19 januari 2023
CPB Column - Egbert Jongen

Technologische werkloosheid?

Photo of Egbert Jongen
De gevolgen van technologische verandering voor de arbeidsmarkt zijn al sinds de Industriële Revolutie voer voor discussie. Aan het begin van de 19e eeuw vernielden Luddieten weefmachines uit vrees dat die hun banen afpakten. Twee eeuwen later leidt automatisering tot vergelijkbare zorgen, bijvoorbeeld in de speech van toenmalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher in 2014. Inmiddels zijn we bijna een decennium verder en blijft de technologische werkloosheid uit. Sterker nog, de arbeidsmarkt is historisch krap en technologische verandering wordt daarbij juist gezien als oplossing, bijvoorbeeld in de recente Kamerbrief van de huidige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Karien van Gennip. Een mooi moment om de gevolgen van technologische verandering voor de arbeidsmarkt weer eens onder de loep te nemen.
Egbert Jongen
programmaleider Arbeid bij het Centraal Planbureau
Photo of Egbert Jongen

Bekijk de speech van toenmalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher en lees de Kamerbrief van de huidige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Karien van Gennip.

In een vandaag verschenen studie analyseer ik samen met mijn collega Wiljan van den Berge en Maarten Goos en Yannis Kerkemezos van de Universiteit Utrecht de gevolgen van technologische verandering op de Nederlandse arbeidsmarkt in de afgelopen decennia. Hieronder bespreek ik onze belangrijkste inzichten.

Automatisering

Verdwijnen er door automatisering ook banen en taken voor werkenden in Nederland? Zeker wel. Een indicatie van de omvang hiervan volgt uit de ontwikkeling van het inkomensaandeel van werkenden binnen sectoren. Dat is het aandeel van de productie dat wordt uitbetaald aan werkenden. Wanneer dit aandeel daalt, is dat een indicatie dat er minder taken door werkenden worden gedaan, en meer taken door machines, robots en software. Tellen we de verandering in het inkomensaandeel van werkenden binnen sectoren waar het inkomensaandeel van werkenden daalt (zoals de bouw en de financiële dienstverlening) op, dan geeft dat een indicatie van het effect van automatisering.

Onze analyse suggereert dat ongeveer een vijfde van de taken van werkenden binnen sectoren tussen medio jaren 90 en eind jaren 10 is geautomatiseerd. Deze mate van automatisering binnen sectoren in Nederland is vergelijkbaar met de mate van automatisering binnen sectoren in de VS (Acemoglu en Restrepo, 2019).

Nieuwe banen

Tegelijkertijd ontstaan er door nieuwe technologie ook nieuwe banen en taken voor werkenden, ook in Nederland. Dat gebeurt zowel direct, waarbij nieuwe banen ontstaan om met nieuwe technologie te werken, als indirect, onder andere door de toename in de materiële welvaart.

Door wederom naar het inkomensaandeel van werkenden binnen sectoren te kijken, kunnen we ook een inschatting maken van het directe effect van technologische verandering op het ontstaan van nieuwe taken voor werkenden. We berekenen nu de verandering van het inkomensaandeel van werkenden over sectoren waarbinnen het inkomensaandeel van werkenden stijgt (zoals de ICT). Onze analyse suggereert dat binnen sectoren tussen medio jaren 90 en eind jaren 10 ruim tien procent meer taken door werkenden worden gedaan. Dit is vergelijkbaar met de mate waarin nieuwe taken zijn ontstaan voor werkenden binnen de VS (Acemoglu en Restrepo, 2019).

Daarnaast kunnen we een inschatting maken van het aantal nieuwe taken dat indirect ontstaat door technologische verandering, onder andere door de toename in de materiële welvaart. Dit meten we aan de hand van de verandering van het inkomensaandeel van werkenden door verschuivingen tussen sectoren. Over de tijd zijn we in Nederland steeds meer gaan besteden aan arbeidsintensieve sectoren, zoals de zorg. In deze sectoren worden relatief veel taken gedaan door werkenden, en relatief weinig door machines, robots en software. Ook deze sectorale verschuiving heeft geleid tot een zekere toename in het aantal taken dat door werkenden wordt gedaan.

Per saldo ontloopt het aantal taken dat is geautomatiseerd en het aantal nieuwe taken voor werkenden dat door nieuwe technologie (zowel direct als indirect) is ontstaan elkaar niet zoveel. Voorlopig dus geen technologische werkloosheid.

Middensegment onder druk

Het verdwijnen en ontstaan van banen en taken is echter niet gelijk verdeeld over verschillende groepen op de arbeidsmarkt. Uit onze analyse blijkt dat het aandeel routinematige taken sinds het begin van de 21e eeuw met ongeveer zeven procentpunt is afgenomen. Veel van deze taken bevinden zich in het middensegment van de arbeidsmarkt, denk bijvoorbeeld aan boekhouden en andere financiële dienstverlening, dat daarom bovengemiddeld is geraakt door automatisering. De bovenkant van de arbeidsmarkt heeft juist vooral geprofiteerd van nieuwe technologie en de nieuwe banen en taken die daarmee gepaard gaan. De onderkant van de arbeidsmarkt heeft geprofiteerd van de toename in de vraag naar persoonlijke dienstverlening als gevolg van de toegenomen welvaart, maar heeft ook te maken gehad met toenemende concurrentie van werkenden uit het middensegment.

Daarbij is het wel de vraag of het verleden garanties geeft voor de toekomst. In het afgelopen decennium lijkt de ‘polarisatie’ van de arbeidsmarkt te zijn afgevlakt (Van Vliet en Van Doorn, 2021). Ook de bovenkant van de arbeidsmarkt moet daarbij beducht blijven voor technologische verandering, bijvoorbeeld nu technologie ook steeds meer creatieve taken lijkt te kunnen doen (zie bijvoorbeeld ChatGPT).

Investeren in de match tussen mens en machine

De overheid kan helpen om de kansen van nieuwe technologie beter te benutten en de bedreigingen verder in te perken, dat rendeert zowel in een krappe als in een minder krappe arbeidsmarkt.

Allereerst moet er gezorgd worden voor de juiste kennis en vaardigheden bij werkenden. In het initieel onderwijs betekent dat onder andere voldoende aandacht voor technische vaardigheden (om met nieuwe technologie te kunnen werken) en sociale vaardigheden (die moeilijk zijn te automatiseren). Daarnaast neemt het belang van leven lang ontwikkelen toe, zodat werkenden kunnen blijven werken met nieuwe technologie en om te voorkomen dat werkenden blijven hangen in banen die verdwijnen.

Door het stimuleren van research & development kan de overheid een impuls geven aan de ontwikkeling van nieuwe technologie die werkenden aanvult. Tegelijkertijd moet de overheid waken voor verstorende prikkels die kunnen leiden tot te veel automatisering, bijvoorbeeld een ongelijke belasting op arbeid en kapitaal.

Egbert Jongen

alle columns en artikelen

Egbert Jongen

programmaleider Arbeid bij het Centraal Planbureau

Neem contact op

Lees meer over