dat onnodig duur kan uitvallen (link, link), procyclisch is en inflatieversterkend zal uitwerken (link). 

Lessen van de vorige crisis

Het is nu eenmaal zo dat bij iedere crisis sommige dingen goed gaan en andere minder goed. Samen met DNB hebben we een inventarisatie gemaakt van lessen die wat ons betreft getrokken kunnen worden uit het coronasteunbeleid (link). Dat beleid bestond uit directe en indirecte financiële steun voor bedrijven, werknemers en zelfstandigen tijdens de coronacrisis. Er valt veel goeds te zeggen over het coronasteunbeleid; het werd razendsnel opgezet, het heeft banen gered (link) en bovenal heeft het onrust in de samenleving verminderd. Die inzichten zijn overigens niet echt nieuw, want ze verschenen in meerdere CPB-publicaties (link) uit de afgelopen 2,5 jaar. Maar met een schuin oog naar de huidige energieprijscrisis en het steunbeleid dat daarvoor wordt gemaakt, is het nuttig om zo’n overzicht te hebben.

Duidelijkheid

De belangrijkste les is wat mij betreft dat het coronasteunbeleid een stuk duidelijker had gekund. Vanaf het begin had zonneklaar moeten zijn dat de steun tijdelijk zou zijn. Bij een tijdelijke crisis past tijdelijke steun, maar bij een blijvende verandering – zoals periodiek terugkerende coronagolven of blijvend hoge gasprijzen – zal de samenleving blijvende aanpassingen moeten doen (link). 
Ook is het belangrijk dat helder blijft op welk probleem het steunbeleid gericht is. Aanvankelijk was het doel van het coronasteunbeleid om banen en bedrijven te beschermen, maar naarmate de coronacrisis vorderde bleek de economie veerkrachtiger dan gedacht (link) en leken banen en bedrijven ook zonder steun te kunnen overleven. Toch bleef de coronasteun en werd onduidelijk wat het doel was. Ten slotte was tijdens de coronacrisis vaag wat de omvang van het steunpakket was en wie daarvan de ontvangers waren. Het steunpakket werd gedurende de coronacrisis steeds complexer en – doordat werd afgeweken van de begrotingsregels – ontbrak overzicht in de omvang en samenstelling van het pakket. 

De coronacrisis is een ander type crisis dan de energieprijscrisis en ook de economische omstandigheden zijn nu anders dan twee jaar geleden. Het uitgangspunt om te streven naar duidelijkheid zal niettemin helpen om robuust door de crisis te komen, welk scenario het ook wordt.

Bastiaan Overvest

  • meer over Bastiaan

alle columns en artikelen

Bastiaan Overvest

programmaleider Corona bij het Centraal Planbureau

  • meer over Bastiaan
Neem contact op