17 juni 2021
CPB Column - Petra Messelink

Economentaal

Photo of Petra Messelink
‘Weet je wel dat Einstein je daar in de gaten houdt?’, vraagt een collega, als ik na een half jaar weer eens een dag op kantoor ben. Hij opent een kast achter het flexbureau en onthult een grote poster van de man met de warrige haardos en de uitspraak “De meeste fundamentele ideeën van de wetenschap zijn in wezen eenvoudig en kunnen in de regel worden uitgedrukt in een taal die voor iedereen begrijpelijk is”. Zie hier de dagelijkse worsteling van mijn collega’s en mij.
Petra Messelink
eindredacteur bij het Centraal Planbureau
Photo of Petra Messelink

Een jaar geleden werkte ik nog op de redactie van De Telegraaf, waar ik als eindredacteur  journalistieke artikelen checkte op alle aspecten van taal. Mijn op handen zijnde overstap naar het Centraal Planbureau leidde daar tot verbazing en verbijstering. Als je elke dag je bezighoudt met bloedstollende artikelen over moord en doodslag, minutieuze verslagen over falende politici en uiteenspattende huwelijken in de showbizz, moet er een steekje bij je loszitten als je overstapt naar een ‘saaie overheidsinstelling’ met een overvloed aan jargon. 

Confrontatie

Die vooronderstelling over saaiheid ging meteen niet op. In mijn agenda werden op de eerste werkdag al ‘warrooms’ ingeboekt. En ik kreeg een uitnodiging voor een ‘Eerste confrontatie met de Directie’. Oorlogszuchtig stelletje wetenschappers, daar bij het CPB, verzuchtte ik tegen het thuisfront. En ik vreesde dat ik slechts gewapend met mijn rode eindredacteurspen tussen de troepen zou moeten staan. Maar de warroom bleek een dagelijks, gemoedelijk en kort overleg over de kern van het CPB-werk: ramingen maken. En de ‘eerste confrontatie’ was geen gevecht, maar een rustige en gestructureerde uitwisseling over de cijfers in die ramingen. 

Dat woord raming raakt overigens niet alleen de reden waarom het CPB ooit opgericht is, het wijst meteen ook naar de kern van dit blog en mijn werk: taalgebruik. Want hoe leg je bijvoorbeeld in begrijpelijk Nederlands uit wat een raming is? Een raming is geen voorspelling, geen glazen bol. Een raming geeft een ruwe schatting op grond van nationale en internationale cijfers van economische verwachtingen. Maar zelfs deze zin geeft het niet exact weer. Taal blijkt in de dagelijkse CPB-praktijk vaak complexer dan cijfers.
 
En taal is geen exacte wetenschap; woorden kunnen verschillende dingen betekenen. Daarnaast heeft iedereen er ook nog een ander gevoel of andere ervaring bij. Terwijl ik als taalmens bijvoorbeeld een goed glas wijn erg kan ‘appreciëren’, gebruiken de onderzoekers bij het CPB dit woord voor iets heel anders. Daar kan in een notitie zomaar staan dat ‘de euro apprecieert ten opzichte van de dollar van …dollar per euro in 2020 naar … dollar per euro in 2021’. En terwijl een vrouw die bevalt van een kind ‘mee-ademt’ met de verloskundige om in een bepaald ritme te blijven ademen, ‘ademen’ bij het CPB de steunmaatregelen in coronatijd ‘mee’ met de omzet van bedrijven. 

Jargon

Over economisch jargon wil ik het hier niet hebben. Saldo-relevant, onzekerheidsmarges, een opwaarts bijgesteld macrobeeld, spaarquote, geharmoniseerde consumentenprijsindex en houdbaarheidstekort, daar blijf ik vanaf. Deze termen zullen de komende jaren terecht onderdeel blijven uitmaken van onze publicaties. Waar mogelijk en nodig zullen we die termen natuurlijk wel uitleggen voor de niet-economen onder ons. Maar net als een dokter niet zonder zijn stethoscoop kan, kunnen economen niet zonder deze vaktaal. 

Anders is het fenomeen ‘hedging’: een (vak)term voor de gewoonte in de wetenschap om woorden of zinnen te gebruiken die een uitspraak minder krachtig maken. Een voorbeeld daarvan is de volgende zin uit een CPB-notitie: ‘Eveneens kan mogelijk een welvaartsverlies ontstaan als studenten en werkenden door onvoldoende (juiste) informatie of onvoldoende vaardigheden om de beschikbare informatie goed te wegen, verkeerde of suboptimale keuzes maken’. Er worden slagen om de arm gehouden door woorden als kunnen en mogelijk. Dit soort gevallen betreft echter vaak wetenschappelijke zorgvuldigheid — wetenschappers zijn de eersten om toe te geven dat ze de waarheid niet in pacht hebben — maar kan overkomen als onzekerheid of (nog erger) het verhullen van informatie. In de journalistiek een doodzonde.

Poster van Albert Einstein 

Het CPB heeft hard gewerkt (en doet dat nog steeds) aan de leesbaarheid van publicaties. Schrijfcursussen, commentaarrondes, eindredactie en toch blijft het een uitdaging. Dat geldt overigens voor de meeste, zo niet alle, bedrijven. Welk rapport heeft u voor het laatst ‘lekker’ gelezen? Complexe zaken kort, duidelijk én accuraat beschrijven is soms bijna net zo ingewikkeld als het ramen van de economie tijdens een pandemie. Maar als het lukt, zijn we daar allemaal bij gebaat. Heldere teksten leiden tot minder verwarring en (mis)interpretaties, en stellen bovenal een lezer — ook de geoefende — in staat om de informatie snel tot zich te nemen en makkelijker te onthouden. Aan zowel wetenschapper als eindredacteur dus om – met vallen en opstaan - Einsteins woorden uit 1938 (Einstein, A.; Infeld, L.; Isaacson, W. The Evolution of Physics : From Early Concepts to Relativity and Quanta; Simon and Schuster: New York, 2007, p. 29) te eren en zorgvuldig, maar vooral ook duidelijk te zijn. Wat in rond Nederlands is: waarom zouden we moeilijk doen als het makkelijk verwoord kan worden?

Petra Messelink (eindredacteur)

Reageer via P.Messelink@cpb.nl

alle columns en artikelen

Petra Messelink

eindredacteur bij het Centraal Planbureau

Reageer via P.Messelink@cpb.nl

Recente CPB columns

alle columns en artikelen