25 maart 2022
CPB Column - Pieter Hasekamp

De compensatiesamenleving gaat niet werken

Photo of Pieter Hasekamp
De coronasteun voor het bedrijfsleven stopt op 1 april. Twee jaar lang konden bedrijven met omzetverlies bij de overheid aankloppen voor het doorbetalen van lonen (de NOW-regeling) en het betalen van vaste lasten (de TVL). Daarnaast waren er veel specifieke steunpakketten (voor de zwaar getroffen cultuursector, maar ook voor de frietaardappeltelers). Er waren zeer ruime regelingen voor belastinguitstel, en relatief karige vergoedingen voor zelfstandigen.
Pieter Hasekamp
directeur bij het Centraal Planbureau
Photo of Pieter Hasekamp

Dit essay van Pieter Hasekamp is op vrijdag 25 maart 2022 ook gepubliceerd op de opiniepagina van Het Financieele Dagblad.

Over de effecten van deze steun is al veel geschreven. In de beginfase van de coronacrisis zorgde de overheidssteun ervoor dat bedrijven en huishoudens hun rekeningen konden betalen en dat banen behouden bleven. Een modelsimulatie door het Centraal Planbureau (CPB) laat zien dat er zonder steunbeleid in 2020 tussen de 65.000 en 180.000 extra werklozen zouden zijn geweest. Misschien nog belangrijker is dat langdurige economische schade lijkt te zijn voorkomen. In lijn met ramingsinstituten als IMF en OESO gaat het CPB er nu vanuit dat de economie weer terugkeert naar het groeipad van vóór de crisis.

Ondernemersrisico

Maar de steun had ook forse negatieve gevolgen. Allereerst voor de overheidsfinanciën: de kosten lopen inmiddels op tot zo’n €50 mrd, exclusief belastinguitstel. Daarnaast wordt de economische dynamiek geremd: het aantal faillissementen is historisch laag, evenals de werkloosheid. Dit wijst erop dat de steun onproductieve banen in stand houdt, terwijl elders werkgevers om mensen zitten te springen.

Naarmate de steun langer duurt is dat nijpender, omdat de noodzaak van economische aanpassing steeds groter wordt. Het kabinet zegt dan ook dat corona goeddeels een onderdeel moet worden van het gewone ondernemersrisico. In een recente studie concludeert het CPB dat eventuele nieuwe economische schokken door corona het beste kunnen worden opgevangen met regulier beleid.

Een onderbelichte kant van het steunbeleid zijn de politiek-economische consequenties. De coronasteun viel buiten de bestaande budgettaire regels. Dat was op zich logisch, maar heeft wel gezorgd voor een versnelling van de trend waarbij de overheid voortdurend financieel in de bres springt voor groepen die om welke reden dan ook met onverwachte kosten geconfronteerd worden. Van de onverzekerde schade van de wateroverlast in Limburg tot de gestegen prijzen van gas en benzine, van het leenstelsel tot de KLM, de overheid komt voortdurend in het geweer om burgers en bedrijven te compenseren. Nederland verandert in een compensatiesamenleving.

In sommige omstandigheden is compensatie volstrekt logisch. Bijvoorbeeld als de overheid de eigen wetten overtreedt, of anderszins verwijtbaar handelt, zoals bij de toeslagenaffaire. En ook als er sprake is van rampen of onvoorziene gebeurtenissen waarbij niet-handelen tot veel grotere schade voor de samenleving zou leiden. In die laatste categorie valt de steun in de beginfase van de coronapandemie, maar bijvoorbeeld ook het redden van banken in de financiële crisis van 2008.

Dat voorbeeld laat ook meteen zien welke verkeerde prikkels ontstaan als de overheid garant staat voor het oplossen van problemen. Bedrijven en consumenten namen te hoge risico’s en speculeerden met geleend geld, in een systeem waarin de winsten privaat, maar de verliezen publiek zijn. Er zijn mechanismen om dat ‘moreel gevaar’ te ondervangen, zoals buffereisen en gedetailleerd toezicht, maar die kunnen eveneens hoge maatschappelijke kosten met zich meebrengen.

Lobbycratie

Overheidssteun kan daarnaast ongelijkheid in de hand werken. Uit onderzoek van het CPB blijkt dat in het eerste coronajaar vooral flexwerkers en zelfstandigen hun inkomen zagen dalen – precies diegenen die nauwelijks door het steunbeleid gecompenseerd werden. Ook de recent aangekondigde accijns- en btw-verlagingen op energie komen vooral bij de hogere inkomens terecht. Het gevaar bestaat dat de compensatiesamenleving uiteindelijk leidt tot lobbycratie: als de overheid op ad hoc basis geld uitdeelt, loont het om te investeren in nauwe contacten met die overheid. Maar dat is geen garantie voor een eerlijke, integrale afweging van belangen.

Het is beter vooraf helderheid te bieden in welke omstandigheden compensatie wordt geboden, en aan wie. En compensatie zou moeten plaatsvinden binnen de reguliere budgettaire kaders, zodat duidelijk is wie de rekening betaalt.

De vraag wanneer compensatie gerechtvaardigd is, moet uiteindelijk door de politiek worden beantwoord. Maar enige terughoudendheid lijkt op zijn plaats.

Moeten bedrijven die naar Rusland exporteerden gecompenseerd worden voor het effect van sancties? Geldt dat dan ook voor botenbouwers die jachten bouwen voor oligarchen? Voor de financiële dienstverleners op de Zuidas? Als milieunormen worden verscherpt, moeten dan alle bedrijven die niet aan die normen kunnen voldoen worden gecompenseerd? Of moeten die bedrijven juist omwonenden compenseren voor eventuele gezondheidsschade van de uitstoot in de periode waarvoor lagere normen golden? Uiteindelijk is de compensatie voor de één de belasting voor de ander – nu of in de toekomst.

Volgens de overlevering heeft boer Koekoek ooit voorgesteld om heel Nederland een meter op te hogen, want dan hoefden de boeren niet meer zo te bukken. De compensatiesamenleving heeft hetzelfde, onmogelijke doel. Iedereen overal voor compenseren: dat gaat niet werken.

Pieter Hasekamp

alle columns en artikelen

Pieter Hasekamp

directeur bij het Centraal Planbureau

Neem contact op

Dit essay van Pieter Hasekamp is op vrijdag 25 maart 2022 ook gepubliceerd op de opiniepagina van Het Financieele Dagblad.