20 september 2022

Raming september 2022 (MEV 2023)

Tijdelijk beleid dempt gevolgen energiecrisis in 2023

Persbericht
Het nieuwe kabinetsbeleid in de Miljoenennota leidt in doorsnee tot ruim 3% meer koopkracht in 2023. Dit gaat ten koste van een daling van het overheidssaldo met 1,5% bbp in 2023. De armoede neemt in 2023 af. Een nieuwe stresstest “Kosten van levensonderhoud” laat zien dat de kwetsbaarheid als gevolg van een laag inkomen is afgenomen als gevolg van het tijdelijk beleid, daar staat tegenover dat de kwetsbaarheid als gevolg van een hoge energierekening is toegenomen. Dit blijkt uit de vandaag gepubliceerde Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB.
Macro Economische Verkenning 2023

CPB-directeur Pieter Hasekamp: “Het koopkrachtpakket geeft vooral huishoudens met de laagste inkomens tijdelijk verlichting. Zij hebben ook het meeste last van de hoge energieprijzen. Tegelijk laat onze stresstest zien dat niet iedereen wordt bereikt, zeker niet als de gasprijs nog hoger uitpakt. Vooral huishoudens met een hoog energieverbruik en een inkomen net boven het sociaal minimum lopen risico op financiële problemen.”

De oorlog in Oekraïne en de daaruit volgende energiecrisis zorgen voor een kanteling in het economisch beeld. De inflatie holt de huishoudbestedingen uit, waardoor de economie na sterk herstel uit de coronacrisis in een duidelijk lager groeitempo belandt. Het kabinetsbeleid dempt dit effect, waardoor de consumptiegroei gunstiger is dan eerder voorzien. Bedrijven profiteren van de gestutte vraag, waardoor de productie groeit in 2023. De onderkant van de inkomensverdeling gaat er het meest op vooruit als gevolg van het beleid. Waar eerder een verdere oploop van het aantal personen in armoede werd geraamd, resulteert na verwerking van het beleid een daling tot 4,9% van de bevolking. Het beleid is wel grotendeels tijdelijk, dit betekent dat als de energieprijzen ook na 2023 hoog blijven, de armoede bij ongewijzigd beleid weer zal stijgen en de koopkracht zal dalen. Om de onzekerheid te benadrukken, zijn ook varianten met een lagere en hogere gasprijs doorgerekend. In een ongunstig scenario is de koopkrachtontwikkeling in 2022 en 2023 cumulatief ruim 4%punt slechter.

    MEV     verschil cMEV
  2021 2022 2023   2023
Inflatie piekt dit jaar, volgend jaar lager door beleid (cpi, %) 2,7 9,9 2,6   -1,7
Economische groei valt terug na sterk herstel (bbp, groei %) 4,9 4,6 1,5   +0,4
Koopkracht herstelt deels door tijdelijk beleid (mediaan, %) 0,3 -6,8 3,9   +3,3
Beleidspakket dringt armoede in 2023 terug (personen, %) 5,7 6,7 4,9   -2,6
Saldo fors lager door koopkrachtbeleid (% bbp) -2,6 -1,1 -2,5   -1,4

Stresstest

Op verzoek van de Tweede Kamer heeft het CPB een nieuwe stresstest “Kosten van levensonderhoud” uitgevoerd. De stresstest laat zien dat het beleid uit de Miljoenennota in 2023 zorgt voor bijna een halvering van het aantal huishoudens met risico op betalingsproblemen ten opzichte van het beeld uit de cMEV, tot 540 duizend. Dit is onder de aanname van een gelijkblijvend energiegebruik,bij de gasprijs in de basisraming. In een variant met een hogere gasprijs stijgt dit tot 860 duizend huishoudens. Het tijdelijk beleid zorgt voor een inkomenstoename voor de laagste inkomens, waardoor de kwetsbaarheid daar afneemt. Daar staat tegenover dat huishoudens met een hoge energierekening door de huidige hoge prijzen kwetsbaarder zijn, ook boven 120% van het sociaal minimum. Dit impliceert ook dat eventueel aanvullend beleid om kwetsbaarheid te verminderen, idealiter aangrijpt bij de energierekening: door versnelde verduurzaming, of gerichte compensatie op de energierekening.

NB  In deze raming is het beleid uit de Miljoenennota verwerkt. Het onderliggend economische beeld is niet geactualiseerd, dit is gelijk aan de concept-Macro Economische Verkenning (cMEV) van augustus, waarin economische data tot eind juli zijn verwerkt. Verschillen tussen cMEV en MEV zijn derhalve het gevolg van het beleid uit de Miljoenennota. In de MEV zijn de beleidsmaatregelen verwerkt die zijn aangeleverd tot 7 september. De extra aanvullende maatregelen die het kabinet op Prinsjesdag heeft aangekondigd, zijn niet meegenomen in de berekeningen. 

Naast de 'Macro Economische Verkenning 2023' is ook het document 'Macro Economische Verkenning 2023 - Verdieping’ gepubliceerd, behorend bij deze raming. Dit Verdiepingsdocument biedt meer achtergronden bij de raming van het macro-economisch beeld, de overheidsbegroting en de koopkracht. Naast een cijfermatige onderbouwing wordt ook stilgestaan bij de relevante aannames en onzekerheden rondom deze cijfers.

Fan Charts september 2022 (MEV 2023)

De figuren tonen zogeheten fan charts rondom de MEV-2023-raming voor bbp-groei, hicp-inflatie, werkloosheid en het feitelijk EMU-saldo.

De dikgedrukte lijn betreft de realisaties (2017-2021) en de MEV-2023-raming voor 2022 en 2023. Rondom het centrale pad wordt een waaier van betrouwbaarheidsintervallen getoond:

  • 30% betrouwbaarheidsinterval dat loopt van het 35e t/m 65e percentiel, donkerblauw gebied
  • 60% betrouwbaarheidsinterval dat loopt van het 20e t/m 80e percentiel, donkerblauw + blauw gebied
  • 90% betrouwbaarheidsinterval dat loopt van het 5e t/m 95e percentiel, donkerblauw + blauw + lichtblauw gebied

De kans is dus 30% dat de uitkomst in het donkerblauwe gebied uitkomt en de kans is 10% dat de uitkomst buiten de waaier valt. Met andere woorden, de waaier is een grafische weergave van de waarschijnlijkheid van de verschillende uitkomsten. De dikgedrukte lijn geeft de meest waarschijnlijke uitkomst weer en uitkomsten zijn waarschijnlijker naarmate ze dichter bij de dikgedrukte lijn liggen.

Lees ook het bijbehorende CPB Achtergronddocument.

De fan charts zijn gemaakt op basis van ramingsfouten uit het verleden. De betrouwbaarheidsintervallen zijn  een combinatie van hoe nauwkeurig de ramingen zijn en hoe volatiel de economische grootheden in de periode 2001-2021 waren. Hoe stabieler de economische grootheden, hoe kleiner de ramingsfouten zijn. Als de huidige volatiliteit hoger is dan in de periode waarop de gemiddelde ramingsfouten zijn berekend, dan is de bandbreedte een onderschatting van de werkelijke onzekerheid. Dit speelt nu bijvoorbeeld bij de inflatieraming. Tussen 2001-2021 lag de inflatie vijftien keer tussen de 1% en 3% waardoor de ramingsfouten klein waren. Deze historische ramingsfouten zijn naar alle waarschijnlijkheid een onderschatting van de huidige onzekerheid. De puntschatting van de raming van de hicp-inflatie in 2022 komt uit op 11,4%. Omdat voor de inflatie de gasprijs zeer bepalend is, hebben we in de MEV 2023 ook twee varianten opgenomen waarin de gasprijs hoger of juist lager uitpakt dan in de basisraming. 

20 september 2022
Het nieuwe kabinetsbeleid in de Miljoenennota leidt in doorsnee tot ruim 3% meer koopkracht in 2023. Dit gaat ten koste van een daling van het overheidssaldo met 1,5% bbp in 2023. De armoede neemt in 2023 af. Een nieuwe stresstest “Kosten van levensonderhoud” laat zien dat de kwetsbaarheid als gevolg van een laag inkomen is afgenomen als gevolg van het tijdelijk beleid, daar staat tegenover dat de kwetsbaarheid als gevolg van een hoge energierekening is toegenomen. Dit blijkt uit de vandaag gepubliceerde Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB.
Macro Economische Verkenning 2023 Verdieping

Lees ook de Macro Economische Verkenning (MEV) 2023.

Dit Verdiepingsdocument biedt meer achtergronden bij deze raming, van het macro-economisch beeld, de overheidsbegroting en de koopkracht. Naast een cijfermatige onderbouwing wordt ook stilgestaan bij de relevante aannames en onzekerheden rondom deze cijfers.

5 oktober 2022
Het CPB certificeert de budgettaire ramingen van fiscale maatregelen uit Belastingplan 2023, de 1e nota van wijziging Belastingplan 2023 en het wetsvoorstel overbruggingswet box 3. Het CPB acht de ramingen van de budgettaire effecten van de maatregelen redelijk en neutraal.

In totaal zijn 24 fiscale maatregelen aan een toetsing onderworpen. De budgettaire inschatting van vrijwel alle fiscale maatregelen is omgeven met een gemiddelde tot hoge mate van onzekerheid. 

Auteurs

Anniek Goris - Trommelen
20 september 2022
Het CPB raamt het gemiddelde aantal bijstandsuitkeringen op ongeveer 341.000 in 2022. Dit is een daling van 19.000 uitkeringen ten opzichte van het gerealiseerde volume in 2021. De daling komt voornamelijk door de daling van de werkloze beroepsbevolking in 2021 en 2022. Dit werkt vertraagd door op het bijstandsvolume. Naar verwachting daalt het aantal bijstandsuitkeringen in 2023 verder, naar een niveau van ongeveer 332.000 uitkeringen. In deze notitie geven we een toelichting op deze raming van het bijstandsvolume in 2022 en 2023 in de MEV 2023.

Voor de bekostiging van uitkeringen op grond van de Participatiewet ontvangen gemeenten een budget van SZW. De hoogte van het budget wordt bepaald op basis van een raming voor het aantal uitkeringsgerechtigden en de gemiddelde hoogte van een bijstandsuitkering. Het CPB publiceert ramingen van het aantal bijstandsuitkeringen in het lopende en komende jaar in het Centraal Economisch Plan (CEP) in maart en in de Macro Economische Verkenning (MEV) in september. 

Auteurs

20 september 2022
Hoe ontwikkelt de Nederlandse overheidsschuld zich op de middellange termijn in verschillende scenario’s? Op deze vraag geeft dit document een antwoord. Op basis van het huidige schuldniveau en scenario’s voor de overheidsrente, primaire saldi en economische groei wordt de schuld tot en met 2030 geraamd.

Het risico is klein dat de schuld op de middellange termijn onhoudbaar wordt. Uitgaande van het basispad uit het Centraal Economisch Plan 2022 blijft de schuld in 90% van de gevallen onder 76% van het bbp.

Auteurs

Joris van Toor
20 september 2022
De recente rentestijging heeft bij de Tweede Kamer de vraag opgeroepen wat dit betekent voor de staatsschuld op lange termijn. In deze publicatie brengen we dit in beeld. Voor verschillende toekomstige rentepaden is de schuldquote in 2060 geraamd.

Wanneer rentes op overheidsschuld toenemen vertaalt zich dat in een toename van de staatsschuld. Zo leidt een structurele nominale rente van 3% tot een staatsschuld van ruim 150% in 2060. Hierbij is echter geen rekening gehouden met toekomstige beleidsveranderingen om deze toename van de schuld te beperken. Ook zijn de aannames omtrent economische groei en inflatie ongewijzigd gelaten.

Niet alle rentepaden zijn even waarschijnlijk. De laatste decennia daalt de reële rente door structurele factoren zoals de toename van spaartegoeden en afname van de vraag naar krediet. Hoge reële rentes zijn de komende decennia daarom minder waarschijnlijk. Dit geldt met name voor de 6% variant in deze publicatie.

Auteurs

Joris van Toor
20 september 2022
Het nieuwe kabinetsbeleid in de Miljoenennota leidt in doorsnee tot ruim 3% meer koopkracht in 2023. Dit gaat ten koste van een daling van het overheidssaldo met 1,5% bbp in 2023. De armoede neemt in 2023 af.

Economische groei in Nederland

Kerngegevenstabel 2020-2023, 20 september 2022

Internationale economie
  2020 2021 2022 2023
Relevant wereldhandelsvolume goederen en diensten (%) -9,1 8,4 4,9 2,9
Concurrentenprijs (goederen en diensten, exclusief grond- en brandstoffen (%) 0,3 6,1 9,7 3,2
Olieprijs (dollars per vat) 41,8 70,7 105,3 89,7
Eurokoers (dollar per euro) 1,14 1,18 1,06 1,02
Lange rente Nederland (niveau in %) -0,4 -0,3 1,1 1,6
Volume bbp en bestedingen
  2020 2021 2022 2023
Bruto binnenlands product (bbp, economische groei, %) -3,9 4,9 4,6 1,5
Consumptie huishoudens (%) -6,4 3,6 5,7 1,8
Consumptie overheid (%) 1,6 5,2 1,7 3,2
Investeringen (inclusief voorraden, %) -6,3 2,9 2,5 1,2
Uitvoer van goederen en diensten (%) -4,3 5,2 4,0 3,2
Invoer van goederen en diensten (%) -4,8 4,0 2,8 3,9
Prijzen, lonen, koopkracht en armoede (toelichting/begrippen)
  2020 2021 2022 2023
Prijs bruto binnenlands product (%) 1,9 2,5 4,2 4,9
Uitvoerprijs goederen en diensten (%) -2,9 8,3 16,6 2,9
Invoerprijs goederen en diensten (%) -3,6 10,2 22,1 2,6
Inflatie, nationale consumentenprijsindex (cpi, %) 1,3 2,7 9,9 2,6
Inflatie (geharmoniseerde consumentenprijsindex, hicp, %) 1,1 2,8 11,4 2,5
Loonvoet bedrijven (per uur, %) (a) 7,9 0,1 2,4 4,6
Cao-loon bedrijven (%) 2,8 2,2 2,9 3,7
Koopkracht, statisch, mediaan alle huishoudens (%) 2,6 0,3 -6,8 3,9
Personen in armoede (niveau in %) (b) 5,6 5,7 6,7 4,9
Arbeidsmarkt
  2020 2021 2022 2023
Beroepsbevolking (%) 0,4 0,9 1,7 1,4
Werkzame beroepsbevolking (%) 0,0 1,5 2,5 1,0
Werkloze beroepsbevolking (niveau in duizenden personen) 465 408 340 385
Werkloze beroepsbevolking (niveau in % beroepsbevolking) 4,9 4,2 3,4 3,9
Werkgelegenheid (in uren, %) -2,8 3,3 5,2 0,5
Overig
  2020 2021 2022 2023
Arbeidsinkomensquote bedrijven (niveau in %) 76,3 74,5 75,0 73,3
Arbeidsproductiviteit bedrijven (per uur, %) -1,5 2,5 -0,4 1,1
Individuele spaarquote (niveau in % beschikbaar inkomen) 12,8 11,5 6,2 5,7
Saldo lopende rekening (niveau in % bbp) 7,1 9,0 7,2 6,8
Collectieve sector (toelichting/begrippen)
  2020 2021 2022 2023
EMU-saldo (% bbp) -3,7 -2,6 -1,1 -2,5
EMU-schuld (ultimo jaar, % bbp) 54,7 52,4 49,6 48,8
Collectieve lasten (% bbp) 39,9 39,7 39,2 38,2
Bruto collectieve uitgaven (% bbp) 48,2 47,0 45,7 45,7

Aanvullende kerngegevens 2020-2023

Investeringen en uitvoer
  2020 2021 2022 2023
Bruto investeringen bedrijvensector (exclusief woningen, %) -5,3 4,8 4,5 0,5
Investeringen bedrijven in woningen (%) -0,6 3,3 2,0 1,1
Uitvoer van binnenslands geproduceerde goederen en diensten (exclusief energie, %) -6,3 0,4 7,7 3,3
Wederuitvoer (exclusief energie, %) -1,2 13,7 1,0 2,3
Prijzen, overheid, afgeleide cpi en cao-loon marktsector (toelichting/begrippen)
  2020 2021 2022 2023
Uitvoerprijs goederen en diensten, exclusief energie (%) -0,7 5,5 10,9 3,7
Afgeleide nationale consumentenprijsindex (cpi, %) 1,2 2,5 11,3 2,9
Loonvoet sector overheid (%) (c) 4,3 -0,2 4,8 3,3
Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers (%) (c) 2,2 1,8 5,7 2,8
Prijs materiële overheidsconsumptie (imoc, %) 1,7 2,2 7,8 5,9
Prijs intermediair verbruik (%) -0,1 3,9 8,9 4,3
Prijs bruto overheidsinvesteringen (iboi, %) 1,5 2,8 6,5 4,8
Prijs nationale bestedingen (%) 1,9 3,3 7,0 4,9
Prijs toegevoegde waarde bedrijven (%) 2,0 2,1 4,2 5,2
Cao-loon marktsector (%) 2,8 2,0 2,8 3,7
Diverse kerngegevens (in niveaus) (toelichting/begrippen)
  2020 2021 2022 2023
Bruto binnenlands product (bbp, in miljarden euro's) 796,5 856,4 933,3 993,8
Kinderen in armoede (%) (d) 7,6 7,2 9,2 6,7
Bevolking (in duizenden personen) 17408 17475 17595 17735
Beroepsbevolking (in duizenden personen) 9581 9663 9830 9970
Bruto modaal inkomen (euro) 36500 37000 38500 40000
EMU-saldo structureel (EC-methode, % bbp) -1,2 -1,8 -1,7 -3,0

(a) De loonkostensubsidie NOW, en de continuïteitsbijdrage in de zorg, hebben een opwaarts effect op de loonvoetmutatie bedrijven in 2020 van 3,3%-punt en een neerwaarts effect van 2,0%-punt in 2021 en 1,2%-punt in 2022.

(b) De ratio van het aantal personen in huishoudens onder de armoedegrens en het totaal aantal personen. Het niet-veel-maar-toereikend criterium van het Sociaal en Cultureel Planbureau is als armoedegrens gehanteerd.

(c) De sluiting van delen van de overheid, in combinatie met doorbetaling van salarissen, en de loonkostensubsidie NOW hebben een opwaarts effect op de mutatie in 2020 van 0,2%-punt. In 2021 en 2022 is er een neerwaarts effect van 0,1%-punt.

(d) De ratio van het aantal kinderen in huishoudens onder de armoedegrens en het totaal aantal kinderen. Het niet-veel-maar-toereikend criterium van het Sociaal en Cultureel Planbureau is als armoedegrens gehanteerd.