29 oktober 2012

Analyse economische effecten financieel kader Regeerakkoord

Korte verklaring CPB over koopkrachtgevolgen voorgenomen beleid in Regeerakkoord

Persbericht
Het CPB heeft in de doorrekening van de effecten van het financieel kader van het Regeerakkoord de koopkrachteffecten van het gehele pakket doorgerekend.
Main image

Die effecten van het gehele pakket zijn weergegeven in paragraaf 5 van de reeds gepubliceerde CPB Notitie 'Analyse economische effecten financieel kader Regeerakkoord'.

Het CPB maakt geen deelanalyses op het niveau van individuele maatregelen of delen van het pakket, omdat het CPB streeft naar een zo integraal mogelijke weergave van de effecten van het Regeerakkoord.

De afgelopen dagen zijn wij van verschillende kanten benaderd met vragen over de gegevens en rekenmethodes die gebruikt zijn voor de omzetting van nominale naar inkomensafhankelijke ZVW-premies. Zoals gebruikelijk hebben wij die feitelijke informatie verstrekt, voor zover deze nog niet beschikbaar was in genoemde notitie of het regeerakkoord. Het gaat dan bijvoorbeeld om de hoogte van de franchise (het deel van het salaris waarover geen premie betaald hoeft te worden).

Mede op basis van de betreffende informatie zijn verschillende media vervolgens begonnen eigen, partiële, koopkrachtberekeningen te maken van de effecten van de voorgenomen veranderingen in de zorg, met name de inkomensafhankelijke premie. Het CPB kan geen uitspraken doen over de juistheid van de berekeningen van anderen.

Lees ook de aanvullende korte verklaring CPB over koopkrachtgevolgen voorgenomen beleid in Regeerakkoord, alsmede de CPB Notitie met nadere informatie welke op 8 november 2012 is gepubliceerd.

In hoofdstuk 9 staat precies aangegeven welke maatregelen zijn meegenomen in de analyse. Het basispad voor de doorrekening is de geactualiseerde versie van 'De Nederlandse economie tot en met 2017' (zie hoofdstuk 10). Bij de beoordeling van de verschillende voorstellen is op dezelfde manier te werk gegaan als bij de beoordeling van verkiezingsprogramma’s in 'Keuzes in Kaart 2013-2017' (KiK). Net als in KiK hebben wij alleen maatregelen in de analyse betrokken die juridisch haalbaar zijn. Dat betekent niet dat wij voor elke maatregel een doorwrochte juridische analyse hebben opgesteld. In tegenstelling tot bij 'Keuzes in Kaart' is niet samengewerkt met het Planbureau voor de Leefomgeving. Dit betekent dat analyses van de effecten op energie en klimaat, bereikbaarheid en natuur niet in deze CPB Notitie zijn opgenomen. Er zijn ook geen aparte hoofdstukken opgenomen over structurele werkgelegenheidseffecten, onderwijs en innovatie. Uiteraard zijn de budgettaire effecten van maatregelen op deze terreinen wel meegenomen en zijn de gevolgen voor de structurele werkgelegenheid berekend.

Het financieel kader van het Regeerakkoord bevat budgettaire maatregelen die ex ante het begrotingssaldo verbeteren met 15 mld euro ten opzichte van het basispad (waarin de maatregelen van het Begrotingsakkoord 2013 zijn verwerkt). Als gevolg van de maatregelen van het Regeerakkoord valt de bbp-volumegroei in de periode 2013-2017 0,2%-punt per jaar lager uit dan in het basispad. Per saldo resulteert dan een bbp-volumegroei van 1¼% per jaar. De werkloosheid in 2017 valt als gevolg van de maatregel 0,9%-punt hoger uit dan in het basispad en komt uit op 5¾%.

Vanwege de doorwerking van het pakket op de economie is de verbetering van het EMU-saldo in 2017 minder groot dan de initiële impuls van 15 mld euro of 2,3% bbp. Inclusief de inverdieneffecten van -1% bbp euro verbetert het EMU-saldo tot -1,5% bbp in 2017.

Per saldo blijft de statische koopkracht van zowel de mediane werknemer als de mediane gepensioneerde gelijk. Het pakket is gunstig voor de mediane uitkeringsgerechtigde. Binnen al deze categorieën is sprake van herverdeling van hoge naar lage inkomens. Dit komt vooral door de invoering van de inkomensafhankelijke zorgpremie en het inkomensafhankelijke eigen risico.

Het beleidspakket verbetert de houdbaarheid met 2,1% bbp, en komt daarmee uit op een positief saldo van 0,8%. Hiermee is het houdbaarheidstekort van 1,3% bbp omgebogen in een overschot. Dit betekent dat het kabinet ruimte creëert voor toekomstige lastenverlichting of hogere uitgaven.

Downloads