29 oktober 2020

Speech van Pieter Hasekamp CPB 75 jaar

Speech van directeur Pieter Hasekamp, gehouden op 29 oktober 2020 op de mini-conferentie ter ere van het 75-jarig bestaan van het CPB:

“We leven in een staat van verwildering. Het zedelijke peil waartoe de vrouwen geraakt zijn, is zeer laag. De mannen spelen in de huidige wereld geen betere rol.”

Dit zijn niet mijn woorden, maar die van minister-president Schermerhorn in een speech uit de zomer van 1945, waarin hij terloops – naast de geldzuivering – ook de oprichting van een ‘’centraal planbureau” aankondigde.

Dat Centraal Planbureau ging vervolgens op 15 september 1945 van start, onder leiding van Jan Tinbergen. Het CPB bestaat dus 75 jaar en dat vieren we vandaag.

Welkom, medewerkers, oud-medewerkers en relaties van het CPB, die deze bijeenkomst digitaal volgen. Gelukkig hebben we ook een beperkt aantal mensen in de zaal - Stefan Groot en Minke Remmerswaal namens de medewerkers, Marcel Timmer en Jeroen Hinloopen vanuit de directie, Ton Manders vanuit het MT. Roel Jansen namens ons toezichtorgaan, de CPC – voorzitter Hans Smits kon helaas niet aanwezig zijn.

Een speciaal welkom aan de sprekers, onder wie ook de verre opvolger van Schermerhorn, premier Mark Rutte. Esther van Rijswijk zal alle sprekers zo introduceren, maar in ieder geval goed om te vermelden dat er vier oud-directeuren van het CPB aanwezig zijn. De vijfde nog levende oud-directeur, Peter de Ridder, was vast van plan om vandaag ook te komen maar moest toch vanwege de risico’s afzeggen. We hopen dat hij, net als jullie allemaal, vandaag digitaal bij ons is.

Op 2 maart dit jaar begon ik zelf als directeur van het CPB, tien dagen voordat Nederland als gevolg van de coronapandemie in “intelligente lockdown” ging. Ik heb het bureau leren kennen in een heel vreemde tijd. Een aantal medewerkers heb ik nog steeds niet in levenden lijve gezien. Desalniettemin hebben we de afgelopen periode intensief samengewerkt, af en toe moeten improviseren, maar altijd relevant en goed werk kunnen leveren. Ondanks, of misschien wel juist in, een tijd van grote economische en maatschappelijke onzekerheid is het werk van het CPB zeer belangrijk. Ik vind het geweldig om daaraan te kunnen bijdragen.

De verleiding groot is om in deze bijzondere tijd parallellen te trekken met de begintijd van het CPB. Dat was eveneens een periode van grote onzekerheid, een tijd waarin de overheid, noodgedwongen of uit overtuiging, het voortouw nam bij de wederopbouw van de economie. Tegelijkertijd laat het citaat van Schermerhorn zien dat de tijden zijn veranderd. We praten niet meer over het “zedelijk peil” van de vrouwen, of van de mannen. Of misschien wel? We noemen het anders, maar we klagen net zo hard over jongeren die hun “verantwoordelijkheid niet nemen” en een feestje vieren.

Wat wel veranderd lijkt, is het geloof in de maakbaarheid van de samenleving. Maar ook direct na de oorlog werd al aan die maakbaarheid getwijfeld: niet voor niets werd het CPB geen planbureau, maar een rekenmeester.

“Wat willen die lui?” vraagt Bas Haring zich af in ons jubileumboekje. Om als antwoord te geven: “De overheid helpen om gedegen beleidsbeslissingen te nemen, op basis van inschattingen die gefundeerd zijn in wetenschap.” En dat lijkt me in elke tijd belangrijk.

Het CPB is een bijzonder organisatie. We waren enig in onze soort, al worden er de laatste tijd, bijvoorbeeld met de Independent Fiscal Institutes binnen de EU, pogingen gedaan om het model te kopiëren. Maar andere landen kijken nog steeds jaloers naar ons, bijvoorbeeld naar de unieke Nederlandse traditie van het doorrekenen van de verkiezingsprogramma’s. Binnenkort beginnen we daar weer mee. Een groot deel van de organisatie zal er in de periode 1 december – 1 maart meer dan fulltime mee bezig zijn.

Driekwart eeuw na de oprichting is het CPB behoorlijk veranderd – en toch ook weer niet. Het bureau rekent als onafhankelijk instituut nog steeds plannen door. Maar sinds de tijd van Tinbergen is het werkterrein van het CPB wel aanzienlijk verbreed. We houden ons met meer onderwerpen bezig en gebruiken ook meer onderzoeksmethoden dan onze macro-economische modellen. We hebben inmiddels een datascienceteam. En we werken samen met de andere twee planbureaus op thema’s die variëren van integratiebeleid tot mobiliteit, met als gemeenschappelijke noemer: brede welvaart.

Duizenden artikelen in kranten heeft ons werk opgeleverd. Krantenkoppen als ‘Voorspellen blijft een vak vol risico’s’, ‘Pleisters plakken enige middel tegen pijn en recessie’ en ‘Partijen zetten CPB-cijfers naar de hand’ geven wel aan in welk (politiek) krachtenveld het CPB al jaren opereert. Dit zijn koppen uit de oude doos, maar ze zouden gisteren nog in de krant hebben kunnen staan.

Toch ligt het werk dat wij doen niet zonder meer voor de hand. Het is een groot goed dat feiten serieus worden genomen in het Nederlandse debat. Economisch ligt er (weer) een bijzondere tijd voor ons, met veel kansen om de toekomst vorm te geven en de hiaten in de samenleving aan te pakken.

Ik rond af. We hebben vanmiddag een programma met voor elk wat wils, Esther zei het net al – ik en (ik denk wij allemaal) hoop op smeuïge anekdotes uit het verleden, reflectie op (de unieke positie van) het bureau en wellicht een gedachte om verder over na te denken voor de toekomst. Het wordt vrolijk, maar we willen ook eerlijk naar onszelf kijken, samen met jullie in de zaal.

Tot slot wil ik mij nog even speciaal richten tot alle medewerkers thuis. Jullie zetten dag in dag uit met veel toewijding het werk van onze oprichter voort. (We zijn allemaal “Telgen van Tinbergen”). Alles wat het CPB tot stand brengt, is te danken aan jullie deskundigheid, jullie bevlogenheid, jullie inzet. Dank daarvoor. Samen maken we het CPB, ook in de toekomst.