Kopafbeelding perscentrum CPB

Gestaag herstel zet door

Gepubliceerd: 5 maart 2015

De economische groei trekt dit jaar aan tot 1,7% en volgend jaar tot 1,8%. De daling van de euro ten opzichte van de dollar en de forse daling van de olieprijzen zijn gunstig voor de Nederlandse economie. Er is sprake van een gestaag herstel, dat vanaf dit jaar ook gedragen wordt door de binnenlandse bestedingen.

De inflatie blijft laag, in lijn met de Europese prijsontwikkeling. Zowel de consumptie als de bedrijfswinsten en de investeringen krijgen dit jaar een impuls door de lage inflatie. De werkgelegenheid neemt toe, maar de werkloosheid daalt slechts licht naar 7% in 2016.

De groei van de wereldeconomie neemt verder toe. In het eurogebied is het herstel van de economie nog altijd traag, maar dit zal onder invloed van lagere energieprijzen en een depreciƫrende euro wat aan kracht winnen. De Nederlandse uitvoer profiteert van de verbetering van de concurrentiepositie.

Met ingang van dit Centraal Economisch Plan gebruikt het CPB de Europese geharmoniseerde consumentprijsindex (hicp) als de belangrijkste maatstaf van inflatie, in lijn met veel andere (internationale) instituten. De hicp komt dit jaar, door de lage energieprijzen, uit op -0,1% en volgend jaar op +0,9%. De lage energieprijzen en lage inflatie geven een impuls aan de binnenlandse bestedingen. Door lagere productiekosten en hogere bedrijfswinsten is er meer ruimte voor investeringen. De loonontwikkeling is gematigd, maar doordat de inflatie nog aanzienlijk lager is, neemt de mediane koopkracht toe. De consumptie groeit dit jaar met 1,5% en volgend jaar met 1,7%. De lagere gasproductie als gevolg van het besluit om de gaswinning uit het Groningenveld voorlopig te beperken tot 39,4 mld m3 drukt de economische groei dit en volgend jaar met respectievelijk 0,2%-punt en 0,1%-punt.

De werkgelegenheid in de marktsector groeit, maar deze groei wordt gedeeltelijk ongedaan gemaakt door de negatieve ontwikkeling van de werkgelegenheid in de zorg en bij de overheid. De toename van de werkgelegenheid is maar net voldoende om het stijgende arbeidsaanbod te absorberen. Per saldo is er daarom in 2015 en 2016 maar een lichte daling van de werkloosheid naar 7,0% van de beroepsbevolking.

Het overheidstekort daalt naar 1,8% bbp in 2015 en 1,2% bbp in 2016. De daling van het overheidstekort bij de langzaam aantrekkende economische groei is terug te voeren op diverse factoren. De collectieve uitgaven nemen voor het eerst sinds 2009 duidelijk af, van 47,3 % bbp in 2014 naar 45,1 % bbp in 2016. Vooral uitgaven aan zorg en sociale zekerheid in procenten bbp dalen, ook als gevolg van de oploop in de ombuigingen in het Regeerakkoord. Door de fors lagere rente nemen ook de rente-uitgaven af van 1,5% bbp in 2014 tot 1,2% bbp in 2016. Door lagere productie en lagere gasprijzen dalen de gasbaten aanzienlijk. De collectieve lasten als percentage van het bbp stijgen per saldo enigszins. Het voor conjunctuur en incidenten gecorrigeerde structurele saldo is -0,5% bbp in 2015 en  2016. Daarmee is het structurele EMU-saldo in beide jaren gelijk aan de middellangetermijndoelstelling  (MTO) volgens de Europese begrotingsregels.


Met ingang van dit Centraal Economisch Plan wordt voor ramingsjaren niet langer afgerond op kwarten maar op tienden. Om de onzekerheid rond de puntschatting van de raming te benadrukken, zal voor een aantal variabelen een zogenaamde fan chart worden opgenomen. Dit is een grafische weergave van de waarschijnlijkheid van de verschillende uitkomsten. Tegelijk met dit persbericht  brengt het CPB een achtergronddocument uit met informatie en uitleg over onzekerheid rond CEP- en MEV-ramingen en hoe deze worden weergegeven.

Bekijk de Fan Charts en lees het CPB Achtergronddocument.

Deel deze pagina