15 oktober 2021

Dalende arbeidsparticipatie van jonge mannen

Steeds minder jonge mannen werken sinds de financiële crisis van 2008

Persbericht
Het afgelopen decennium is het aandeel jonge mannen dat werkt afgenomen. Met name onder mannen in de leeftijd van 25 tot en met 44 jaar is de afname fors, met een daling van 5 procentpunt in tien jaar tijd. Dat zijn ruim 100 duizend werkende jonge mannen minder. Deze afname hangt samen met minder werkgelegenheid in sectoren waar relatief veel mannen werken, de nasleep van de financiële crisis en een (tijdelijke) toename in het aantal jonge mannen met een Wajong-uitkering. Dit blijkt uit de CPB-publicatie ‘Dalende arbeidsparticipatie van jonge mannen’ die op 15 oktober is gepubliceerd.
jonge mannen aan het werk

Vergeleken met andere landen is de arbeidsparticipatie van jonge mannen in Nederland nog relatief hoog, maar net als in andere landen is het aandeel werkende jonge mannen afgenomen. Het CPB deed onderzoek naar de mogelijke verklaringen voor de dalende arbeidsparticipatie van jonge mannen in Nederland. Voor mannen jonger dan 25 jaar geldt dat de daling vooral samenhangt met het feit dat ze langer doorleren na de middelbare school. Bij mannen van 25-44 jaar spelen vooral andere factoren een rol.

Factoren bij mannen 25-44 jaar

Voor mannen in de leeftijd 25-44 jaar hangt de daling samen met een afname van het aantal banen in sectoren waarin relatief veel mannen werken, zoals de bouw en de industrie. Ook de nasleep van de financiële crisis vanaf 2008 en de daarop volgende eurocrisis speelt hierbij een rol; de arbeidsparticipatie van jonge mannen nam vooral tussen 2008 en 2014 sterk af. Na het aantrekken van de economie nam de arbeidsparticipatie van jonge mannen weer wat toe, maar keerde niet terug tot het niveau van voor de financiële crisis. Een toenemend aandeel van de mannen in de categorie 25-44 jaar geeft daarbij aan niet te kunnen werken door ziekte of arbeidsongeschiktheid. Er is ook een toename in het aandeel jongeren met een Wajong-uitkering. Deze laatste ontwikkeling is met het invoeren van de Participatiewet in 2015 sterk afgenomen en daarom waarschijnlijk tijdelijk van aard. Bij mannen 25-34 jaar speelt ook een hogere onderwijsdeelname nog een rol.

Maatschappelijke trends

In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten, lijkt in Nederland de afnemende participatie onder jonge mannen niet samen te hangen met bepaalde sociaal-maatschappelijke trends, zoals ontwikkelingen in het gebruik van medicijnen, alcohol en drugs en tijdsbesteding aan gaming en sociale media. Deze trends zijn breder zichtbaar in ons land en zijn niet uniek voor jonge mannen. De toename in tijdsbesteding aan gaming en sociale media door jonge mannen in Nederland lijkt vooral ten koste gegaan van tv-kijken en uitgaan en niet van werk. Verder treedt de afnemende participatie vooral op bij alleenstaande mannen. De participatie van mannen met kinderen neemt maar weinig af (zowel in personen als in gewerkte uren per week). Daarmee lijkt een meer gelijke verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders maar een beperkte rol te spelen.   

De publicatie ‘Dalende arbeidsparticipatie van jonge mannen’ is gefinancierd door Instituut Gak en betreft een eerste verkenning naar de mogelijke oorzaken van de dalende arbeidsparticipatie onder jonge mannen in Nederland. Om dieper inzicht te krijgen in de oorzaken is vervolgonderzoek nodig.

Auteurs

Egbert Jongen
Patrick Koot

Lees meer over