9 september 2022
CPB Column - Pieter Hasekamp

Kijk verder dan het vestigingsklimaat

Photo of Pieter Hasekamp
Hoe is het eigenlijk met… het vestigingsklimaat? Met alle zorgen over de toestand van het land, de energiecrisis, de koopkrachtcrisis, de stikstofcrisis, de wooncrisis, de asielcrisis en de algemene vertrouwenscrisis, zouden we bijna vergeten dat er ook nog geld verdiend moet worden. Ondernemersorganisaties ageren regelmatig tegen plannen om de rekening van overheidsbeleid bij bedrijven neer te leggen: immers, lastenverzwaringen kunnen het vestigingsklimaat schaden.
Pieter Hasekamp
directeur bij het Centraal Planbureau
Photo of Pieter Hasekamp

Dit essay van Pieter Hasekamp is op vrijdag 9 september 2022 ook gepubliceerd op de opiniepagina van Het Financieele Dagblad.

Maar wat is dat eigenlijk, het vestigingsklimaat? Die vraag is nog niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Eng gedefinieerd gaat het om de mate waarin een land (of regio, of stad) aantrekkelijk is voor bedrijven die zich daar willen vestigen. Maar het lijkt even belangrijk dat bestaande bedrijven kunnen floreren. De Engelse vertaling 'business climate' dekt de lading beter. Het onderscheid is relevant, omdat maatregelen die nieuwe, buitenlandse bedrijven moeten trekken (zoals specifieke fiscale voordelen) vaak ten koste gaan van bestaande bedrijven. Dat speelt nog sterker in een situatie van krapte op de arbeidsmarkt en schaarse ruimte.

Het gaat dus om het totale ondernemingsklimaat. Hoe is het daarmee gesteld in Nederland? Op het eerste gezicht heel erg goed. Nederland staat al jarenlang in de top van allerlei ranglijstjes die de concurrentiepositie van landen vergelijken. En voor wie die lijstjes wantrouwt zijn er de macro-economische cijfers: Nederland groeide de afgelopen jaren sterker dan bijna alle andere ontwikkelde landen, met een bbp-volume dat inmiddels 5% boven het niveau van voor corona ligt en de hoogste arbeidsparticipatie van het gehele Oeso-gebied. Het is best lastig om die ontwikkeling te verklaren: overheidsbeleid speelt een rol, onze economische sectorstructuur, de mate van digitalisering. Wat ook de precieze oorzaken zijn, we doen in ieder geval iets goed.

Maar er zijn zorgen. Shell, Unilever en DSM verplaatsten hun hoofdkantoor naar het buitenland, en de lasten voor bedrijven stijgen. Werkgevers waarschuwen daarnaast voor de negatieve gevolgen van maatregelen die het leefklimaat boven het vestigingsklimaat stellen (zoals het verminderen van het aantal vluchten op Schiphol). ‘Nederland, pas op uw zaak!’, klinkt het, het geld moet eerst verdiend worden voordat het kan worden uitgegeven. Het bedrijfsleven creëert welvaart, de overheid verdeelt die. 

Verdienvermogen

Dat klinkt aannemelijk – maar economisch gezien is het kolder. Het nationale welvaartsniveau is de resultante van de keuzes van alle economische actoren, waarbij het in principe niet uitmaakt welk deel wordt gefinancierd uit belastinggeld en welk deel uit markttransacties. Ja, het bedrijfsleven produceert goederen en diensten, maar de overheid schept daarvoor de voorwaarden: door te zorgen voor onderwijs, infrastructuur, et cetera. Je kunt het ook omdraaien: de overheid is verantwoordelijk voor zaken die we essentieel vinden, zoals bestaanszekerheid, gezondheidszorg en veiligheid, en gebruikt het bedrijfsleven als toeleverancier. Uiteindelijk gaat het om de vraag hoe Nederland zo goed mogelijk (brede) welvaart kan creëren: ons verdienvermogen. Die welvaart zit zowel in zaken die we via de markt beprijzen (vliegreizen, de productie van staal) als in zaken waarvoor dat meestal niet geldt, zoals veiligheid en gezondheidszorg.

Het voorbeeld van gezondheidszorg illustreert dit goed. Medische zorg wordt voor het allergrootste deel gefinancierd uit collectieve lasten en geleverd door publieke en niet-winstbeogende instellingen, die weer gebruik maken van toeleveranciers uit het (commerciële) bedrijfsleven. Wie creëert hier de toegevoegde waarde? De overheid, de zorgverzekeraars, de ziekenhuizen, medische professionals? Philips en Pfizer? Het enige juiste antwoord is: ja, allemaal.

En lastenverzwaringen voor bedrijven? Die kunnen soms het verdienvermogen schaden, maar dat hangt er helemaal van af waar die lasten terechtkomen, en wat er met het geld gebeurt. Zoals Cruijff nog nooit een zak geld een doelpunt had zien maken, heb ik nog nooit een bedrijf een collectieve last zien dragen. Lasten worden uiteindelijk opgebracht door consumenten, door werkenden, door spaarders en investeerders – door mensen, dus. Laten we er daarom voor zorgen dat dat geld goed besteed wordt. Het gaat niet om het vestigingsklimaat, maar om verdienvermogen en leefklimaat.

Pieter Hasekamp

alle columns en artikelen

Pieter Hasekamp

directeur bij het Centraal Planbureau

Neem contact op

Dit essay van Pieter Hasekamp is op vrijdag 9 september 2022 ook gepubliceerd op de opiniepagina van Het Financieele Dagblad.

Recente CPB columns

alle columns en artikelen