5 november 2020

CPB Column - Keuzes in Kaart

Dit is de tweede van een reeks blogs over (allerlei aspecten van) het werk van het CPB. Directeur Pieter Hasekamp gaat in op de gigantische klus waar het bureau nu voor staat: het doorrekenen van de verkiezingsprogramma’s.
Main image

Keuzes in Kaart

Van alle stukken die het CPB publiceert wordt Keuzes in Kaart – kortweg KiK – waarschijnlijk het meest gelezen. In 1986 benaderden drie politieke partijen het Centraal Planbureau met het verzoek het eigen verkiezingsprogramma door te rekenen. Dat was het begin van een unieke Nederlandse traditie, waarbij het aantal partijen en de omvang van de doorrekening steeds verder toenamen. Bij de vorige editie in 2017 deden elf partijen mee met in totaal 1165 maatregelen. En nu staan we aan het begin van de tiende doorrekening. Wat kunnen we verwachten?

Heel veel werk, in ieder geval. De voorbereidingen voor KiK 2021 lopen al meer dan een jaar. Er zijn spreadsheets gebouwd, vele honderden potentiële maatregelen geanalyseerd – wie interesse heeft kan terecht bij de publicaties uit de Kansrijk-reeks en bij Zorgkeuzes in Kaart. Er zijn medewerkers speciaal opgeleid, oefensessies geweest. Afgelopen maandag was er een persbriefing, gevolgd door een crisiscommunicatietraining (geen causaal verband). En vanaf 1 december is een groot deel van het CPB in ‘intelligente lockdown’ – in de zin dat we weinig anders doen dan de maatregelen van politieke partijen analyseren en doorrekenen. Eerst alleen op het directe budgettaire effect, daarna op de macro-economische gevolgen voor bijvoorbeeld koopkracht, werkgelegenheid en ongelijkheid.

Meerwaarde

Maar levert het ook wat op, al dat werk? Hier moet ik eerst iets opbiechten. Ik was in het verleden zelf niet altijd overtuigd van de meerwaarde van KiK. De CPB-sommen waren naar mijn mening te sturend in politieke keuzes, vooral bij ingrijpende beleidswijzigingen – zoals een stelselverandering in de zorg. CPB-modellen zijn naar hun aard enigszins mechanisch, gebaseerd op verbanden uit het verleden. Ze kunnen met redelijke zekerheid iets zeggen over de effecten op korte en middellange termijn van beperkte beleidsaanpassingen: de verlaging van een belastingtarief, een loonsverhoging bij de overheid.

Ook dan is het nog oppassen: in het verleden leken plannen soms ingegeven door een zoektocht naar de maatregel die in het CPB-model de hoogste opbrengst garandeerde, zonder veel aandacht voor inpasbaarheid en de bredere werking. Denk aan het steeds verder opschroeven van heffingskortingen zoals de IACK, waar tegenover een steeds hogere korting een steeds lager effect op de werkgelegenheid kwam te staan. Maar de echte tekortkomingen zitten vooral in zaken waarvan het effect moeilijk meetbaar is: investeringen in onderwijs, kennis en innovatie, maar ook in bijvoorbeeld veiligheid. De CPB-modellen – wie meer inzicht wil in hoe ze echt werken: lees dit boekje van Bas Haring – laten van dat soort maatregelen alleen de kosten en het directe effect (meer banen in de betreffende sector) zien, niet de opbrengsten op langere termijn.

Toch ben ik overtuigd geraakt van de meerwaarde van de doorrekeningen. Die zitten hem allereerst in de disciplinerende werking: een partij kan geen “gratis bier” beloven maar zal duidelijk moeten maken wat een maatregel precies inhoudt, en wat hij oplevert of kost. Daarnaast biedt KiK een gemeenschappelijke meetlat. Die maakt het mogelijk – voor partijen zelf, voor de media, voor kiezers – de verschillende keuzes, en de gevolgen daarvan, op een consistente wijze tegen elkaar af te zetten. Minder belangrijk dan de precieze uitkomst (“hoeveel banen creëert partij X in 2050”) is de richting van de keuzes (“vergroot of verkleint partij X de werkgelegenheid”) en de onderlinge verhouding tussen partijen (“partij X kiest ervoor sterk in onderwijs te investeren, partij Y juist in zorg”).

Wie wel eens verkiezingsdebatten in andere landen heeft gevolgd weet dat die vaak uitmonden in het elkaar om de oren slaan met volstrekt ongecontroleerde, en oncontroleerbare cijfers. Nederlandse politici zijn zich daarvan ook bewust, wat bleek toen het CPB een keertje geen doorrekening heeft gemaakt omdat een kabinet vroegtijdig ten val kwam. Eén van mijn voorgangers vertelde dat toen na het eerste verkiezingsdebat een aantal partijen op de stoep stond met het verzoek alsnog een doorrekening te maken. (Het CPB heeft dat toen niet gedaan: als twee maanden te kort tijd is om een fatsoenlijke KiK tot stand te brengen, dan lukt het ook niet in een week).

Toetsen met verstand

KiK voorziet duidelijk in een behoefte. Is het resultaat voor verbetering vatbaar? Waarschijnlijk wel, maar daar zitten ook grenzen aan. Vergelijk het met een eindtoets op school: die geeft een beeld van leerlingen weten en kunnen, ook in vergelijking met hun klasgenoten. Tegelijkertijd is een toets altijd een momentopname, scoren sommige leerlingen slechter of juist beter dan hun werkelijke kennisniveau en gaat zo’n toets geheel voorbij aan zaken die ook niet onbelangrijk zijn: sociale vaardigheden, burgerschap, ondernemingszin. Moeten scholen dan maar geen aandacht meer besteden aan dat soort zaken? Natuurlijk wel. En zo is het ook met voorgenomen beleid: als je denkt dat investeren in onderwijs goed is, dan moet je dat vooral doen, onafhankelijk van de vraag of het CPB daar een hoger BBP in 2050 aan koppelt (zie ook de recente column van Wimar Bolhuis).

Het CPB maakt dus gewoon weer een nieuwe KiK. Met wat aanpassingen: zo zullen we in de presentatie van de langetermijneffecten meer nadruk leggen op de richting van het beleid, niet op de exacte uitkomsten. Voor wie het allemaal nog eens wil nalezen, is er de recent gepubliceerde startnotitie. En dat is, met deze blog, meteen ook het laatste wat u van ons over proces en inhoud zult horen. Op 1 maart presenteren wij het eindproduct. Tot die tijd: geen kik.

Lees ook de vorige CPB column Ruler of the universe?.

Contactpersonen

Foto Pieter Hasekamp
Pieter Hasekamp +31 88 984 60 01 Lees verder

Lees meer over