1 juli 2021

Column - Bitcoin Revisited

“Wat waren ze boos!”, schreef Karel van het Reve ooit over de reacties nadat hij de Nederlandse literatuurwetenschap tot de grond toe had afgebrand. Ik kan het hem nazeggen. In mijn opinieartikel in het FD opperde ik dat Nederland de bitcoin (en andere cryptomunten) in de ban moet doen, en de reacties stroomden binnen. Steunbetuigingen, maar ook heel veel boze berichten. En waar Van het Reve te maken had met een paar literatuurwetenschappers, zijn er alleen al in Nederland waarschijnlijk een miljoen cryptobeleggers – met een actieve aanwezigheid op sociale media.
Main image

En die zijn dus boos. Is het dan verstandig om op het onderwerp terug te komen? Ik denk van wel. Tussen de reacties waren ook vele met serieuze argumenten, en die verdienen een inhoudelijk antwoord. Wat waren die tegenargumenten?

1.    Het huidige overheidsgeld heeft net zo min intrinsieke waarde  als cryptomunten. Dat is juist, maar ik heb de afwezigheid van intrinsieke waarde ook niet gebruikt als argument tegen cryptomunten, wel als reden waarom het verbieden van cryptomunten beter zou kunnen werken dan een verbod op drugshandel. En de waarde van overheidsgeld wordt uiteindelijk bepaald door de instituties van onze democratie en rechtstaat (zoals een onafhankelijke centrale bank). Het is een feit dat sommige mensen die instituties wantrouwen, maar het alternatief – een ongereguleerde markt – laat iedereen zonder bescherming.

2.    We gaan toch ook niet aandelen, tulpenbollen, en andere zaken verbieden omdat de koers fluctueert? Nee, maar de overheid verbiedt wel veel andere zaken, zoals bepaalde gokspelen, het thuisstoken van alcohol en de verkoop van plastic roerstaafjes voor in de koffie. De motivatie daarvoor ligt in de bescherming tegen negatieve gevolgen als verslaving, belastingontduiking en milieuschade – zaken die ook allemaal bij cryptovaluta spelen. De energieverspilling bij de productie van bitcoins is wat mij betreft al genoeg aanleiding om een verbod te overwegen. 

3.    Het feit dat criminelen cryptomunten gebruiken is geen reden voor een verbod, ze gebruiken ook overheidsgeld. Daar zijn twee antwoorden op. Allereerst probeert de overheid op allerlei manieren om witwassen, belastingontduiking en criminele transacties aan te pakken: het is dan contraproductief om daarnaast ongecontroleerde cryptotransacties wel toe te staan. En verder ligt het aandeel van criminele transacties bij betalingen in bitcoins veel hoger dan bij gewoon geld. Ik heb het dus niet over financiële transacties (hoewel daar ook de nodige zwendelpraktijken plaatsvinden), maar over het gebruik van cryptomunten voor de afname van goederen en diensten. Dat komt bijna niet voor, en waar het voorkomt, is de kans groot dat er illegale praktijken aan de orde zijn.

4.    Het huidige geldstelsel scoort helemaal niet goed op waardevastheid! Grappig, ik dacht dat mijn constatering dat het met de geldontwaarding erg meevalt ongeveer de minst controversiële bewering uit mijn column zou zijn. Maar onderdeel  van het contagious narrative van de bitcoin is dat het huidige geldstelsel fundamenteel onbetrouwbaar is. Nu valt er echt wel wat te verbeteren – het feit dat betalingsverkeer en geldschepping grotendeels belegd zijn bij commerciële banken, bijvoorbeeld – maar als het gaat om inflatie dan is die volgens bijna alle economen de afgelopen jaren eerder te laag dan te hoog geweest. En een volatiele munt is niet waardevast, zelfs niet als die per saldo zou appreciëren. Maar als de cryptomunten de aanleiding vormen om nu echt werk te maken van central bank digital currencies—digitaal overheidsgeld dat ook echt door de overheid, en niet door banken, wordt gecreëerd – dan heeft deze nieuwe technologie toch nog een zichtbare opbrengst gegenereerd.

5.    Nieuwe technologieën moet je omarmen, niet verbieden. Daar ben ik het in principe mee eens, en ik heb in mijn column waarschijnlijk onvoldoende benadrukt dat blockchaintechnologie wel degelijk interessante mogelijke toepassingen kent. Die zouden dus ook buiten een verbod moeten vallen. Ik ben in het algemeen geen voorstander van verboden en zou daar vijf jaar geleden ook niet voor hebben gepleit. Ook de CPB-studie uit 2018 gaf cryptomunten nog het voordeel van de twijfel. Maar de eventuele voordelen hebben zich sindsdien niet gerealiseerd en de destijds ook al gesignaleerde risico’s vertalen zich inmiddels in hoge maatschappelijke kosten.

6.    Een verbod kan helemaal niet, gegeven het decentrale karakter van de technologie. Twee antwoorden daarop. Natuurlijk is het beter om cryptovaluta in breed internationaal verband aan te pakken, maar dat duurt jaren – en intussen loopt de schade en het financiële risico op. En inderdaad, het is waarschijnlijk bijzonder moeilijk om het bezit van cryptovaluta effectief te verbieden. Maar voor handelsplatforms, het aanbieden van apps, het maken van reclame ligt dat veel eenvoudiger– zelfs als dat alleen in Nederland gebeurt.

7.    Moet de directeur van het CPB zich niet met andere zaken bezighouden? Ik vond het onderwerp belangrijk genoeg om in een opiniestuk te agenderen. Niet omdat cryptomunten op dit moment een acute bedreiging vormen voor de financiële stabiliteit. Wel omdat met name onder jongeren deze vorm van internetgokken steeds grotere vormen aanneemt, omdat er miljarden in de zakken van criminelen verdwijnen en er energieverspilling op ongekende schaal plaatsvindt. Iemand moet een keer roepen dat de nieuwe keizer geen kleren aan heeft. Ik was daarin zeker niet de eerste, en ik hoop dat er vanuit de politiek en toezichthouders een vervolg wordt gegeven. 

Tot slot: ik heb niet de illusie dat ik met deze nieuwe column iedereen alsnog zal overtuigen. Zelf laat ik voor nu het onderwerp rusten en richt ik mij weer op het economisch herstel, de arbeidsmarkt, ongelijkheid, klimaat, belastingen en alle thema’s waar het CPB zich verder mee bezighoudt. 

Pieter Hasekamp (directeur van het Centraal Planbureau)