14 mei 2021

Het recept voor beter beleid: eenvoud en kwaliteit

Begin jaren negentig studeerde ik in Florence. Omdat we de Italianen op culinair gebied wel erg chauvinistisch vonden, kookte ik met een paar Nederlandse vrienden een klassieker uit het studentenhuis: pasta met gehakt, ui, tomatenpuree, paprika, champignons, kruiden en toevoegingen uit een potje, ananas uit blik. Deze ‘spaghetti all’olandese’ kon op weinig waardering rekenen bij de Italianen: ze vonden het smerig. En ze hadden gelijk. De Nederlandse keuken haalt het doorgaans niet bij de Italiaanse, waar het de kunst is om met weinig ingrediënten, van goede kwaliteit, iets smaakvols op tafel te zetten. Gelukkig zijn er veel terreinen waarop wij het beter doen dan de Italianen: het economisch beleid en het land besturen, bijvoorbeeld. Toch?
Main image

Het afgelopen jaar heeft ons positieve zelfbeeld wel wat krassen opgelopen. De corona-aanpak, en met name het vaccinatiebeleid, verliep minder voortvarend dan we zelf hadden gedacht. Op economisch gebied blijven we steken in het doortrekken en opplussen van het bestaande steunbeleid. 

Nog geen stap dichterbij

Terwijl Italië (net als Duitsland, Frankrijk en nog tien andere landen) al een plan heeft ingediend voor de Europese Recovery and Resilience Facility, is Nederland bijna twee maanden na de verkiezingen nog geen stap dichter bij een regeerakkoord dat herstelbeleid zou moeten verbinden aan de opgaven voor de langere termijn. En die zijn er genoeg, als het gaat om gezondheid, wonen, klimaat en leefomgeving, werk en het stelsel van belastingen en toeslagen.

Het probleem op al die terreinen is niet dat er nu geen beleid is. Integendeel, er is juist heel veel beleid, maar dat richt zich vaak op het achteraf repareren wat aan de voorkant misgaat. Op het gebied van gezondheid is dat duidelijk zichtbaar: we geven elk jaar zo’n €100 mrd uit aan zorg en maar €10 mrd aan gezondheidsbevordering en -bescherming – aan het voorkomen van zorg dus.

Als het gaat om wonen kunnen jongeren geen huis vinden, omdat de huursector is dichtgereguleerd en de koopmarkt wordt bedorven door subsidies voor hogere inkomens. In reactie schaffen we de overdrachtsbelasting af voor jongeren waardoor prijzen verder stijgen en het voordeel grotendeels bij bestaande huizenbezitters terechtkomt. Intussen blijven we iedereen fiscaal verplichten om de volledige hypotheek binnen dertig jaar af te lossen, wat er in combinatie met hoge verplichte pensioenpremies voor zorgt dat we zowel te veel (beklemd) als te weinig (vrij beschikbaar) sparen –  zoals een CPB-studie onlangs nog eens heeft laten zien.

Ook op het terrein van klimaat en leefomgeving loopt Nederland vaak achter de feiten aan: we blijven aan de ene kant vervuilende industrie subsidiëren (bijvoorbeeld door korting op de energiebelasting) en proberen dat aan de andere kant weer te compenseren door andere subsidies, zoals op elektrisch rijden, duurzame energie en CO2-opslag.

Op de arbeidsmarkt heeft regulering een tweedeling gecreëerd tussen werkenden met goed beschermde vaste banen en een onzekere ‘flexibele schil’ van tijdelijke contracten en zzp’ers, zonder vangnet en vaak zonder buffers. Met lapmiddelen – in coronatijd de Tozo  – proberen we iets van de gevolgen op te vangen. Maar de beleidsprikkels blijven verkeerd staan en leiden tot ongelijkheid.

Het stelsel van belastingen en toeslagen speelt op al deze terreinen een belangrijke rol. Fiscale regels leiden vaak tot ongewenst bijeffecten, waardoor er weer andere regels nodig zijn om die effecten te compenseren – met een enorme complexiteit tot gevolg. Bij de belasting van inkomsten op arbeid, maar zeker ook die uit kapitaal, is er sprake van een ware spaghetti aan overlappende regelingen.

Nederland is geen participatiesamenleving, maar een compensatiesamenleving. We kiezen er al te vaak voor om problemen niet op te lossen, maar af te kopen. Dat is om meerdere redenen suboptimaal. Voorkomen blijft beter dan genezen. De moderne gedragseconomie geeft een onderbouwing voor die oude tegeltjeswijsheid: mensen worden ongelukkig van verlies, ook al worden ze daar vervolgens voor gecompenseerd.
 
Maar reparatie achteraf is niet alleen ineffectief, maar ook inefficiënt: het verplaatst problemen naar beleidsuitvoerders, die de onmogelijke taak krijgen om met beperkte middelen maatwerk te leveren. En ingewikkelde wet- en regelgeving werkt in de praktijk vaak anders uit dan bedoeld: wie zijn weg kent in het systeem kan profiteren, maar wie minder zelfredzaam is, raakt al gauw het spoor bijster. Complexiteit, die vaak samenhangt met de wens om ongelijkheden weg te nemen, wordt zo zelf een oorzaak van ongelijkheid.

Gaat alles dan fout? Doet Italië het op al deze terreinen beter? Natuurlijk niet: de Italiaanse overheid is op veel plekken afwezig en de bureaucratie is berucht. Nederland kent juist een traditie van beleid gebaseerd op kennis en cijfers, beleid dat rekening houdt met verschillend belangen, uitgevoerd door een competente overheid. Maar inmiddels hebben we het te vaak te ingewikkeld gemaakt. 

Beleidsspaghetti

Het recept voor beter beleid kan worden gebaseerd op de Italiaanse keuken: eenvoud en kwaliteit. De opgaves op de lange termijn vragen om heldere en onderbouwde keuzes, om beleid dat niet doorschiet in detaillering maar uitvoerbaar en begrijpelijk is. Laten we ophouden met het serveren van beleidsspaghetti.

Pieter Hasekamp (directeur van het Centraal Planbureau)

Dit essay van Pieter Hasekamp voor Het Financieele Dagblad is op vrijdag 14 mei 2021 ook gepubliceerd op de opiniepagina van het FD.

Lees ook de voorgaande in het FD gepubliceerde essays van Pieter Hasekamp: Leg de coronarekening niet bij de jongeren neer (16-4-2021), Maak Nederland snel weer missionair (19-3-2021), De economische zwaartekracht bestaat nog (19-2-2021), Nog even geduld, de economische omslag is in zicht (22-1-2021).

Contactpersonen

Foto Pieter Hasekamp
Pieter Hasekamp +31 6 52844954 Lees verder